Ken U zelve * 1)
1984-03-02
- Jaargang 28
- nummer 9
*) In de nu volgende artikelen heb ik samengevat wat ik in de afgelopen jaren verstrooid over vele artikelen over dit onderwerp geschreven heb.
Boven de poort die toegang gaf tot het orakel in Delfi in de Griekse oudheid stond de spreuk, die ik als titel boven dit artikel geschreven heb: “gnothi seauton": Ken u zelf.
Wie wijsheid zocht, mysterieuze wijsheid - want daarvoor ging je immers naar het orakel in Delfi - kreeg van boven de poort aan de ingang de wenk: zelf-kennis is belangrijker dan al het andere! Wat heb je aan diepe wijsheden als je jezelf niet kent. .. Tegelijkertijd worden wij echter door deze spreuk teruggeworpen op dat wat het makkelijkst lijkt, maar het moeilijkst blijkt te zijn. Want is er wel een groter raadsel, dan het raadsel dat de mens bij tijd en wijle voor zichzelf is?
Raadsel
In geen tijd zijn wij ons-zelf meer tot een raadsel dan in onze 20e eeuw.
Ik denk dat het komt door de uitersten waarin wij leven. Wij zijn als 20e eeuwse mensen machtiger dan ooit tevoren, denk maar aan de kunstmanen, de computers, de hartoperaties.
enz., maar tegelijk zijn wij hulpelozer dan ooit tevoren, als wij denken aan de atoombewapening, het milieu en de wereldsamenleving.
Enerzijds danken wij ons welvaren groter dan ooit tevoren aan de technocratie, anderzijds voelen wij ons gevangene van die complexe ingewikkelde bureau-cratische samenleving met zijn bijwerkingen van werkloosheid en inflatie.
In geen tijd zijn wij ook ons-zelf méér tot een raadsel dan nu, nu een vloed van psychologen en andragogen zich bezighouden met de mens. "We know nothing of man, far too Iittle" (wij weten nog niets van de mens, véél te weinig") zei de beroemde psycholoog C. G. Jung vlak voor zijn dood.
Massificatie
Een grote rol speelt ook de massificatie: de grote toename van de bevolking en de ophoping daarvan in de grote steden. Je verliest jezelf tussen de flats en de wolkenkrabbers, op autobanen en treinstations. Wie heeft daar nu nog het gevoel iemand te zijn?
Onze maatschappij met zijn warenhuizen en multi-nationals wordt in toenemende mate onpersoonlijk. Wij functioneren alleen nog in het kader van een grote welvaartsmachine en worden meer en meer een "een-dimensionaal mens". Zó erg zelfs dat het gezegde van Constantijn Huygens op onze tijd van toepassing is: Ken u zelve, zei ik tot iemand, maar hij kon niet, hij wàs niemand.
Leg hiernaast een uitspraak van een meisje uit onze tijd: "I have the frightening feeling, that at some level of existence I am a nobody, that my indentity has collapsed and deep down no one is there"." Ik heb het angstaanjagende gevoel dat ik op een bepaald niveau van mijn bestaan een "niemand" ben, dat mijn identiteit in elkaar gestort is en dat er heel diep binnen in mij niemand is ... "
(The culture of narcissism" van C. Lasch p. 25).
Narcisme
Huygens was zijn tijd ver vooruit zo blijkt uit dit citaat uit het bekende boek van Christofer Lasch. Deze laatste schrijft deze diepe onzekerheid aangaande ons-zelf toe aan narcisme - een soort diep ingewortelde liefdehaat relatie met mijzelf, die ons al vroeg wordt aangeleerd door een samenleving, die ons niet echt warmte en liefde biedt, maar die ons eerst aantrekt met grootse beloften en daarna teleurstelt door schijn-liefde en schijn-warmte.
Saul
De diepste oorzaak is intussen in al deze analyses van onze tijd niet genoemd.
Wij vinden die aangeduid in de bijbel in die oude geschiedenis van Israëls eerste koning Saul. Ook Saul zonk weg in depressies, die veel lijken op de innerlijke leegte, die in het bovenstaand citaat uit het boek van Lasch tot uitdrukking komt. Bij vlagen werd hij overvallen door naamloze angsten (1 Sam. 16: 14, 15).
Soms was het zó erg dat het hem bracht tot razernij (1 Sam. 18 : 10).
Het opvallende bij Saul is dat het angsten en depressies zijn, die sterk een narcistisch karakter dragen. Zij vormen de keerzijde van een zelfliefde, die hem ertoe bracht om gedenktekens voor zichzelf op te richten (1 Sam. 15: 12) en zijn eigen "image" als koning zorgvuldig te verzorgen (1 Sam. 15 : 9, 24 en 18 : 8).
Wij lezen in Sauls geschiedenis hoe hij in deze pendelbeweging van zelfliefde-zelfhaat gekomen is: de diepste oorzaak lag niet in de omstandigheden, in gebeurtenissen of woonsituaties: de diepste oorzaak lag hierin dat koning Saul, die zo goed begon (1 Sam. 11) ergens halverwege de relatie van afhankelijkheid van en gehoorzaamheid aan God is kwijtgeraakt.
Daarop spreekt Samuël Saul aan (1 Sam. 15 : 22).
F. A. Schaeffer zegt in het boek "Leven door de Geest": zonder “Infinite reference point" (betrekking tot de Eeuwige) raakt de mens opgesloten in de cocon van zichzelf. (True Spirituality p. 123-133).
Messiaanse hoop
Samuël droeg leed om Saul. Want Saul kwam met Messiaanse beloften.
Precies zoals de Westerse mens. Hij wekt Messiaanse hoop. Nu zou de samenleving door toedoen van onze wetenschap en techniek veranderen in een paradijs. Maar precies zoals bij Saul ging het ergens halverwege alleen nog maar draaien om zichzelf.
H. Thielicke noemt dit: het verlies van de Transcendentie in onze cultuur.
"De dood van God stoot de mens in die ongeborgenheid, die zich als grenzenloze wijdheid of beklemmende engheid kan openbaren. Solistische eenzaamheid en grenzenloze zelfbeschikking grijpen om zich heen: angst regeert.
Men kan denken aan Pascals analyse van de Godloochenaar, die de leegheid behalve in de angst vooral ook in verveling, in levenswalging zich ziet doorzetten". (Der evangelische Glaube I, 339).
Genezing
De geschiedenis van Saul heeft tenslotte nog één opvallend detail: er is er maar één die Saul kan helpen als hij in zijn angsten wegzinkt en dat is David en telkens als Saul overvallen werd door die angsten, kwam David en speelde citer: dat schonk Saul verlichting, hij voelde zich beter en de boze geest week van hem (1 Sam. 16 : 23).
De falende Messias vindt genezing alleen bij het citerspel van de echte Messias.
Wat zou David gespeeld hebben?
Psalm 23? Hoe ook: dat spel moet ook vandaag meer dan gespeeld worden en zo is ook dit artikel bedoeld over de verhouding van de mens tot zichzelf.
Het beeld Gods
Ons uitgangspunt voor de verhouding van de mens tot zichzelf nemen wij in de bijbelse visie op de mens als naar het beeld van God geschapen.
Zo op het eerste horen lijkt die uitdrukking uit het scheppingsverhaal, en God schiep de mens naar Zijn beeld, als Zijn gelijkenis" te wijzen op een soort fotografische gelijkenis.
In die richting hebben de oudere theologen als Augustinus en Thomas van Aquino ook de uitleg van dit vers gezocht. Bij Augustinus betekent "beeld" zoveel als spiegelbeeld. Hij stond onder invloed van het Neoplatonisme.
De mens is spiegelbeeld van God, vooral in zijn drie geestelijke vermogens: het contemplatieve gedenken (memoria), het nadenkend analyseren (intellectus) en in creatief handelen (voluntas).
In deze drie eigenschappen zou de menselijke ziel spiegelbeeld zijn van God in zijn drie-eenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest.
Heel de mens
Augustinus staat hiermee aan het begin van een traditie in de exegese van Gen. 1: 28, die tot aan onze eeuw voortduurde en die met Augustinus hierin overeenstemde, dat men zocht naar iets in de mens waarin hij leek op God. Vandaag is die uitleg van Gen. 1 : 28 zo goed als opgegeven.
De nieuwere uitleg past de bijbelse uitdrukking toe op heel de mens. Heel de mens, zoals hij is, reilt en zeilt, staat in relatie tot God. Hij is door God zó gemaakt dat hij pas tot zijn recht komt in die verbonds-verhouding tot zijn Schepper.
J. J. Stamm vat de conclusie van deze nieuwere exegese als volgt samen: "Vom Alten Testament aus ist es offenbar richtig mit Barth das Wesen der Imago in der Partnerschaft und Bündnisfahigkeit zu sehen, zu welchen der Mensch geschaffen ist" . (Theol. Studiën Heft 54 S. 19) ("Vanuit het O.T. is het geheel juist om het wezen van het beeld Gods met Barth in het partner-zijn en de verbondsverhouding te zien, waartoe de mens geschapen is.")
Relatie
Dit betekent dat wij, als wij vanuit de bijbel willen nadenken over de mens in zijn verhouding tot zichzelf wij niet moeten gaan zoeken naar die eigenschappen van de mens waarin hij op God gelijkt en anders, waarin hij op het dier gelijkt - wij willen niet verzeild raken in allerlei zelfbespiegelende beschouwingen over de mens en zijn wezen, zijn karaktereigenschappen, zijn vermogens, zijn geest, ziel en lichaam. Neen, het lijkt mij toe dat wij dichter bij de bijbel blijven als wij deze laatste nuchtere uitleg van Genesis 1: 28 volgen en ons gaan bezighouden met de vraag hoe die relatie, die van God uit gezocht en gelegd wordt met heel de mens, nu ook mij in mijn verhouding tot mijzelf beïnvloedt.
Dat wil ik in dit artikel uitwerken in drie punten:
a. In de relatie tot God ligt de basis om mijzelf te kunnen aanvaarden.
b. In de relatie tot God ligt de prikkel om mijzelf te gaan ontplooien.
c. In de relatie tot God ligt de belofte om mijzelf te vinden.
A. Zelfaanvaarding (hier het hoofdstuk over zelfliefde).
B. Zelf-ontplooiing (t.o, alle "groei-trainingen" en zelfverwerkelijking: de ontplooiing van mijn persoonlijkheid tot volwassenheid).
C. Zelf-ontdekking (oud worden is geen ramp).
Straks zullen wij worden wie wij zijn, Openb. 2 : 17.