Over de werkgroep homoseksualiteit in Christelijke Geref. en Nederlands Geref. kring
1985-11-29
De hierboven genoemde werkgroep is de laatste maanden nogal eens in het nieuws geweest. De brochure "Luisteren naar elkaar..." werd aan kerkenraden, jeugdverenigingen, bijbelkringen en kerkbladen toegezonden. In verschillende bladen verscheen een kritische bespreking. In Opbouw van1-10-'85 schreef br. C. Huizinga een antwoord aan de werkgroep, n.a.v. een door de werkgroep. Geschreven reactie op een bijdrage van hem in Koers over het Aidsvirus onder homoseksuelen.- Jaargang 29
- nummer 46
Ik heb er behoefte aan mijn positie, als ook die van br. P. C. van Wijk, ten opzichte van de werkgroep te verduidelijken. In .den lande worden onze namen regelmatig genoemd in verband met de werkgroep. En niet ten onrechte, want zowel Van Wijk als ik hebben jarenlang deel uitgemaakt van de werkgroep en hebben mede aan de wieg 'van de werkgroep gestaan. In de zomer van 1984 heb ik mijn medewerking aan de werkgroep beëindigd. Van Wijk korte tijd later. We hebben daar officieel nooit enig bericht van gedaan in de kerkelijke pers, omdat we er geen behoefte aan hadden de indruk te wekken dat we ons tegen de werkgroep gekeerd zouden hebben. De werkgroep zelf heeft het in al haar publicaties in het midden gelaten of wij nog deel' uitmaakten van de werkgroep.
De reactie van de werkgroep op het artikel van br. Huizinga, is voor ons aanleiding om onze positie publiek te verduidelijken. Wij vinden deze reactie, waarin op geen enkele wijze de wil aanwezig is om te luisteren naar een wel zeer kritische stem, beneden de maat. We achten br. Huizinga hoog vanwege de fijnzinnigheid, waarmee hij de opvattingen van anderen bespreekt of weerlegt.
We kunnen ons de gevoeligheid van vele homoseksuelen heel goed voorstellen, wanneer de ziekte AIDS ter sprake komt. De wijze waarop dit bijvoorbeeld in de VS gebeurt, is werkelijk ontstellend. Daar worden Aidspatiënten als paria's behandeld. Geïsoleerd en uitgeworpen, Toch laat de felle reactie van de werkgroep zich niet alleen uit dit Aidsdrama verklaren. Ten diepste wil men niet dat het "homoseksuele leven" op welke wijze dan ook ter discussie wordt gesteld.
Daar moeten hetero's vanaf blijven. Dat is iets wat homo's zelf moeten uitmaken. Men wil eigenlijk geen enkel, argument horen, waarin homoseksuele omgang onder kritiek wordt gesteld.
Dit klinkt hard. Ik besef dat heel goed, maar dit punt is dan ook het aangelegen punt, waarop de werkgroep en Van Wijk en ik uit elkaar zijn gegaan. Binnen de werkgroep werd verschillend gedacht over het verstaan van de Schrift. De bijdragen in de brochure “Luisteren naar elkaar…” weerspiegelen dat verschil ook. Maar nog gevoeliger ligt het, wanneer het gaat over vragen rondom de seksualiteit. Want de seksualiteit heeft direct te maken met iemands identiteit. Wie zichzelf op welke wijze dan ook wil manifesteren als homo, wie trots is op zijn/haar homo zijn, voor hem/haar is de homoseksuele beleving iets onopgeefbaars. De verschillende homobewegingen stellen zich ten doel dit homo-zijn zo sterk mogelijk te profileren, waarbij de kreet “hoera, ik ben een homo” de slogan is die de homo-emancipatie kort samenvat. Je bent homo met alles er op en er aan. Iedere terughoudendheid t.a.v. de seksualiteit wordt in homoseksuele kringen gezien als een aanslag op de identiteit. Daarmee ontneem je iemand iets dat er wezenlijk bij hoort Toch belemmert juist deze opstelling een gesprek over wat nu onderwerp van gesprek moet kunnen zijn. En datzelfde geldt ook voor de stelling die' telkenmale geponeerd wordt: "Als het om de liefde gaat, wat kan daar dan voor slechts aan zijn?"
De liefde is m.i, niet de enige norm, die voor een relatie tot gelding gemaakt moet worden.
Liefde is het hart van de wet, het hart van het gebod. De motor, waardoor Gods geboden heilzaam voor een mens gaan functioneren. Wie zich op de liefde beroept als de uiteindelijke norm, trekt zich in feite terug uit de discussie.
Wanneer ik dé Schrift legnaast de, situatie, waarin we vandaag leven, dan ben ik steeds meer geneigd om te zeggen, meer nog dan in mijn bijdrage aan de brochure, de weg van de onthouding is verre te verkiezen boven de weg die vele homoseksuelen tenslotte niet blijken aan te kunnen. Zeker in de wereld van de mannelijke homoseksuelen is het ontbreken van de heilzame polariteit van' het mannelijke en het vrouwelijke, zoals de Here die in de schepping van de mens gegeven beeft, één van de oorzaken, waardoor men een vaste relatie niet aankan en er vaak meerdere vluchtige relaties. op na houdt. De signalen, die ik de laatste tijd opvang uit homoseksuele gemeenschappen, stellen mij bepaald niet gerust. Op dit punt ben ik geneigd meer afstand te nemen van mijn eigen conclusies, zoals ik die in mijn bijdrage in liefde gebonden verwoord heb.