Doleantie-herdenking (3)

1986-11-21
  • Jaargang 30
  • nummer 45
Vandaag nog een aantal overpeinzingen, voortspruitend uit het op 8 oktober in Zoetermeer gehouden Doleantie-forum.
Eerst een paar opmerkingen die betrekking hebben op de Nederlands Hervormde kerk, en dan nog iets over de Gereformeerde kerken Vrijgemaakt.

Ned. Herv . kerk
Dominee Poot (N.H.) karaktenseerde in 'zijn korte inleiding (ieder van de vijf predikanten kreeg daar vijf minuten voor) de Hervormde kerk als een Christus-belijdende volkskerk. Hij tekende de N.H. kerk als een middelpunt met twee cirkels daar 'Omheen. Het middelpunt is het Evangelie van Christus en de verkondiging daarvan. Rondom dat middelpunt vormt zich een eerste cirkel: de gelovige belijders.
En daar buiten omheen zit nog een tweede, veel grotere cirkel: de "schare", zoals ds Poot dat noemde.

De belijdenis
Later 'Op de avond, tijdens het forumgesprek, ontspon zich op een gegeven moment 'een diskussie tussen 'enerzijds ds Poot, en anderzijds ds Peels (Chr. Geref.) en ds ' Ulehake (Geref. Vrijg.). De beide laatsten spraken ds Poot aan op de handhaving van de belijdenis in de Ned. Herv. kerk. Wat doet men in de Hervormde kerk met hen, die afwijken van de belijdenis?
In artikel X van de Hervormde kerkorde van 1951 wordt gezegd, dat de kerk weert al wat haar belijden weerspreekt. Maar gebeurt dat ook echt? Funktieneert artikel X in de praktijk?
Nu zijn dit stellig vragen, die gesteld moeten worden. De N. H. kerk heeft er zelfs recht op om hierop aangesproken te worden. De Christelijke liefde wordt immers een karikatuur van zichzelf, wanneer haar hoogste wijsheid zou bestaan
in de volstrekte vrijblijvendheid van de oeverloze tolerantie,

Toen en nu
En toch is er" dunkt me, juist bij een herdenking van de Doleantie van honderd jaar geleden, ook ruimte 'Voor een benadering vanuit een andere invalshoek.
Laten we nu eens naast elkaar zetten de Ned. Herv. kerk van 1886 en die van 1986. Wat is er dan veel veranderd in 100 jaar! Beter gezegd: wat is er veel ten goede veranderd, wat is er veel verbeterd in honderd jaar!
Natuurlijk: daar zijn op een heleboel punten best kritische kanttekeningen bij te rnaken - en in onze vrijgemaakte traditie hebben wij' daar ook een scherp oog voor ontwikkeld - maar er is alle reden 'Om nu ook eens het positieve te benadrukken: de regentenkerk van 1886 is geworden de Christusbelijdende volkskerk van 1986; de reglemententbundel uit 1816 is vervangen door de volwaardige kerk-orde van 1951; de vrijzinnigheid is van hoofdstroming randstroming geworden; en heel veel broeders en zusters in Christus zijn via het kanaal van die grote Hervormde kerk' tot geloof gekomen in hun en onze Heiland Jezus Christus.
De apostel Paulus verblijdde zich erover, dat Christus verkondigd werd, zelfs als dat gebeurde door mensen, met onzuivere bedoelingen (Filip. 1 : 18). Zouden wij dan niet des te meer reden hebben, om ons te verblijden over het vele goede, dat onze hemelse Vader in en door de Ned. Herv. kerk gegeven heeft 'en nog geeft?
Wij zijn gewend de Here te danken, omdat Hij voor ons als Ned. Geref. kerken zorgt en ons bewaart.
En terecht. Wij hebben veel ontvangen om dankbaar voor te zijn. Maar zou nu de herdenking van honderd jaar Doleantie geen goede reden zijn, om de Here 'Ook eens te danken omdat Hij voor de Ned. Herv. kerk gezorgd en haar opeen onvermoede manier bewaard heeft? Ontdekken we, als we toen en nu naast elkaar leggen, niet een heleboel stof tot dankbaarheid?

De schare
Ik zou hier nog iets anders naar voren willen brengen; iets dat te maken heeft met "de schare", die tweede, wijdere cirkel van de Ned. Herv. kerk. Wie behoren er zoal tot die "schare"? Wel, dat zijn allen, die ingeschreven staan in de registers van de kerk, maar die zelden of nooit in de kerk komen.
Het zijn met name heel veel doopleden en geboorteleden (= niet-gedoopte kinderen van Hervormde ouders).
Wij staan daar vreemd tegenaan te kijken. Het is ook een manier van kerk-zijn, die voor ons onmogelijk is. En juist 'Op dat laatste punt zou ik willen inhaken om te proberen iets positiefs te ontdekken in het bestaan van die schare.
Voor ons onmogelijk, schreef ik daarnet, immers: wie bij ons afhaakt, komt dikwijls-onmiddellijk in de buitenkerkelijkheid terecht (ik heb het nu uiteraard niet over hen; die bewust kiezen voor een andere geloofsgemeenschap). In de Ned. Herv. kerk zit tussen' het meelevend kerklid zijn en de buitenkerkelijkheid als het ware nog een brede buffer, en dat is: die schare. Anders gezegd: de schare fungeert als vangnet boven de buitenkerkelijkheid.
Men zou kunnen zeggen: Nu ja, dat is een mooi idealisme, maar 't stelt natuurlijk niks voor. Maar wie dat zegt, vergist zich, naar mijn overtuiging. Typerend voor die schare namelijk is het, dat velen die ertoe behoren weliswaar zelden of nooit in de kerk komen, maar toch wel degelijk prijs stellen op de naam Nederlands Hervormd.
(Hierin zit ook iets van het "Hervormde kerkgevoel"; dat is er wel zekert) Bijeen opname in een ziekenhuis of een verpleeghuis zullen zulke mensen dan ook bijna altijd opgeven, dat ze Hervormd zijn; en bij een volkstelling zie je precies hetzelfde.
Opnieuw liggen de kritische kanttekeningen natuurlijk voor het oprapen.
Maar weer zou ik het positieve willen benadrukken: de deur staat tenminste nog op een klein kiertje open, er is nog een dun draadje, dat deze mensen verbindt met de kerken met de Here. Natuurlijk: je 'zou graag willen, dat die deur wagenwijd openstond, en dat het dunne draadje een dikke kabel was, Maar dit is er dan tenminste nog.
Wij, 'als kleine kerken, zijn die schare allang kwijtgeraakt. Deze manter van kerk-zijn - ik schreef hetal - is voor ons onmogelijk. Er is op dit punt een duidelijk verschil tussen enerzijds de Nederlands 'Hervormde kerk en anderzijds de 'kleinere 'kerken.
Ikzou ervoor willen pleiten om dat verschil niet als uitsluitend negatief te zien, Wij' moeten van de Hervormde kerk niet vragen te worden als wij, en de Hervormde kerk moet van ons niet vragen te worden als zij. We hebben ieder onze eigenheid, en we hebben ieder de opdracht om die eigenheid dienstbaar te maken aan en vruchtbaar te maken voor het Lichaam van Christus.

Geref. Vrijgemaakt
Tenslotte, veel korter, nog iets over onze Gereformeerd Vrijgemaakte broeders en' zusters. Naar aanleiding van het Doleanëie-forum vind ik het de moeite waard twee positieve punten te noteren.
In de eerste plaats, dat de aanzet tot dit forum gegeven is door leden van de Vrijgemaakte kerk; op hun persoonlijk initiatief is het Doleantie Comité gevormd, dat uiteindelijk de forum-avond organiseerde.
En in de tweede plaats zijn er de (voorlopige) resultaten van een op de avond zelf gehouden enquête.
Daar moet je uiteraard niet te veel uit willen afleiden, maar 't is in elk geval al iets, dat het Comité konkludeert, dat de waardering van de avond in gelijke mate positief is door alle kerken heen. De Vrijgemaakte predikant, dominee Ulehake, heeft zich in het forum niet geprofileerd als een "ware-kerkman"; hij was gewoon één van de vijf collega's. Kennelijk is daar dus ruimte en zelfs waardering voor in Vrijgemaakte kring.
Deze beide konstateringen zou ik als lichtpuntjes willen beschouwen in de relatie met deze kerken, die ons, niet alleen historisch gezien, het meest nabij zijn.
Wie weet, misschien zijn het in het winterse landschap kleine voorboden van een naderende lente. Dat geve God.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief