Joodse uitleg van het Nieuwe Testament

1984-12-07
  • Jaargang 28
  • nummer 46
Causerie voor het Ned. Geref. Jongerencontact in Amsterdam over Lapide's laatste boek: 'De Bergrede', utopie of program?, Ten Have, Baarn, 1984.


Pinchas Lapide is een joods geleerde die zonder de joodse religie de rug te hebben toeqekeerd, met grote waardering schrijft over onze Here Jezus Christus en over de Schriften van het Nieuwe Testament die van Hem getuigen. Dat is een opmerkelijk verschijnsel in onze dagen want deze Lapide is de enige niet. Meerdere geleerden van joodse zijde verdiepen zich in de gestalte van Jezus en het zijn vooral de jongere christenen die hun boeken lezen met graagte en vreugde. Zij begroeten dit verschijnsel als een teken van een veranderd klimaat tussen kerk en synagoge.

Hoe is dat zo gekomen dat er van joodse zijde sympathie voor Jezus wordt getoond? Dat was in het verleden toch heel anders!
Een gelovige jood spuwde toen op de grond als de naam van de rabbi van Nazareth klonk. Wel, ik ben van mening dat dit verschijnsel meer teruggaat op een verandering bij de christenen dan bij de joden. Onder christenen namelijk komt het sinds de vorige eeuw steeds meer voor dat er getwijfeld wordt over wie Jezus feitelijk was. Is Hij inderdaad de Zoon van God of was hij slechts Jezus van Nazareth?
Is Hij degene die uit naam van God de zoendood voor ons stierf en die daarna uit eigen kracht van de doden verrees, of was hij een uitzonderlijk begaafde rabbi die in een politiek proces van de Romeinen jammerlijk aan z'n eind gekomen is? Naarmate christenen Jezus op de laatste manier, dat wil zeggen menselijk, gaan zien, in die mate komt Hij voor niet-christenen en dus ook voor joden als het ware 'beschikbaar' .

Volgens de evangeliën is Jezus door het Sanhedrin als een godslasteraar ter dood veroordeeld.
Hij zei van zichzelf dat Hij Gods Zoon was en dat kon niet geduld worden. Wij moeten ons niet vergissen: het godsdienstige jodendom staat nog altijd achter dit vonnis. Wanneer dan ook de christelijke gemeente Jezus trouw belijdt als de Zoon van God, voor onze zonden gestorven en in eenheid met de Vader opgestaan van de doden, dan zul je geen godsdienstige jood over Jezus horen spreken. Hij is dan voor hen abominabel.

Stapt evenwel de christelijke gemeente van haar grond-belijden aangaande haar Heiland af, zegt zij dat Jezus mens, joods mens is geweest, dan kun je het de synagoge niet kwalijk nemen als die haar joodse eer komt opeisen en zegt: deze Jezus die jullie nu bedoelen, wel, die is van ons, die is uit ons midden voortgekomen, die is ons geschenk aan de wereld.

Over deze menselijke, alleen maar menselijke Jezus gaat het nu in de boeken van Pinchas Lapide die hij over de evangelies geschreven heeft. Over de grote leraar Jezus van Nazareth. Dat hij met grote waardering over hem schrijft kunnen we helaas niet zien als een teken van beginnend geloof in onze Heiland.
Het is eerder een teken dat de grote meerderheid van de christenen is opgehouden Jezus als de Christus, de Heiland, de Middelaar te belijden. Dat wil zeggen als Degene die gezegd heeft: "Niemand komt tot de Vader dan door Mij... Die Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien" (Johannes 14 : 6,9).

Maar zou Pinchas Lapide dan niet op weg kunnen zijn naar het christelijke geloof? Het kan haast niet anders of hij slaat ons in de ban van zijn vriendelijke en waarderende woorden over Jezus.
Dat brengt sommige christenen ertoe te zeggen dat hij en nog andere joden meer al half en half christen zijn. Jezus naar zijn menselijke natuur belijden zij al, nu nog Jezus naar zijn goddelijke natuur.

Maar zo werkt dat niet. De menselijke natuur van Jezus is niet een opstapje naar zijn goddelijke natuur. Het geheim van Jezus is niet dat Hij behalve mens ook nog God is (welk geheim ons dan allengs en taktisch onthuld moet worden), maar Jezus, dat is: God geopenbaard in het vlees.
In de eerste ontmoeting met Jezus stuiten we al op dat heel bijzondere, dat bovenmenselijke van Hem. Reeds in de Bergrede bijvoorbeeld zegt Hij dat wij 'om Zijnentwil' vervolgd kunnen worden, waaruit een zeer sterke pretentie spreekt, en heeft Hij het over het horen en doen van 'deze mijn woorden', waarmee Hij aan zijn spreken hetzelfde gezag verleent als aan het woord van God zelf. Je kunt nooit en nergens om het God-zijn van Jezus heen.

Maar laten we eens wat precieser vragen naar de opvattingen van Pinchas Lapide.

Hoe ziet hij bijvoorbeeld de mens? Nu, dat is meteen een punt waarop hij radikaal verschilt met het christelijke, kerkelijke belijden. De mens is voor Lapide in wezen niet verdorven.
Hij is niet in zonde ontvangen en geboren. Uit verschillende uitspraken in zijn boekje over de bergrede valt dat op te maken.
Ik geef er een paar.
Bij de woorden van Jezus in verband met de echtscheiding 'maar van den beginne is het alzo niet geweest', schrijft Lapide: "In deze uitspraak van Jezus klinkt niet alleen de weemoed door over al het kwaad van na de zondvloed, maar ook het onblusbare verlangen naar dat hemelse rijk dat de toestand van de oertijd weer zal herstellen: onvervalste liefde, zondeloosheid, Gods tegenwoordigheid en een einde aan alle euvel op aarde.
Wat er eenmaal was zal er weer zijn: de onschuld van het paradijs wordt verheven tot de droom van het 'laatste der dagen' waarin de laatste Adam de schuld van de eerste door volmaakt berouw en volmaakte bekering zal delgen"
(pag. 69).

Paulus spreekt in 1 Korinthiërs 15 : 45 ook over de laatste Adam en hij bedoelt dan de Christus.
Die zal het voor ons goedmaken en de oorspronkelijke gerechtigheid van het paradijs terugbrengen.
Pinchas Lapide vertrouwt dat echter de mens toe.
Die zal door volmaakt berouwen volmaakte bekering de schuld van de eerste Adam delgen. Dit is maar niet een bij laag water gevonden spijker, nee, wie een beetje gewend is aan de joodsgodsdienstige literatuur, herkent dit als het gangbare geluid. De mens is zijn eigen verlosser, zij het ook dat hij voor die verlossing de hulp van Boven krijgt.
God reikt de mens de wet aan.
Door gehoorzaamheid daaraan klautert hij naar Boven. Precies zoals de ketter Pelagius het zei.
Op pag. 75 heeft Lapide het over "Jezus' program om de door God gewilde humanisering van de aarde te bereiken", - een geluid waarbij men ook zonder enige kennis van het jodendom kan vragen: waar heb ik dat meer gehoord? En op dezelfde bladzijde heet het over de mens dat hij "het in zich heeft, om voort te schrijden naar een vruchtbaar met-elkaar, dat kan culmineren in een liefdevol voor-elkaar".
Ook dit is overbekend uit de moderne christelijke theologie.

In verband met het bijbelse gebod 'de naaste lief te hebben als zichzelf' lezen we op pag. 83: "Wie zijn naaste iets blijft verwijten, wie hem verafschuwt of minacht, die schaadt met al deze dingen de goddelijke vonk die in zijn hart brandt en hem de adel van het mens-zijn verleent".

Nog een uitspraak in verband met de naastenliefde: Jezus zegt '" opdat gij kinderen wordt van uw Vader die in de hemelen is' en Lapide geeft als kommentaar; ,,'Wordt', zo staat er hier, wat door en door hebreeuws is; want anders dan bij de Grieken is het in het joodse geloof geen automatisch met de geboorte gegeven voorrecht om een zoon van God te zijn, maar iets wat door Gode welgevallige daden verdiend en bewerkstelligd moet worden" (pag. 115). Terecht wordt hier tegen dat griekse (wat dat dan ook maar moge zijn!) nee gezegd, maar dit joodse moeten we evenzeer afwijzen. Een mens wordt niet door goede werken een zoon of kind van God.
Wel kan hij door Gode welgevallige daden zijn kindschap van God dat hij om Christus' wil uit genade van God verkregen heeft, voor zichzelf versterken of vastmaken.

In het jodendom, ook in dat van Lapide, is de mens zoals hij geschapen is toegerust met een goede trek en een kwade trek.
Gods gebod is er nu op gericht die goede trek aan te wakkeren en te stimuleren. De mens moet nu het kwade in hem door het goede in hem overwinnen en in principe kan hij dat ook. Een Middelaar die voor zijn zonde en schuld sterft heeft hij niet nodig.

Dit is het joodse gevoelen over de mens. Maar het frappante is dat precies dezelfde opvattingen onder de christenen gangbaar zijn geworden. Vandaar vooral het welkom voor de joodse theologie in zoveel christelijke kringen.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief