Pastorale Notities
1985-01-18
Preekvoorziening- Jaargang 29
- nummer 3
In het rijtje van ondergewaardeerde functies binnen de kerk moet ook een plaatsje ingeruimd worden voor de preekvoorziener, resp. depreekvoorzienster.
Vroeger zorgden de-scriba's voor de preekvoorziening. maar het is zo'n moeilijke klus dat de kerkeraden er een broeder of zuster apart voor gevraagd hebben.
Welke zijn de problemen die zich voordoen? Ten eerste: de chaotische administratie die vele predikanten erop nahouden.
Ik denk hierbij aan vroeger, toen we als studenten in de leeszaal van de Kamperschool in, het weekend nagingen waar prof. Schilder 's zondags preken moest. We Vonden dan op dezelfde zondag 2x in Zaamslag èn 2 x in Uithuizermeeden; prof.dr K. Schilder. Hij was een goedig man, hij kon moeilijk iets weigeren, Hij moest echter toch één van de twee kerken afzeggen, maar zo'n kerk eiste dan een andere zondag ervoor terug.
Ik had met hem te doen. De man had al zoveel aan z'n hoofd en dan nog elke zaterdag met de trein op weg, z'n vertrouwde gezin en huis verlaten, naar vreemde mensen toe, in een koud logeerbed slapen en 's màandags pas terug. Dominees hadden toen nog geen auto's en op zondag reizen met de trein werd niet goedgevonden. Als te er zelf geen bezwaar tegen had, liet je het na om der wille van de gemeente. Zo kom ik tot het tweede probleem van mijn zegsvrouwe, die preekvoorzienster is. Zij aarzelt om een predikant op te bellen die huis en haard zal moeten verlaten om haar ter wille te zijn met de inwilliging van een preekverzoek. Als zo'n man een gezin heeft met zorgen en al, mag ik het hem dan, aandoen, vraagt te zich af, om ook 's zondags nog van huis te zijn?
Een derde probleem is: hoe krijg ik de dominees te pakken.
Om te beginnen zijn ze zelden thuis en bovendien worden hun agenda's bewaakt door hun vrouw. Het mag onbehoorlijk heten, als je iemand belt en z'n vrouw neemt op, om dan niet te zeggen, waarover je hàar man had willen spreken. Je behoort dat aan zijn vrouw te zeggen, ook al zou zij je geen antwoord kunnen geven; maar in het geval van een preekverzoekmoet jedie fatsoensregel overtreden. Je moet niet zeggen, waarover het gaat, want dan zegt z'n' vrouw: ,,0, dan kan ik U wel zeggen, dat dit niet zal gaan, mijn man heeft namelijk geen vrije zondagen meer." Annex aan dit derde probleem is, dat menige predikant antwoordt op een preekverzoek per telefoon, dat hij z'n agenda niet bij zich heeft of de agenda van '86 of '87 nog niet heeft en of je over een paar dagen terug wilt bellen. Doe je dat, dan blijkt hij geen vrije zondagen te hebben omdat hij geheel en al gebonden zit aan die akelige rui/schema's van tegenwoordig. .
I Het vierde probleem is van geheel andere aard. Je hebt enkele predikanten kunnen strikken, maar dan maakt de kerkeraad bezwaar, omdat de reiskosten de pan uitvliegen bij die ;en die, of de gemeente maakt bezwaar: Hoe kon u dié nou uitnodigen. En als dit vierde probleem zich niet voordoet, en er dus geen bezwaar is, dan moet je .alsnog onderdak zien tekrijgen, maar bij wie? In welk gezin past hij een beetje? Tenslotte, na al die moeite, vraagt de preekvoorziener zich af of hij/zij niet overbodig werk doet, want waarom zou een ouderling niet voorgaan? Een broeder uit eigen midden? Maar dat wordt altijd met minachting een leesdienst genoemd, alsof vele predikanten niet evenzeer hun preek voorlezen. Niet.alleen de preekvoorziener wordt onder schat, de eigen ouderling ook.