Over de harmonie van "moeten" en "mogen"
1984-02-10
De vorige keer hebben we kritiek geleverd op de stroming die het gebod uit het leven-met-de-Here wil uitbannen. Het leven-in-de-Geest zou geen geboden meer kennen. Is het immers niet zo, dat het gebod een "moeten" in zich besluit? En is "moeten" geen dwang? En zou de Here gediend zijn van "geveinsde" onderwerping? We zagen, dat deze gedachtengang in de praktijk altijd weer schipbreuk lijdt. Maar dat bewijst - zo zeggen de voorstanders - haar onjuistheid niet.- Jaargang 28
- nummer 6
Dat bewijst alleen, dat we niet leven op het niveau, waarop Christus ons door zijn verlossingswerk gesteld heeft. Dat bewijst alleen, dat we niet echt uit de Geest leven. En men blijft bij zijn overtuiging: "Moeten" mag niet meer en "mogen" moet!
Vaak beroept men zich op wat Paulus over wet en gebod naar voren brengt. Ook Paulus zou leren, dat de tijd van het gebod en van het "moeten" voorbij is!
Is de wet afgeschaft?
Inderdaad treffen we bij Paulus sterke uitdrukkingen aan. Zo zegt hij tot de gelovigen in Rome, dat zij niet onder de wet maar onder de genade zijn (Rom. 6 : 14). Hij zegt ook, dat Christus het einde van de wet is, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft (Rom. 10: 4). Wat bedoelt Paulus daarmee?
Paulus zegt met nadruk, dat de wet heilig is en dat ook het gebod heilig is en rechtvaardig en goed (Rom. 7 : 12). Ook Paulus weet heel goed, dat de wet een heilige onderwijzing is, waarin de Here zijn volk leert op de rechte wegen te gaan. In de wet legt
God het beslag van zijn liefde op het volk van zijn keuze.
Het is door de zonde, dat die heilige en goede wet op een verschrikkelijke wijze is gaan functioneren. Door de zondaar werd het gebod als een zware last aangevoeld, als een dwang die tot verweer en tot zelfhandhaving moest prikkelen. De wet als "kracht der zonde" (1 Kor. 15 : 56). De heilige wet heeft steeds weer de slapende en sluimerende zonde geactiveerd en tot 'n verschrikkelijke "wakkerheid" gebracht.
"Toen het gebod kwam begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven" (Rom. 7 : 9).
Het verweer tegen God kan op twee manieren geschieden: op een grove en op een vrome manier. Luther sprak treffend van stinkende en van blinkende zonden. De gemeenschappelijke noemer van beide is, dat je probeert "van God af te komen"! De grove zondaar doet dat door het gebod te verwerpen. Hij wenst zelf over zijn leven te beschikken. Geen God en geen meester! De schijn-vrome zondaar is bang voor God. Hij grijpt de wet aan om God tevreden te stellen.
Hij weigert de echte blijmoedige overgave van zijn leven in Gods hand. Hij leeft - ook hij ! - in zelfhandhaving!
Hoe kan ik op mijzelf "recht-op" voor God blijven staan?
En hij betaalt om van God af te komen.
Hij betaalt in werken-van-vroomheid!
De farizeeërs, Paulus aanvankelijk, de jonge Luther! En Luther zal later eerlijk bekennen, dat hij de God, die hem zo aandreef en opdreef door zijn geboden, ... dat hij die God heeft gehaat!
Inderdaad, "blinkende" zonden, zonden-van-vroomheid!
Door de zonde kreeg de goede en heilige wet een verschrikkelijke betekenis.
Zij dreef aan tot verweer en zelfhandhaving. Zij bracht tot zonde en tot schuld. Zij plaatste haar hoorders in een zonde-en-schuld-gevangenis!
Een verschrikkelijk bewind: Aanklacht, schuld-gevangenschap! Paulus' uitdrukking "onder de wet zijn" krijgt de betekenis van: in de gevangenis zitten, onder het oordeel verkeren, onder de vloek staan!
Deze verschrikkelijke functie van de wet ging niet buiten de Here om. Het is de Here beslist niet uit de hand gelopen.
Ook daarop wijst Paulus. Hij zegt, dat de zonde door het goede (de wet) mijn dood heeft bewerkt, opdat de zonde bij uitstek zondig zou worden door het gebod (Rom. 7 : 13). ".... opdat...." ! We staan hier voor de heilige gestrengheid van de Here, die niet toelaat dat de zonde in een soort sluimerstaat blijft verkeren maar haar door zijn geboden aan het licht brengt en haar ten volle ontmaskert als vijandschap! De heiligheid van Gods versmade liefde weigert met een "half antwoord" genoegen te nemen.
De wet brengt naar buiten en naar boven wat tevoren rustte op de bodem van de harten. Dat is verschrikkelijk.
Maar Hij is de Heilige!
In dit verband wil ik even ingaan op enkele vragen, die vaak omtrent de functie van de wet gesteld worden.
Bedoelde God met zijn wet eenvoudig de gehoorzaamheid van zijn volk of bedoelde Hij door zijn wet eigenlijk alleen maar de verschrikkelijkheid van de zonde aan het licht te brengen? En in verband daarmee vraagt men ook wel, hoe Mozes het gebod als "niet te moeilijk" kan kwalificeren, terwijl toch de onderhouding van de wet in de geschiedenis altijd weer is mislukt (Deut. 30 : 11).
Ik geloof, dat de veronderstelde tegenstellingen in werkelijkheid niet bestaan!
Hoe kàn de wet de zonde blootleggen, als de Here niet echt en wezenlijk bedoeld heeft, dat zijn geboden zouden worden gehouden? Wordt de zonde van onze onwil en van onze onmacht niet allerverschrikkelijkst aangewezen, als Mozes, de Man Gods, ons voorhoudt, dat het gebod niet te moeilijk is? Zonde is niet, dat we geweigerd hebben een parel te halen van een onmogelijke hoge en gevaarlijke berg! Zonde is, dat we geweigerd hebben wat vlak voor ons lag! Als de Here vraagt, wat er dan te zwaar was in zijn geboden, dan staan we verstomd! Dàt is het vreselijke van de zonde!
AIR we het hebben over Gods bedoelingen met zijn gebod en we daarover zelfs in de geschiedenis een grote strijd zien ontstaan tussen luthersen en gereformeerden, dan moeten we bedenken, dat we eerbiedig met de Bijbel moeten oplopen om de Here te leren kennen. Dan leren we altijd weer te spreken "met twee woorden" zonder dat we tot een "sluitrede" kunnen komen. De Here heeft de gehoorzaamheid bedoeld. En Hij bedoelde evenzeer de zonde aan het licht te brengen. Het tweede zou niet kunnen zonder het eerste!
Van deze verschrikkelijke heerschappij van de wet, van deze gerechtsdienaar en cipier van onze schuldgevangenis, heeft Christus ons nu bevrijd. Dat is de wonderlijke genade van God.
Ook Paulus liet zich door de wet drijven tot zelfhandhaving voor het aangezicht des Heren. Hij joeg naar dat "niveau", waarop hij zou kunnen zeggen: Ook de Here zelf kan op mijn leven geen aanmerkingen meer maken. Met ijver zocht hij dat te bereiken.
Op de weg naar Damascus kwam de grote ontmaskering. De ijveraar voor de wet van God bleek een hater van Gods genade in Christus!
Zoals al eerder de farizeeërs voorop hadden gestaan in de verwerping van Christus! Uiteindelijk terwille van hun zelfhandhaving tegenover de Here! Hoe heeft het kruis van Christus ontmaskerend gewerkt!
Wat heeft het de vijandschap tegen God blootgelegd. Maar God heeft zijn plan uitgevoerd. Zijn werk werd volbracht.
En Paulus zat neer bij de ruïne van zijn vrome leven, bij de zonde waartoe hij zich door Gods heilige wet had laten drijven! Maar de Here was zeer genadig. Het vreselijke bewind dat de wet door de zonde had moeten uitoefenen werd gebroken.
Van nu af verkeerde Paulus onder de genade!
Tegenover de vroegere zondige omgang met de wet en de geboden kan Paulus met blijdschap zeggen, dat thans buiten de wet om gerechtigheid Gods is openbaar geworden voor allen die geloven (Rom. 3 : 21).
Toch zien we, dat Paulus' brieven vol vermaningen zijn. En dat hij concreet weet te spreken van de zonden van de heidenen. En een kind kan in wat Paulus zegt de wet van de Here herkennen.
Het gebod wijkt niet. En het "moeten" wordt niet opgeheven.
In Rom. 13: 9 zegt Paulus, dat de geboden - het zevende, het zesde, het achtste, het tiende, - worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Een samenvatting is iets anders dan een vervànging! De liefde is wel de vervulling maar niet de vervànging van de wet, zoals Prof. Douma zeer terecht schrijft (J. Douma, Verantwoord Handelen, Van den Berg, Kampen, 1983, blz. 98).
"Onder de genade zijn" betekent niet dat je geen geboden meer behoeft te (er)kennen. Paulus stelt ons wèl de vraag: Worstel je met behulp van de wet vanuit het donker naar de verzoening met God toe? Of leef je gehoorzaam van die verzoening met God uit?
Van dat eerste zijn we door Christus verlost. In dat tweede léven we! Onder de genade, in de kracht van de Geest!
De harmonie
W( mogen dus niet zeggen, dat het gebod is afgeschaft. Maar we hebben nog wel iets meer geleerd. De ganse geschiedenis van de omgang met de wet vóór de komst van Christus leert ons, dat Gods goede en heilige wet niet heeft kunnen landen in het leven van zijn volle. Men verwierp het 'heilige "moeten" terwille van een eigen vrijheid. Of men greep het "moeten"
aan om zich tegenover de Here te handhaven zonder dat men oog kon krijgen voor het voorrecht, voor het "mogen" van het dienen van God!
En juist daarin kwam de zonde op een verschrikkelijke wijze aan het licht. Juist daarin werd de liefde zo vreselijk gemist!
De harmonie van "moeten" en "mogen", van gebod en voorrecht, is niet te vinden buiten onze Here Jezus Christus om. Als we niet in Hem zijn en uit zijn kracht leven door de Geest, dan zal de droeve geschiedenis zich herhalen en de schuld zal nog worden verdiept. "De ware liefde luistert naar de wetten" - een mooie versregel. Maar ze is slechts waarheid in Christus. Slechts in Hem zuilen "moeten" en "mogen" elkaar in harmonie ontmoeten. Buiten Hem zullen we slechts vinden het harde "moeten" van de bange farizeeër, die rechtop voor God wil staan. Of het "mogen" van de mens die zichzelf tot wet is en de Here God de rug toekeert! Ze komen niet bij elkander.
En daarom zijn ze allebei vervalst! Over die harmonie in Christus willen we een volgende keer nog graag het één en ander zeggen. En daarna zullen we pogen enkele praktische conclusies te trekken voor het leven van ons en van onze kinderen.
Anders zou het verhaal te veel in de lucht blijven zweven.