Zoeken door je Bijbel
1984-01-13
De vragen gaan deze keer over ENGELEN in de Bij bel.- Jaargang 28
- nummer 2
Engelen zijn boodschappers van God. In het Oude en in het Nieuwe Testament komen we engelen tegen die aan enkele mensen een boodschap van God moeten brengen.
De Here Jezus kreeg eens de vraag wie de grootste, de belangrijkste, is in het Koninkrijk der hemelen. Toen riep Hij een kind bij zich en Hij zei tegen de grote mensen dat ze gelijk moesten worden aan een kind.
Daarmee bedoelde de Here Jezus dat de grote mensen zich zelf niet zo belangrijk moesten vinden. In datzelfde hoofdstuk vertelt de Here Jezus ook dat er engelen zij n die voor de kinderen zorgen. Dus ook voor jou. En die engelen zien altijd God de Vader. Zo belangrijk is dat!
Dan nu de opgave.
Je moet achter iedere letter een A woord invullen met de volgende omschrijvingen:
A. Bij wie kwamen de 2 engelen uit Genesis 19: 1?
B. Naar welk gebouw ging de engel uit Handelingen 12: 6 en 7?
C. Bij welke vrouw kwam de E engel uit Lucas 1: 26 en 27?
D. Wie droomde in Genesis 28 : 12 over engelen?
E. Wie werd in Handelingen 12 : 7 door een engel wakker gemaakt?
F. Wie werd in Daniël 6: 23 door een engel gered?
G. Wie kregen in Lucas 2 : 10 een blijde boodschap van een engel?
H. Wie zag in LucasI : 11 een engel toen hij bezig was met offeren?
I. In Handelingen 1 : 10 en 11 spraken 2 engelen tegen de leerlingen van Jezus. Noem een ander woord voor leerlingen.
J. In Johannes 20 : 1-18 verschenen 2 engelen ,aan een vrouw die Jezus liefhad. Hoe heette die vrouw?
Als je de woorden goed hebt ingevuld, moet ie in het rechter deel van de figuur bij ieder getal een letter invullen. Bij gelijke getallen horen gelijke letters.
Daarna lees je van boven naar beneden een tekst uit de Bijbel. Dat is de tekst waarin de Here Jezus vertelt over engelen die voor de kinderen (de kleinen) zorgen. Daarom mogen die engelen altijd God de Vàder zien.
Oplossing vorige week: A2 - B7 - C6 - D9 -E5- F1 - G4 –H3 -I8 – J15.