Zaaien in Nepal
2006-01-06
Vandaag, dinsdag 15 november 2005 zal de didi/bahini groep van de Deep Jyoti Church bij ons aan huis samenkomen. Het is een soort bijbelstudievereniging voor vrouwen. Linaa heeft een grote bananencake gebakken en wat flessen cola en Sprite gekocht. Ook zijn er pepernoten en chocolade uit Nederland.- Jaargang 50
- nummer 1
Tegen half negen ’s morgens komt meneer Bharat, de leider van de Deep Jyoti Church bij ons langs. De didi/ bahini bijeenkomst kan niet doorgaan. Er is een overlijdensgeval in de gemeente, want een dag eerder is een 62-jarige man overleden.
Nooddoop
Bharat vertelt over het geloof van de gestorvene, ook al was hij tot voor kort nog niet gedoopt. Maar hij geloofde dat Jezus zijn Heer en Heiland was. Drie dagen voor zijn dood had hij met het oog op zijn kritieke toestand de doop ontvangen. Als we vragen of hij toen nog in staat was om de moeilijke gang naar de rivier te maken (als de plaats waar doorgaans gedoopt wordt), vertelt Bharat dat de doop thuis had plaats gevonden met een beker water. Dat doet ons een beetje denken aan de nooddoop, die (vroeger?) in de RK kerk werd toegepast. Van de andere kant: wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn…! Bharat nodigt ons uit om de begrafenisdienst bij te wonen, die 11.00 uur zou beginnen.
Hij legt ons uit waar de plechtigheid plaatsvindt, namelijk in het huis van de overledene.
Huisdienst
Tegen elven zijn we in de buurt. Het is niet moeilijk het juiste huis te vinden, want er komt juist een taxi voorrijden met een doodskist op het imperiaal. Het gaat er een beetje chaotisch aan toe. Veel mensen in de voortuin en in het grote huis met twee verdiepingen. Wij worden naar de eerste verdieping verwezen waar de overledene opgebaard ligt. Maar het is er zo druk, dat we toch maar weer naar beneden gaan en een plaatsje vinden in de tuin. De mensen praten vrolijk, veel smart is er niet te ontdekken. Een poosje later wordt de kist met het lijk naar de tuin gebracht en in het midden geplaatst. Dan verschijnen er enkele vrouwen, van wie één zich op de grond werpt en schreeuwend en snikkend de kist omklemt. Bharat probeert haar te kalmeren met maar gering resultaat. De rouwende vrouwen zijn dochters van de overledene. De weduwe laat zich niet zien.
In memoriam
Terwijl het rouwklagen doorgaat, neemt Bharat het woord. Hij vertelt in het kort (wat is ‘kort’ voor de Nepalezen?) de levensloop van de overledene. Ongeveer drie jaar geleden had hij kanker gekregen, maar na gebed in de gemeente gaf God genezing. Recentelijk stak de ziekte opnieuw de kop op en was niet meer te stuiten.
Als Bharat klaar is met het vertellen van de levensloop van de overledene worden er enkele liederen gezongen.
We gaan bidden en er worden enkele delen uit de bijbel gelezen, waaronder Job 1:20-22: ’De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des Heren zij geloofd’. Verder ook: Johannes 11:25 ‘Ik ben de opstanding en het leven; wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven’.
Onderweg
Inmiddels is er een soort minibus aan komen rijden. De kist wordt bedekt met slingers van bloemen, voornamelijk Afrikaantjes. Bijna alle aanwezigen lopen langs de kist en gooien daarop of daarin - het gezicht van de overledene is door een venstertje nog te zien - een bloem. Daarna wordt de kist naar de auto gedragen. Er wordt een optocht geformeerd. Voorop loopt een man met een met veel bloemen versierd kruis. De naaste familie neemt plaats in de auto naast (of op?) de kist. De lange stoet zet zich in beweging. We hebben zo’n drie kilometer te lopen. Onderweg worden voortdurend ‘pelgrims’ liederen gezongen. De teneur van de liederen is: We hebben niet hier onze bestemming, we zijn onderweg, onze bestemming is Boven. De stoet trekt veel bekijks van de aan- en omwonenden.
Christelijke begraafplaats
Het laatste stuk naar de begraafplaats is bepaald niet rolstoel-toegankelijk: smalle paadjes en soms moeten we over muurtjes klauteren. De begraafplaats blijkt een stuk verder te liggen dan de plaats waar de Hindoes hun doden verbranden. Als we uiteindelijk aankomen bij het reeds gedolven graf, zijn we weer getuige van emotionele taferelen van de dochters van de overledene. Na opnieuw zingen, bidden, bijbellezen (1 Korintiërs 15:3-
11) en toespraakjes wordt de kist in het graf neergelaten. De meeste aanwezigen komen naar het graf en gooien daarin een bloem en/of een handvol zand. Bharat houdt nog een laatste toespraakje en dan is de ceremonie afgelopen.
De aanwezigen kunnen in een nabijgelegen tea-shop iets gaan drinken. We maken er geen gebruik van. We zijn al om half elf van huis vertrokken en het is inmiddels over tweeën. We hebben trek en gaan per taxi naar een restaurant waar voor een redelijke prijs een redelijke maaltijd wordt verstrekt. Het leven gaat immers verder!
Dankbaarheid
Het stemt tot grote dankbaarheid dat het in deze stad voor christenen mogelijk is zo openlijk voor het geloof uit te komen. Dat is zeker niet overal het geval. Vooral in de meer geïsoleerde dorpsgebieden is er nog veel weerstand tegen christenen. Er is trouwens nog een reden tot grote dankbaarheid: de ongelovige vrouw en zoon van de overledene bezochten de zaterdag na de begrafenis voor het eerst de kerk!
Misschien herinnert u zich nog de impressie van een doopdienst uit het verre Nepal, waar de eerste Opbouw van vorig jaar mee opende. De foto’s waren toen van Martha van Westerlaak, die samen met haar man René onlangs opnieuw een bezoek bracht aan dit land, dat zichzelf zo graag typeert als het enige Hindoe koninkrijk. De band is gegroeid in de periode van 1999 tot 2002, toen het echtpaar Van Westerlaak voor Interserve werkzaam was in Pokhara, de tweede stad van Nepal. Daar maakten ze ook deel uit van de christelijke gemeente in de wijk Deep. Bij hun laatste bezoek verbleven ze bij Linaa, een jonge christin en een heel goede bekende uit die driejarige periode. ‘Eigenlijk is ze voor ons in die tijd een ‘dochter’ geworden’ zo typeerde René de hartelijke band. |