Het Liedboek

1986-11-07
  • Jaargang 30
  • nummer 43
Lied 391
Als gedicht, enigszins romantisch van karakter, is dit Lied wel aanvaardbaar, al geldt dit weliswaar in 't bijzonder van het Duitse origineel.
Vergeleken hiermee staat o.i. de Nederlandse tekst op een, lager peil. Bovendien spreekt de gebruikte terminologie de gemeente niet (meer) aan, zoals b.v. in strofe 2: "De wereld die verstilde en zich in schemer hulde, wordt inniger vertrouwd". Evenzo in strofe 5: "Doe ons de eenvoud vinden en, God, voor U als kindren op aarde vroom en vrolijk zijn.". Op sommige plaatsen komt de tekst niet boven het cliché uit: "wat denken wij dan wel?" (strofe 4). Voorts. geeft strofe 3 een gebroken zin te zien: "Ziet gij de maan? De schone ... " Een voorbeeld dat het origineel sterker en beter te plaatsen is geeft o.m. de zin in strofe 3 "Zo zijn er grote zaken waar wij geen ernst mee maken" waar het origineel heeft: "vele zaken".
Tenslotte kan dan ook nog de vraag worden gesteld welke plaats dit lied in de liturgie van onze tijd zou kunnen innemen.
"De melodie behoort tot de laatste mooie uit de geschiedenis van het kerklied. vóór zij door de stromingen van Piëtisme en Rationalisme in wezen werd afgebroken".
(Cornp. p. 875). Jammer dat deze bijl het afwijzen van dit lied nu verloren gaat.
Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 392
Bij de overweging van de inhoud van dit Lied is het nuttig vooraf kennis te nemen van de achtergrond van het ontstaan ervan.
"Doodziek was de Engelse dichter toen hij het lied schreef. Als voorganger had hij op 4 september 1847 voor het laatst de dienst geleiden met moeite nog gepreekt.
Diezelfde avond schreef hij de 8 strofen. (De derde tot en met de' vijfde worden meestal in de gezangboeken weggelaten en ook nu weer in het Liedboek Ten onrechte, want het geheel is overtuigend, 311bleek het niet zo eenvoudig in het Nederlands een even overtuigende taal te spreken.) Na deze afscheidsdag vertrok hij naar Zuid-
Frankrijk, ongeneeslijk ziek. Hij stierf 20 november 1847). (Comp. p. 876). Wat de tekst betreft: het is duidelijk dat deze niet bepaald sterk is en bij de eerste regel van strofe 3 b.v. valt het lang aanhouden van het woordje "is" in dit verband ook op. Strofe 5 zou gevoegelijk kunnen worden weggelaten.
..Het is een van de meest geliefde liederen van de Engelstaligeahristenheid geworden.' Zo geliefd zelfs, dat vele jaren lang dit gezang van een doodziek mens werd aangeheven bij de Community-singing op Wembley voor de eindstrijd om de Engelse voetbalbeker".
(Comp. p. 875).
De bekende, mooie melodie is dezelfde als die van lied 358.
Tekst: 2; melodie: 3.

Lied 393
Dit Lied van de hand van een anglicaans geestelijke, die veel voor de zingende gemeente heeft gedaan en vooral voor kinderliederen zich moeite heeft gegeven en dat .door de bekende dichteres Jacqueline van der Waals is vertaald, vertoont een zeer goede, in alle strofen doorlopende tekst. De inhoud komt daardoor dan ook erg goed tot zijn recht: duidelijk en krachtig.
De melodie sluit zich hierbij uitstekend aan.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 394
Voor de gemeentezang van nu achten we dit Lied met deze tekst niet geslaagd. De taalvorm is teveel verouderd: de rust begint erbarmend uit te stromen" (strofe 1); "de slaap zal sterken tot louter leven, stervensmoed" (strofe 4).
Taal en inhoud zijn onvoldoende evenwichtig: "Er is gearbeid en gezondigd" (strofe 2); "Heer, schik Gij zelf dan onze leden tot korte of lange slapenstijd" (strofe 6).
Een beschouwing van het geheel leidt tot de conclusie dat een lied zingen niet altijd gelijkwaardig zal zijn aan het declameren van een gedicht.
De onbekende melodie zal bij enige oefening niet moeilijk blijken voor de kerkzang.
Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 395
Ook 'voor het verstaan van de 'tekst van dit Lied is het goed enige achtergond-informatie te hebben omtrent het ontstaan ervan, De dichter zegt hierover het volgende: "De hele dag had ik, bij het vertalen en bewerken van geestelijke liedteksten, vrome woorden samengerijmd en ik voelde mij 's avonds op mijn kamer voor het slapen-gaan beschaamden ver van God. Woorden, woorden en ik had zelf geen woorden meer om tegen God te zeggen. Zo is dit vers toen ontstaan als een persoonlijk gedicht,om te zeggen, wat ik' niet zeggen kon, om te wachten op Gods eigen spreken: "Spreek zelf in' mij het rechte woord. Zo vaak ik woorden voor U vond, heb fk mij in mijn woord vermomd".
De volgende morgen las ik het aan mijn vrienden voor, en die zeiden: "Doe het er maar bij". (Comp. p. 883). Het lied draagt dus een zeer persoonlijk karakter en is geheel afhankelijk van een bepaalde situatie. In zijn afstotende en aantrekkelijke elementen valt een Barthiaanse gedachtenwereld te ontdekken.
Vanwege al deze elementen kan het o.i, niet als gemeentelied goed functioneren. Daarbij bevat strofe 3 nog een min of meer mystiek element in de woorden: "Nu wacht ik tot Gij zelve komt".
De melodie is die van Psalm 132.
Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 396
De tekst van dit Lied zal ongetwijfeld beter verstaanbaar zijn wanneer het geplaatst wordt tegen de achtergrond van' het tijdsbestek waarin het is ontstaan: de tijd van Reformatie en oontra-reformatie.
In dit verband is duidelijk de zinsnede in strofe 1: "Wij danken U, dat Gij ons in zo menig groot gevaar genadig hebt beschermd dit jaar".
Over 't geheel genomen is de tekst echter tamelijk vlak en staat op een te laag niveau: "Het oude jaar is nu voorbij" (strofe 1);O Geest houd onze harten vrij van dwaling en afgoderij" (strofe 3); "heb ook dit jaar met ons geduld" (strofe 4); "laat ons ... leven en vredig sterven, Heer ,en opstaan op de jongste dag en schouwen wat geen oog ooit 'zag" (strofe 5).
De melodie is wel goed, maar niet eenvoudig, zodat enige oefening vooraf wel gewenst is. Het lied moet niet te snel worden gezongen: tel-eenheid de kwart-noot.
Tekst: 2; melodie: 3.

Lied 397
De inhoud' van dit (oorspronkelijk Engelse) Lied is duidelijk bepaald door de 90e Psalm. "De grootse gedachten daaruit over het voorbijgaan van de geslachten der mensen en de eeuwigheid van God 'Worden ons door de dichter in eenvoudige woorden naderbij gebracht. De korte, gedrongen regels laten geen enkele uitweiding toe, maar dwingen tot concentratie op de hoofdzaak, die zeer direct tot uitdrukking komt, juist doordat het wij en het ons uit de psalmtekst zijn behouden". (Comp. p. 885). I Wat de melodie betreft: deze is behoorlijk' populair geworden in de loop der jaren, vooral dank 'zij de opname in de Hervormde bundel-1938. Gelet moet worden op de herstelde ritmiek: de eerste notten zowel als de laatste noten van elke regel zijn lang.: Tekst:}; melodie: 3.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief