Doleantie-herdenking (1)
1986-11-07
Het opschrift, dat u hierboven ziet staan, is enigszins misleidend.- Jaargang 30
- nummer 43
Ik ben namelijk helemaal niet van plan met u over de Doleantie zelf te gaan nadenken. Waarom dan toch dit opschrift?
Wel, omdat het zogeheten Doleantie Comité Zoetermeer de herdenking van de Doleantie (1886-1986) heeft aangegrepen om op 8 okt. j.l. een forum-avond te beleggen met als thema de vraag "Kennen wij elkaar?" Deelnemers aan het forum waren: ds T. Poot (Ned. Herv.), ds f. W. van der Linden (Geref.), ds H. G. L. Peels (Chr. Geref.), ds f. H. Ulehake (Geref. Vrijg.), en schrijver dezes. Het geheel werd ingeleid door prof. dr K. Runia.
Wat u in het hiernavolgende vindt, dankt zijn ontstaan aan dit Doleantie-forum. In de eerste plaats is dat een preek, zoals die de zondag vóór de forum-avond werd uitgesproken, en in de tweede plaats een enkele overpeinzing naar aanleiding van het forum zelf.
Vandaag het eerste gedeelte van de preek. Centraal stond een viertal-Schriftgedeelten; achtereenvolgens: Hand. 11 : 19-25; Gal. 2: 11-14; Hand. 15 : 1-21 en Hand. 15: 35-41.
Ik laat hier een, groot deel van de preek zo goed als ongewijzigd volgen. Alleen de inleiding laat ik weg.
Antiochië
Ik zou u willen voorstellen om samen met mij 'Opbezoek te gaan bij de gemeente van de Here Jezus in Antiochië. We hebben daarstraks ' een aantal gedeelten uit de bijbel gelezen, drie allemaal spelen in die 'stad Antiochië, of daar in elk geval heel dirékt mee te maken hebben.
Me dunkt: daar moeten wij wat van kunnen Ieren, van een bezoek aan Antiochië. Leren: vooral als het gaat om de vraag: wat die je nou met verschillen in de kerk?
Hoe ga je er mee om, als de één op een bepaald punt anders denkt dan de ander? In onze geschiedenis is dat diverse malen uitgelopen op een scheuring -; en daarom zitten er vijf dominees in het doleantie-forum; in Antiochië loopt bet niet uit op een scheuring. Verschillen genoeg, spanningen te over; maar er komt geen scheuring uit, voort.
Nu, dat zijn zo de vragen, waarmee wij vandaag op bezoek gaan bij onze broeders en zusters in Antiochië.
Ontstaan
De eerste keer, dat we in de bijbel van deze gemeente horen: dat is direkt bij het ontstaan ervan, Hand. 11: 19-21. Joden-christenen trekken weg uit Jeruzalem, en komen onder andere ook in dit Antiochië, in Noord Syrië. En een paar van hen beginnen dan, tegenover de heidense bevolking, het Evangelie van de Here Jezus te verkondigen. "En de hand des Heren was met hen", staat er, en er komen een heleboel mensen tot geloof.
En zo ontstaat die gemeente; uit twee duidelijk heel verschillende groepen: aan de ene kant de Jóden-
christenen, aan de andere kant de heiden-christen. Mensen met een werkelijk totaal verschillende achtergrond. De Joden, op-' gevoed met de wetten van Mozes, en met alle rabbijnse wetten en regeltjes daaromheen; en de heidenen, die waarschijnlijk een ratjetoe van allerlei Syrische en Griekse goden hadden gediend.
Kolossale verschillen. En je houdt je hart vast; want dat kan natuurlijk nooit goed gaan.
Barnabas
En dan gaat Barnabas op reis, als afgevaardigde van Jeruzalem, naar Antiochië. Barnabas moet naar een andere kerk toe. Een kerk, waar hij niks van af weet, ver bij Jeruzalem vandaan, en met een heel andere samenstelling dan de hem vertrouwde gemeente in Jeruzalem.
Er zullen daarginds, in Antiochië, vast een heleboel dingen anders zijn, dan hij dat gewend was. Wat voor orde van dienst zouden ze daar hebben? Wat voor liederen zingen ze? En wat is de rol van de V:l'OUW in de gemeente?
Nou, dat zijn zo een paar vragen, die heel gemakkelijk bij Barnabas op konden komen, tijdens zijn reis van Jeruzalem naar Antiochië.
En dan komt hij in Antiochië, en wat gebeurt er dan? Nu, kijk maar, vers 2: "Toen Barnabas aankwam en de genade Gods zag, verheugde hij zich". Barnabas komt daar de, kerk binnen, en wat ziet hij? Nee, hij ziet niet een in tweeën gesplitste gemeente, de ene helft Jóden-christen, en de andere helft heiden-christen. Hij ziet ook niet in de eerste plaats een heleboel dingen die anders-toegaan dan in Jeruzalem.
Nee, hij ziet eigenlijk maar één ding: hij ziet de genade van God.
Het geheim
Dat is wat! De kerk binnenkomen, en dan de genade van God zien.
Dat straalde dus overal vanaf. Zodra je daar binnen kwam, wist je het: hier regeert de genade van God. Hier zijn alle kloven tussen mensen overbrugd - en wat waren er een verschillen! - maar in de kerk in Antiochië werden al die verschillende mensen samengebonden door het ene Evangelie van de Here Jezus.
En dat is nou het geheim van Antiochië: de mensen waren vol van het Evangelie van de Here Jezus.
Zo vol, dat er daarnaast gewoon geen ruimte overbleef, om ook nog maar één woord te wijden aan al die verschillen die er waren. Want ze hadden Jezus toch? Nou, wat wil je dan nog meer? Dan heb je toch alles?
En dan komt Barnabas de kerk binnen, en dan ziet hij zomaar de genade van God.
Wilt u het geheim van Antiochië onthouden? Vol zijn van het Evangelie van de Here Jezus; dat is het.
De kring van Jakobus
Dan bladeren we een eindje door in "de bijbel, en we komen terecht bij Gal. 2. Paulus' en Barnabas zijn voorgangers van de gemeente in Antiochië, en 't is nog steeds een fijne kerk. Maar dan komt er plotseling grote spanning en een fors konflikt.
Op dat moment is ook de apostel Petrus in Antiochië, En hij draait gewoon mee met de gemeente, zonder iets bijzonders. Maar dan komen er op zekere dag in Antiochië mensen aan "uit de kring van Jakobus". Jakobus, de , broer van de Here Jezus: dat was niet zomaar iemand, maar dat was ..
één van de centrale mensen in de gemeente in Jeruzalem. Die naam van Jakobus moet u even onthouden.
Nu, mensen uit zijn omgeving komen dus in Antiochië. En die staan daar toch maar wat vreemd tegenaan te kijken. Kun je nou als Jood zomaar omgaan met niet-Joden?
Kun je echt met die mensen aan één tafel zitten?
J a, dat kenden zij in Jeruzalem niet. Dat was helemaal nieuw voor hen. En je moet toch wel voorzichtig zijn met al die vernieuwingen in de kerk. Want ja: waar blijf je dan? En zo hielden ze zich apart. Hier zaten zij, de Joden-christenen, daar zaten de anderen.
Petrus en Barnabas
En dan gebeurt het: dan gaat Petrus meedoen met hun apartheidspolitiek; ook hij gaat aan die aparte tafel zitten. En tenslotte raakt zelfs Barnabas het spoor bijster.
Je zou zeggen: "Nou Ja, Petrus: dat kun je je nog voorstellen; die is tenslotte nog niet zo lang in Antiochië; maar nota bene: Barnabas!
Die heeft het allemaal van het begin af meegemaakt! Hoe is dit mogelijk?"
Ja, en toch gebeurt het. De duivel weet haarscherp onze zwakke' plekken te vinden.
Voelt u wat een verschrikkelijke spanning daar opeens hangt, in die fijne gemeente in Antiochië? Al het mooie dat er was: dat dreigt nu in heel korte tijd volkomen in de grond getrapt te worden,
Paulus
En dan staat Paulus op. En je houdt je hart vast. O wee, als dat .maar goed gaat. En midden in die ' bijeenkomst, onder die gezamenlijke maaltijd; waar iedereen bij is: daar zegt hij het Petrus recht in zijn gezicht: "Petrus, Wat zit je hier te huichelen. Er is maar één Evangelie, voor Jood en heiden. Er is maar één naam onder de hemel waardoor je behouden kunt worden: Jezus Christus; Hij is de weg, de waarheid en het levent voor ieder mens! Dat weet je, Petrus; want je hebt het Evangelie gehoord.
Maar hoe kun je dan nu jezelf afzonderen van hen die om Christus' wil jouw broeders en zusters zijn?"
En zo staat Paulus daar, en spreekt zijn woord. Ondubbelzinnig; heel duidelijk En je bent haast geneigd om Paulus aan zijn jas naar beneden te trekken; zo van: "Man, hou je mond toch! Maak het nou niet nog erger. Moet er dan soms weer een kerkscheuring komen? Wees toch niet zo fel!"
Maar dan zou Paulus zeggen: "Jazeker, hier ben ik nou wel fel op.
Waarom? Nou, omdat hier het Evangelie van de .Here Jezus op het spel staat. Wat Petrus doet, en wat de Joden-christenen doen: daar moet ik in Gods naam Nee tegen zeggen. Dit heft het Evangelie van Jezus op. Als dit doorgaat, dan houden we op kerk van Christus te zijn".
Het geheim
En dan gebeurt er een wonder: Petrus gaat niet als een kemphaan tegenover Paulus staan. Er komt geen scheuring in Antiochië. Petrus luistert naar. Paulus, en hij laat zich terechtwijzen. "Paulus, je hebt gelijk; ik zit er naast. Dit is helemaal verkeerd, wat ik doe. Dank je wel, dat je mij zo duidelijk waarschuwt" .
En de gemeente in Antiochië bloeit weer op. De crisis is overwonnen, En het blijft diezelfde fijne gemeente, die het daarvoor ook was.
En het geheim daarachter: dat is weer hetzelfde als wat ik u daarstraks ook al vertelde. Antiochië was zo'n fijne gemeente: Omdat de mensen vol waren van het Evangelie van de Here Jezus, Petrus en Paulus krijgen geen' slaande ruzie: omdat ze allebei vol zijn van het Evangelie van de Here Jezus. En daarmee blijven ze bereikbaar voor de leiding van de Heilige Geest.
En dan gebeurt er zo'n prachtig wonder.
Als je maar vol bent van het Evangelie van de Here Jezus!
(volgende week verder)