Paulus op de markt van Athene
2011-06-24
Onze tijd van ontkerkelijking gaat weer aardig lijken op de tijd uit het begin van de kerk. Nog niet zo heel lang geleden was bijna iedereen lid van een kerk. Ik weet nog hoe druk het was in ons dorp op zondagmorgen met alle mensen die letterlijk en figuurlijk in allerlei richtingen optrokken naar een godshuis. Christen-zijn is nog geen uitzondering, maar het gaat wel over een minderheid en wat staat ons nog te wachten?- Jaargang 55
- nummer 13
Toen de kerk, om zo te zeggen, nog moest beginnen, zag het er nog somberder uit. Toch had Jezus gezegd: ‘Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen…’ Wij hebben allemaal wel het gevoel dat dat ook onze opdracht is. Maar hoe moet je dat aanpakken in deze tijd.
We willen wel, maar we zijn soms ook geneigd om te vluchten, zoals Jona. Niet omdat we niet geloven, maar toch… We voelen ons vaak kwetsbaar. Als het evangelie je lief is dan is het heel vervelend om daar neerbuigende opmerkingen over te horen. Dan houd je liever je mond. Het kan ook zijn dat het voor jezelf niet zo erg meer leeft. Als je dan tegenover je buurman moet getuigen van de levende hoop die in je is, dan hoor je jezelf praten.
We willen in de komende tijd de apostel Paulus volgen in vier ontmoetingen met de mensen van zijn tijd.
Verdampt geloof
Als Paulus nog maar net in Europa is gearriveerd, vinden we hem al op de Areopagus. Dat kwam niet omdat Paulus zoveel haast had, maar omdat hij overal was weggejaagd.
Athene werd beschouwd als het centrum van wijsheid, hoewel het al over de bloeitijd heen was. Ze zaten daar ook in een post-tijdperk, zoals wij in een postmodern, postchristelijke tijd leven. Athene was eeuwenlang het centrum geweest, maar begon een beetje een museum te worden, zoals Europa in onze tijd. Als Paulus rondloopt in Athene raakt hij geïrriteerd door de vele afgodsbeelden.
Maar dat vertoon van godsdienstigheid leek meer dan het was. Die beelden stonden er nog, maar het geloof in de goden die ze voorstelden was grotendeels verdampt.
Zoals je in onze steden veel kerken ziet, maar het zijn de kerken van vroeger en vele staan op punt van sluiten.
Tussen plicht en genot
Hoe pakt Paulus het nu aan om in deze situatie te getuigen van Christus?
Hij komt op de markt in contact met twee soorten wijsgeren: Epikureeërs en Stoïcijnen.
De volgelingen van Epikurus staan bekend als genotzoekers.
Persoonlijk geluk en genot staan voorop. Dat kon ook betekenen dat je je niet druk maakte en met weinig tevreden was - onthaasting dus. Met de dood was het uit en de goden deden je niks.
De Stoïcijnen waren in veel opzichten hun tegenhangers.
Zij legden nadruk op de deugd. Moed, doorzettingsvermogen, plichtsbetrachting waren heel belangrijk. Het verstand stond in hoog aanzien en was belangrijker dan het gevoel. Dingen als genot of lijden, daar moest je je niets van aantrekken en er stoïcijns boven staan. Ze waren ook voorstanders van de zelfgekozen dood. Als het leven niet meer de moeite waard was moest je het vrijwillig beëindigen.
Paulus komt dus in aanraking met een denkwereld die voor ons in veel opzichten herkenbaar is en die haaks staat op het evangelie. Hoe gaat Paulus dit aanpakken?!
Een ingang zoeken!
In de eerste plaats valt op dat Paulus het gesprek zoekt in het openbaar, op het marktplein. Je zou in termen van vandaag kunnen denken aan een praatshow op de T.V.
Daar worden ook de meest uiteenlopende onderwerpen behandeld en je kunt er soms ook vreemde vogels tegenkomen.
Voor de Atheners valt Paulus in de categorie ‘vreemde vogels’. ‘Praatjesmaker’ wordt hij genoemd. Letterlijk staat er: ‘zaadjespikker’.
Paulus heeft dus een podium, maar wat hij dan gaat zeggen is, zacht gezegd, opmerkelijk: ‘Ik heb gezien hoe buitengewoon godsdienstig u in elk opzicht bent.’ Nou ja zeg… Paulus wist toch ook wel dat al die godenbeelden meer met het verleden dan met het heden te maken hadden!
Is dit wel oprecht, hij was toch juist geïrriteerd door al die godenbeelden?! Paulus gaat heel ver om een ingang te vinden bij het gehoor van zijn tijdgenoten.
Gaat Paulus te ver?
En hij gaat nog verder als hij begint over het altaar voor de onbekende god. Dat altaar was niet zozeer geplaatst uit eerbied maar meer voor alle zekerheid: er mocht eens een godheid zijn die zich beledigd voelde omdat hij geen beeld had.
Dat altaar gebruikt Paulus als breekijzer: ‘Jullie vereren dus eigenlijk al de God die ik kom verkondigen.’ Is dit nou niet op het randje, of er ver overheen. Vereerden de Atheners op deze wijze de God van de Bijbel?
Paulus gaat inderdaad heel ver om dicht bij de mensen te komen. Hij citeert zelfs een Griekse dichter: ‘Want wij zijn ook van uw geslacht’. Die woorden komen zelfs bij verschillende Griekse dichters voor. De drempel wordt heel laag gemaakt. Maar toch ontbreekt ook de confrontatie niet, want Paulus zegt ook dat God niet is te vangen is in een beeld, al was het ook van puur goud. Dat laatste zullen de meeste wijsgeren trouwens wel met hem eens geweest zijn.
Maar de echte confrontatie komt als het gaat over de opstanding van de doden. Dat stuit niet alleen op ongeloof, maar het werkt ook op de lachspieren. En zo ontkomt Paulus toch niet aan kwetsende opmerkingen en
neerbuigendheid: ‘We praten daar later nog wel eens over.’
Leermoment
Wat kunnen we leren van het optreden van Paulus in Athene, in een situatie die op vele punten vergelijkbaar is met de onze.
In de eerste plaats dat Paulus heel ver gaat om de mensen te bereiken. Maar ook dat het toch tot een confrontatie komt en dat hij geen succes heeft. Hoewel:
Toch sloten zich enkelen bij hen aan en aanvaardden het geloof, onder wie ook een Areopagiet, Dionysius en een vrouw die Damaris heette en nog een aantal anderen.
(Handelingen 17:34)