Verwacht een wonder

1984-12-07
  • Jaargang 28
  • nummer 46
Uit de dertiger jaren herinner ik mij een natuurkunde-leraar, naar wie ik graag mocht luisteren. Hij was van de soort, die de lenzen voor zijn sterrekijkers zèlfs sleep, met de hand, een spiegelruit en een schoenpoetsdoosje. Hij vertelde met geestdrift over de juist door F. Zernike uitgevonden fasencontrast-microscoop, die alle vroegere vergrotingsmetheden ver achter zich liet. Voor hem was zo'n enorme vergrotingsmogelijkheid, die ongedachte geheimen blootlegde, niet het einde van zijn wetenschap; eerder het begin van nieuwe werelden waarover hij dacht en droomde, en die hij begeerde te kennen.

De man stond met beide benen op de grond van Nijmegen. Maar zijn hoofd en hart waren tevens bezig met de onzienlijke dingen.
Hij vertelde me dat alle geluid, evenals de electriciteit, de radio, het licht, het magnetisme, uit staande trillingen bestaat, welke door krachtbronnen worden opgewekt.
En hij ging verder. Hij zei dat alle gassen, vloeistoffen en vaste stoffen uit soortgelijke staande trillingen worden gevormd, die door een Goddelijke krachtbron in stand worden gehouden.
Hij ging nóg verder.
Wanneer het die Goddelijke krachtbron - zei hij - zou behagen zijn energie niet langer uit te zenden, zou de stof verdwenen zijn, om van de rest maar te zwijgen. En hij eindigde met te citeren: Hij spreekt en het is er, Hij gebiedt en het staat er.

Aan deze jaren dacht ik terug, toen ik Moelenburgh's goed onderlegde theorie las over de functies der onderscheidene engelen.
Het "heilig, heilig, heilig" van de serafijnen (Jes. 6 : 2, 6) vertaalt hij als de branding, die regelmatig zijn onmetelijke energie aan het strand toevertrouwt; een branding die de krachten bevat waardoor deze schepping van ogenblik tot ogenblik in stand wordt gehouden. "In Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij", Hdl. 17 : 28.

Hij vertelt en adstrueert met onweerlegbare natuurkundige bewijzen, hoezeer de kosmos met energie beladen is: schone energie, die ons gratis ten dienste staat. Niet alleen zonnewarmte en watervalenergie. Niet alleen de energie welke uit eb en vloed vrijkomt, zoals bij een der plannen voor de resterende Zuiderzeepolder zou worden benut. De schrijver weet van natuurkundige uitvinders, die enkel met hulp van antenne's auto's lieten lopen en lampen deden branden: zonder de atmosfeer te vervuilen, zonder de gebruikelijke brandstoffen te verstoken en zonder kosten. Even voorziet hij een nieuwe aarde: die geen distributie van brandstoffen zou kennen, geen armoede, geen dictatuur, geen communisme, geen kapitalisme, daarom geen oorlogen en geen verspilling van Gods gaven.
En helemaal geen zondige atoomsplitsing, dat is scheiden van wat God heeft samengevoegd. 1)

Hij zegt dat de moderne natuurkunde ons leert: de innige verbinding tussen de ruimte, de tijd en de zwaartekracht. Dezelfde drie gegevens welke de oude Egyptenaren al kenden. Dezelfde gegevens, aan welke ons stoffelijk bestaan is verankerd en die alle drie wegvallen, wanneer wij deze stof verlaten. En deze nuchtere wetenschapsman houdt vol: verwacht een wonder en loop daar niet aan voorbij. Hij bindt ons op het hart te bidden, ons innerlijk voor Gods inspraak open te stellen en op onze dromen te letten.

Is dit boek voor mannen of voor vrouwen geschreven? Ik ben bang dat wij mannen te zeer door onze verstandelijke vermogens geblindeerd zijn om de arts Moolenburgh onbevangen te kunnen lezen. Maar ik geloof ook dat - Gode zij dank - onze moeders nog zo zeer openstaan voor de onzienlijke werkelijkheid, dat zij met vrucht dit zeer leesbare boek zullen opnemen.
En dan zullen wij mannen, die toch willen weten wat zij lezen, niet kunnen achterblijven.

Een van de meest aansprekende thema's van dr Moolenburgh is wel: zijn zicht op de eindtijd.
Hierin kent hij de Schrift uitstekend en is - vrees ik - het bijbellezende kerkvolk vèr vooruit.
Hij is zich geducht bewust ervan "dat wij niet zo zeer te strijden hebben tegen vlees en bloed (= stofflijke vijanden), maar tegen de duivelse legermachten, de boze geesten in de hemelse gewesten", Ef. 6: 12.
Hij zegt dat wij ons in deze eindstrijd niet afzijdig kunnen houden, aangezien we dan aan de vijand toevallen. Neutraliteit is onbestaanbaar. Individueel moeten we partij kiezen voor het licht, tegen de duisternis - willen we zo getrouw als de engelen, deze aarde bouwen en bewaren.

Ook over de schone aarde weet hij kostelijke dingen te zeggen.
wanneer wij hoog bezoek verwachten - zegt hij - dan knappen we het huis op, versieren het, kleden ons netjes en maken alles klaar. Maar zouden we dan - vraagt hij -in afwachting van de komst van Jezus Christus op onze vervuilde aarde blijven zitten: totdat Hijzelf alle dingen nieuw maakt en de rommel opruimt?
Dat mág niet. Daarom moet ieder die Zijn koninkrijk verwacht (niet als een papieren geloofsartikel, maar als een bloedwarme beleving van het komende wonder) de handen uit de mouwen steken en deze aarde "bouwen", dat is versieren. De vervuiling opruimen. De bronnen van vervuiling dichtstoppen.
Het onrecht stopzetten, evenals de hardheid, de wreedheid, de eigenliefde. Recht en gerechtigheid doen, troost en hulp bieden, ons geloof (onze lampen) brandende houden en elkaar vertroosten met Gods zekere beloften.
En onze hoofden opheffen.

We leven hier als duikers op de zeebodem - of als maanreizigers - die door een schare van deskundigen verzorgd en bediend worden. Ons leven op deze planeet is alleen mogelijk door de hulp van engelen, die ons omringen, bewaken, aanreiken alles wat de scheppende en onderhoudende goede God voor ons nodig acht. Zonder die hulp zouden we geen ogenblik overeind kunnen blijven. En ons bestaan heeft alleen zin en doel: als we Gods mede-arbeiders zijn, gelijk zijn engelen.

Bij het lezen van dit boek - en u weet nu wel hoe mijn oordeel is - dacht ik veel aan een vergelijkbaar boek, dat ik destijds in dit goede blad besprak. 2) Het is "Nacht und Nebel" van Mr Floris W. Bakels. Zulke boeken verschijnen er naar mijn weten slechts enkele per eeuw. Ze geven een helder licht en een betrouwbaar kompas voor reizigers naar de eeuwigheid. Dat ze daarbij veel ongewone zaken doorgeven (ongewoon namelijk voor wie de Bijbel niet kent en voor wie de Wonderlijke Raadsman onbekend is) kan "de Joden een ergernis en de Grieken een gruwel zijn".

Maar wie eerlijk nadenkt en zijn geloof in onze rijke en wonderlijke God op de proef stelt moet toegeven: dat deze kille vermaterialiseerde wereld bestaat bij de gratie van Gods onzienlijke kracht, door de heirlegers van zijn onzienbare engelen. Onze christenheid in zijn ruimste zin genomen is in de ban van het stoffelijke, heeft het wonder afgeschreven.
Onze christenheid heeft zich hierin te bekeren.

Tot slot nog een opmerking over de schrijvers van "Engelen", van "Nacht und Nebel" en van artikelen over zulke zaken.

Het heet wetenschappelijk om bewijzen te vragen. Bizonder de wetenschap van de technocratie is een harde afgod. Alles wat niet meetbaar, weegbaar en ontleedbaar is wordt afgekeurd. Dat is een dom en blind uitgangspunt voor een gelovig mens.

De arts dr H. C. Moolenburgh stelt zich blijkbaar op het standpunt: "als de symptomen maar overtuigend zijn zal ik de diagnose niet ontlopen". In die geest vertelt hij zijn wonderlijk verhaal.

De jurist mr Fl. W. Bakels heeft blijkbaar een soortgelijke basis: "wat met voldoende bewijskracht is aangetoond houd ik voor vast en bondig". Zo schreef hij zijn vertroostende boeken.

Een oud-bankman zegt het op zijn manier: je kunt rustig een onbekende factor aanvaarden, mits je maar genoeg zekerheden in de hand hebt.

1) atoom betekent eigenlijk: ondeelbaar - 2) "Opbouw", aug./sept. 1978.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief