Persschouw

1986-10-31
  • Jaargang 30
  • nummer 42
Catechisatie-motivatie
Onderstaand artikel troffen we aan in ,Hervormd Weekblad". Het mag een signaal zijn voor alle kateeneten en een stimulans om de moed niet te verliezen. Wat deze predikants-vrouw uit Valkeburg (ZH) in dit stuk te berde brengt heeft ons ontroerd. Vandaar, dat wij het zonder onderschrift hierbij doorgeven:

HOUVAST

Eindelijk hebben ze hem naar het ziekenhuis gebracht, Eerst heeft hij zich er tegen verzet.
Hij wilde niet sterven in een kamer die hem vreemd was, waar de dingen hem kil en onbewogen zouden aanzien. Thuis wilde hij zijn levenseinde afwachten: Daar, waar hij altijd had gewoond, vlakbij zijn boomgaard, waar hij met hard werken en zorgvuldig overleg zijn eigen fruitkwekerij had opgebouwd.
Daar lag zijn lange leven.
En lang was het.
Onlangs mocht hij vijf en negentig worden. Een drukke, maar mooie dag. Velen waren gekomen om hem te feliciteren. De burgemeester van het dorp had gezegd: "U bent al aardig op weg naar de honderd, Van Someren!" Hij had hem eens aangekeken, de bevende mond zacht mompelend, terwijl de wijze ogen bedoelden: "En is dat dan alles?" Het gaat er immers niet om hoe lang, men leeft, maar hoe men leeft.
Toen is hij ziek geworden. Hetleek mee te vallen; hij was een taaie, ze kregen hem zomaar niet klein! Zijn vrouw, één van de laatsten in de klederdracht van de streek, had hem vol liefde verpleegd, trouw bijgestaan door de kinderen en de kleinkinderen. Gehoorzaam had hij zijn medicijnen en vitaminepillen geslikt. Ze zeiden dat het goed voor hem was.
Maar het had niet meer mogen baten.
Er was een ziekenwagen gekomen en met voorzichtige gebaren hadden ze hem op een brancard gelegd.
Zijl) vrouw had hem een hand gegeven. Een hand waar haar hart in lag. Zoenen was hun gewoonte niet. De zachte druk van haar magere vingers en de blik uit haar ogen waren hem genoeg geweest.
Nu ligt hij dan hier. Waarom eigenlijk? Denken die dokters soms dat ze de dood moeten tegenhouden?
Als God hem roept, moet hij gaan.
Bang is hij niet. O nee, niet vanwege zijn ordentelijke leven of zijn trouwe kerkgang. Hij kent de Bijbel. Zegt de profeet Jesaja niet dat al onze gerechtigheid. is als een wegwerpelijk kleed? Hij weet zich een zondaar voor God. Alleen het verzoenend sterven van Jezus blijft het rustpunt .van zijn hart. In huis wordt daar zo niet over gesproken.
Ze zijn een zwijgzaam volk. Na de kerkgang wordt er soms iets opgemerkt over de preek of over de dominee.
Dagelijks gaat de Bijbel open aan tafel en er wordt gebeden en gedankt met de woorden: ,,O Vader, Die al 't leven voedt" kroon onze tafel met Uw zegen" en: ,,O Heer, wij danken U van harte voor nooddruft en voor overvloed." Nooit zullen ze dat overslaan. Maar de diepste roerselen van je hart, nee, daar spreek je niet over.

In het ziekenhuis gaat de toestand van de oude kweker snel achteruit en de dominee wordt gewaarschuwd.
In de gang komt de zuster hem al tegemoet. Hij informeert naar de toestand van 'de patiënt en ze zegt: "Hij is niet meer aanspreekbaar, ti zult er niets aan hebben."
Even later staat hij bij het bed en ziet neer op dat gerimpeld gelaat.
De dooraderde handen liggen roerloos op het dek. Die vertellen hun eigen verhaal.
Wat kan hij nog doen? Onlangs heeft hij met de zieke gelezen over het huis met de vele woningen, uit Johannes 14. En nu? "Niet meer aanspreekbaar", zegt de zuster.
Maar hij kan toch zó niet weg gaan?
Hij buigt zich over de stervende heen en begint zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus op te zeggen: "Welke is uw enige troost, beide in leven en sterven'?" Hij wacht een ogenblik, zich afvragend of hij de gehele tekst van het antwoord wel paraat heeft. Juist als hij zijn mond opendoet beginnen de dunne lippen van de zieke mee te fluisteren: "Dat ik met lichaam en' ziel, beide in leven en sterven, niet mijns, maar mijns getrouwen Zaligmakers, , Jezus Christus, eigen ben, die met Zijn dierbaar bloed voor al mijne zonden volkomenlijk betaald en mij uit alle geweld des duivels verlost heeft ... "
Zoals een inwoner van een belegerde stad langs sluippaden zijn geliefden bereikt, zo was deze vraag door de omsingeling van de dood heengedrongen, om in het hart van de stervende het oude antwoord te vinden.

Bewogen vouwt de dominee zijn handen, dankt hardop voor deze belijdenis en beveelt de ziel van de zieke aan in Gods handen.

Terwijl hij terugfietst naar huis, denkt hij aan de' catechisaties van vroeger. De ouderen spreken nog altijd van "de vragen" of "de lering", ' Tachtig jaar geleden heeft zijn collega wekelijks aan de leerlingen van de dorpsgemeente de catechismus uitgelegd, Vóór er met het hart mocht worden beleden, moesten de vragen en antwoorden systematisch uit het hoofd worden geleerd.
Ook de vijftienjarige Van Someren had dat gedaan. Het is best mogelijk dat hij met zijn kornuiten de leraar soms tot wanhoop heeft gebracht. Evenals de, leraar van nu is de leraar van toen vast ook wel eens thuisgekomen met de woorden: "Het is boter aan de galg gesmeerd met dat jonge volk; ik kan er net zo goed mee ophouden, vrouw!"

Toch is zijn arbeid niet vergeefs geweest. De jongeman heeft belijdenis gedaan, is met een gelovig meisje getrouwd. Ze hebben hun kinderen laten dopen en hun christen-zijn voorgeleefd. Samen mochten ze oud worden. Hun belijdenis is een mensenleven mee,gegaan en heeft vele stormen getrotseerd.
En nu, in de laatste uren van dit leven, nu de wetenschap zegt dat er van bewustzijn geen sprake meer is, breekt de oude waarheid door de grenzen van het onderbewuste heen.
Als enige troost voor de stervende.
Als enig houvast voor de levenden.

Nellie Vermeulenvan den Hoek

O. Mooiweer, Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief