Concentratiekampen en het geloof in God

2008-04-25
  • Jaargang 52
  • nummer 9
Je kunt God na de gruwelen van de nazi concentratiekampen niet anders meer zien dan als een machteloze, meelijdende God. Dat moderne godsbeeld is na de Tweede Wereldoorlog bij veel mensen in de plaats gekomen van het klassieke godsbeeld van een goede, almachtige Vader. Hij kon er ook niets aan doen, anders had Hij dat vanuit zijn liefde wel gedaan. De gedachte dat Auschwitz noodzakelijk tot dit moderne godsbeeld moet leiden, stuitte bij mij altijd op intuïtieve bezwaren. Als ik zulke uitspraken hoorde, dacht ik altijd: wat zeggen de slachtoffers van de concentratiekampen nu zelf over hun lijden en God? Voerden de ervaringen van de slachtoffers van Auschwitz hen als vanzelf naar de 'theologie na Auschwitz'?
Dit is meteen ook het interessante van het proefschrift van Neerlandica Bettine Siertsema 'Uit de diepten' waarop zij op 7 november 2007 promoveerde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In haar studie laat zij de slachtoffers van het nazi-regime zelf aan het woord.
Althans: zij bestudeerde alle, meer dan honderd, gepubliceerde Nederlandse dagboeken en memoires over de concentratiekampen.
Haar onderzoeksvraag was: hoe hebben mensen die in het kamp zijn (geweest) hun geloof in God kunnen bewaren - voor zover ze dat hadden - en hun vertrouwen in de mens en in menselijk samenleven?

Egodocumenten
De dagboeken brengen ons heel dicht bij de ervaringen die mensen hebben opgedaan in de kampen. Er zijn dag-
boeken die getuigen van Nederlandse kampen zoals Westerbork, Amersfoort en Vught. Maar ook vanuit Bergen-Belzen, Dachau, Natzweiler en Auschwitz hebben Nederlanders hun ervaringen doorgegeven. De memoires zijn van na de oorlog en worden ingedeeld in Joodse memoires, christelijke memoires en overige (waaronder die van communisten). Juist in het laatste decennium is er weer een hausse te zien van publicaties van overlevenden.

Waardigheid
Siertsema laat zien hoe mensen geprobeerd hebben zich aan te passen aan het kampleven en de daar geldende hiërarchie. Hoe ze geprobeerd hebben nog iets van hun menselijke waardigheid te behouden. Want daar was het leven in een concentratiekamp systematisch op gericht: de vernietiging van de menselijke waardigheid. Eén van de bekendste christelijke schrijvers die besproken wordt, is Floris Bakels. Hij schrijft zijn memoires 'Nacht und Nebel' in 1977, op aandringen van zijn familie, zijn arts en dr. L. de Jong. Bakels geeft aan dat mensen moeten weten hoe een terreurbewind functioneert. Dat is belangrijk omdat de mensen zijn voortgegaan op de weg van de 'God-verzaking' en het ongeloof. Bakels getuigt met zijn memoires van zijn geloof dat hij in het kamp ondanks enkele ernstige crises bewaard heeft.
Bij de bespreking van Floris Bakels laat Siertsema zien hoe hij geworsteld heeft met de verandering die je in zulke omstandigheden ondergaat. Het stelen van een brood van een medegevangene ging in zijn beleving bijna buiten hem zelf om, hij stal bijna onpersoonlijk, als met een klauw. Hij komt tot zichzelf als hij opeens direct in de ogen van zijn medegevangene kijkt. Deze ervaring vertelt hij als een onderdeel van zijn zelfkritiek. Zoals veel overlevenden van de Holocaust heeft Bakels last van ernstige schuldgevoelens. Bekend is het verschijnsel van de 'survivor's guilt': het schuldgevoel dat jij het overleefd hebt en anderen niet. Als lezer realiseer je je dan dat de bevrijding uit de concentratiekampen aan het eind van de oorlog niet altijd een absolute waarde heeft. Siertsema noemt het boek van Floris Bakels één de rauwste teksten die zij bespreekt, zowel naar de inhoud als naar de manier van vertellen. Bakels schrijft ook niets verhullend over de SS'ers en dat valt op omdat de daders in de dagboeken en de memoires over het algemeen weinig aandacht krijgen. Als het over hen gaat, dan valt in de verschillende teksten vooral het woord 'domheid' op.

Persoonlijk geloof
Bij de Joodse auteurs zie je dat voor velen het geloof problematisch is geworden. Ongeveer de helft is het geloof door de oorlogservaring kwijtgeraakt, concludeert Siertsema op grond van de geschriften. Voor sommigen is dat geleidelijk (na de oorlog) gegaan, voor anderen meteen bij de binnenkomst in het kamp. Over Elie Cohen vertelt Siertsema dat hij volgens eigen zeggen “God in Auschwitz” gelaten heeft, maar tegelijkertijd zegt hij dat het geloof in een rechtvaardige God nooit zijn deel is geworden. Sommige Joodse auteurs zeggen dat God door de gruwelen toe te laten het verbond van zijn kant verbroken heeft. Dat is één van de meest hartverscheurende geluiden die je in de Joodse documenten kunt tegenkomen. Siertsema laat zien dat Joodse auteurs wat het geloof betreft een wijder spectrum bestrijken dan christelijke auteurs. Het spectrum loopt van gelovig orthodox tot eenvoudigweg Jood-zijn vanwege je afkomst.
Je kunt bij de laatste groep minder spreken van een persoonlijk geloof dat je al dan niet verliezen kunt. Van sommigen kun je je derhalve afvragen in hoeverre ze vóór hun kampervaringen in God geloofden. Deze nuances maken het ook moeilijk Joodse en christelijke auteurs met elkaar te vergelijken. Een bijzondere stem in het geheel is Etty Hillesum ('Het verstoorde leven'). Zij ging min of meer vrijwillig naar Westerbork en werd uiteindelijk in 1943 naar Auschwitz gedeporteerd. Hillesum belijdt een geloof waarin zij God niet alleen ziet als een transcendente God boven zich, maar daarnaast steeds meer als een deel van zichzelf. Tegelijkertijd verwacht ze toch dat Hij de mens eens ter verantwoording zal roepen. Dit voorbeeld laat zien dat je ook moet rekenen met iemands uitgangspositie: het geloof dat iemand heeft voor de oorlog en de kampervaring.

Verbijstering
In het Persoonlijk nawoord vertelt Siertsema dat de uitkomst van haar onderzoek haar verbijsterd heeft. Niet alle mensen die in het concentratiekamp waren hebben hun geloof in God verloren. Of hebben hun geloof herzien.
Dat zou je verwachting kunnen zijn. Maar vooral onder de christenen zijn er velen die er juist sterker uitgekomen zijn. Zij zagen hun geloof bevestigd en zelfs bewezen door hun kampervaringen.
De conclusie is dat niet zozeer het godsbeeld deuken heeft opgelopen, maar het mensbeeld. In datzelfde Persoonlijk nawoord vertelt Siertsema dat zij zelf niet meer kan geloven in Gods almacht en dat ze daar een eigen ontwikkeling in heeft doorgemaakt.
Ze neemt afstand van het geloof van iemand als Corrie ten Boom als die van haar zekerheid getuigt dat haar gestorven geliefden naar de hemel gaan. Een citaat in de buurt van die opmerking: “Ik kan niet geloven in een God die als een Mengele sommige mensen naar links en anderen naar rechts stuurt, of zelfs maar kán sturen”.
Hier is toch wel een heel intrigerend contrast: iemand die de getuigenissen van kampoverlevenden bestudeert, verliest het klassieke geloof door de bestudering van het getuigenis van mensen die juist hebben vastgehouden aan dat geloof! Ik weet het: het is moeilijk voor te stellen dat deze boeken met al die duistere verhalen je niets zouden doen, maar dit Persoonlijk Nawoord heb ik als een opmerkelijke wending ervaren aan het eind van de studie van ruim zeshonderd pagina's.

Bettine Siertsema, Uit de diepten, Nederlandse egodocumenten over de nazi-concentratiekampen. Uitgeverij Skandalon, Vught, 2007. 667 p.; € 39,50.

Drs. Laurens van Baardewijk is predikant van de NGK in Loosdrecht en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief