Jezus' blijdschap over de zeventig
1984-02-24
"Hij verblijdde zich door de Heilige Geest" (Luc. 10:21) De vorige keer ging het over de blijdschap van de zeventig discipelen, toen ze terugkeerden van hun evangelie tocht door steden en dorpen. Wat waren ze enthousiast, omdat zelfs de boze geesten zich aan hen onderwierpen! Jezus gunt hun die blijdschap van harte, maar Hij spreekt wèl een woord ter verdiéping van hun vreugde: ze mogen er zich nog veel méér over verheugen, dat hun namen staan opgetekend in de hemelen ... wat bepaald niet van elke duivelbezweerder kan worden gezegd.- Jaargang 28
- nummer 8
Maar vervólgens voert Jezus de blijdschap van de zeventig nog veel hóger, door in hun tegenwoordigheid Zijn eigen blijdschap uit te spreken, in een heerlijk en ontroerend dankgebed tot Zijn Vader in de hemel!
Het bizondere van dit moment wordt door Lucas duidelijk aangegeven, als hij van Jezus schrijft: "Hij verblijdde zich door de Heilige Geest". Lucas geeft van het begin af in zijn evangelie veel aandacht aan de Heilige Geest (1 : 35,41,67; 2: 25-27; 3: 16, 22; 4 : 1, 14, 18 enz.). Hij stuurt dan ook linea recta van Lucas 2 op Hand. 2 aan! Van Jezus' geboorte, ontvangen van de Heilige Geest, naar de uitstorting van de Heilige Geest op alle vlees. Ook van deze bizondere blijdschap van Jezus getuigt Lucas, dat ze is "door de Heilige Geest".
Zoveel momenten van blijdschap heeft Jezus niet gehad tijdens zijn verkeer onder de mensen. Wat Hij dagelijks van de mensen om Hem heen zag en wedervoer gaf Hem veel meer reden tot droefheid. Daarom is déze uitzonderlijke blijdschap dan ook door de Heilige Geest. Zoals Jezus zelf eens van de Christusbelijdenis van Petrus getuigde: mijn Vader in de hemel heeft u dat geopenbaard. De oorsprong en de oorzaak van Jezus' blijdschap ligt duidelijk in de Heilige Geest en Zijn werk. Zou de Heer hier al niet iets zien van een vroeg-Pinksteren, in die verzeventigvoudiging van Zijn prediking door die zeventig, misschien zelfs twee-en-zeventig en in ieder geval voor uitbreiding vatbaar? En dat laatste ook: door de Heilige Geest.
Zou Jezus niet iets gezien hebben van Pinksteren in die onverwachte kracht, die de Heilige Geest ontplooide tégen de boze geesten, die het leven verderven? Ja, hoe werd Hij verblijd door de Heilige Geest!
En dan gaat Zijn dankgebed tot zijn Vader, de Heer van hemel en aarde (v, 21). Zo gaat dat in de innige verhouding van Vader, Zoon en Heilige Geest. En zo mogen ook wij leren bidden: door de Heilige Geest, om Jezus' wil, tot onze Vader in de hemel. Dan wordt ons gebed opgenomen in de heilige omgang van de Drie-enige God.
Heeft de Heer de zeventig bij hun uitzending opgedragen te bidden om meer arbeiders (v, 2), - hier dánkt Hij de Heer van de oogst voor de eerste blijken van de komende oogst.
Het Evangelie van het Koninkrijk Gods is door steden en dorpen gegaan, heeft gebondenen bevrijd, zieken genezen en boze geesten uitgedreven.
De lammeren zijn door de wolven niet verscheurd (v. 3), ook al zijn nu ook niet weer alle wolven schapen geworden. Want het evangelie gaat scheidingmakend door de wereld.
Maar dank zij de Heilige Geest zijn grote mensen als kinderen geworden, die de schat des heils met beide handen gretig aannemen. Kinderen zeggen geen "neen" als hun iets gegeven wordt. Maar wijzen en verstandigen willen er al redenerend zelf mee klaarkomen. Het moet bij hen een eigen conclusie worden van hun eigen overwegingen. Ze bepalen zèlf hun standpunt. Maar zo blijft het heil van Christus en de vrede van Gods Koninkrijk hun verbórgen. Want God heeft het geopenbaard aan de kinderen! Het gaat óplichten voor de verraste en blijde ogen van kinderen, terwijl het duister blijft voor wijzen en verstandigen.
Let wel, dat Lucas hier zeer nauwkeurig de woorden van de Heer heeft weergegeven. Jezus zeide niet, dat het voor de wijzen en verstandigen verborgen is, maar voor wijzen en verstandigen. Gelukkig kunnen ook zij toch als kinderen worden, zoals een schriftgeleerde als Nicodemus; wat verstrikte hij zich eerst in zijn redenaties, maar wat heeft hij later toch als een kind zo eenvoudig het evangelie aangenomen, dat voor de Joden een ergernis is en voor de Grieken een dwaasheid!
Jezus dankt Zijn Vader voor het welbehagen, dat zich geopenbaard heeft in de werkzaamheid van de zeventig.
Dat woord "welbehagen", eudokia, is een prachtig woord, een heel blij woord, vol positieve inhoud.
Gods welbehagen is de diepste bron van Jezus' blijdschap, en daarom ook van ónze blijdschap en van de blijdschap in de hemel, over elk voor God verloren mens, die wéérgevonden is! Gods eudokia staat áchter alle evangelieprediking, in de kerk, of langs de huizen en onder de heidenen. Achter alle "zending", van de Zoon door de Vader, en van de kerk door de Zoon, en van de zeventig door Jezus, - daaráchter staat het welbehagen van God te stralen!
De engelen hebben er al van gezongen bij Jezus' geboorte: vrede op aarde voor mensen, in wie God een welbehagen heeft! Hoe is 't mogelijk, dat God nog welbehagen in mènsen kan hebben!
In Rotterdam staat een ziekenhuis, met de naam "Eudokia" . De christelijke stichters hebben kennelijk in de genezing van zieken iets zien oplichten van Gods welbehagen. En terecht, want God heeft er geen welbehagen in, dat de mens sterft, maar leeft, leeft voor Hem! Gods eudokia straalt van Hem uit, via de Zoon en via allen, die door de Zoon gezonden worden, naar onze wereld toe en over ons leven heen!
Met een zaligspreking besluit de Heer dit feestelijk gesprek. Zalig de ogen, die mogen zien, zegt Hij tot de zeventig, wat jullie hebben meegemaakt, grote dingen, waar in vroeger tijden koningen en profeten van Israël verlangend naar hebben uitgezien. Een koning als David en een profeet als Jesaja.
Er is geen enkele reden om zich op de borst te slaan over grote getallen bij een evangelisatiecampagne en over opzienbarende "successen". Jezus' blijdschap tempert de vreugde van zijn medewerkers niet, maar verdiept en verhóógt die bovenmate. Jezus' blijdschap spant de kroon boven onze vreugden! Opdat we Hem leren nazeggen tot de Vader in de hemel: door U, door U allen, dank zij Uw welbehagen!