Staatscommissie Euthanasie

1985-12-20
  • Jaargang 29
  • nummer 49
Met de verschijning van het rapport van de Staatscommissie Euthanasie is de vraag of euthanasie al dan niet wettelijk toegestaan, moet worden, in een beslissend stadium gekomen.
Wanneer de wetgever dit rapport volgt, zal de, mogelijkheid om euthanasie te plegen zonder met de wet in strijd te komen realiteit geworden zijn. Een dergelijke ontwikkeling tekende zich al jaren af.

Het was te verwachten, dat het ontbreken van eerbied voor het ontluikende leven gevolgd zou worden door gebrek aan eerbied voor het ontluisterde leven. 'Toen de wetgever de mogelijkheden voor het plegen van abortus sterk vergrootte, lag het voor de hand, dat men ook zou gaan streven naar een legalisering van euthanasie.. Een herziening van de wettelijke regeling is ook daarom niet onbegrijpelijk, omdat er in de laatste jaren grote onduidelijkheid ontstaan was over de reikwijdte van art. 293 Sr. "Hij die een ander op zijn uitdrukkelijk en ernstig verlangen van het leven berooft wordt gestrafd met gevangenis van ten hoogste 12 jaren."
Euthanasie werd steeds vaker en vrijmoediger in praktijk gebracht en de rechter volgde aarzelend deze ontwikkeling. Veel opschudding veroorzaakte het proces tegen een vrouwelijke arts, die een eind maakte aan het leven van haar oude, ongeneeslijk zieke, veel pijn lijdende moeder, die zelf haar dochter om levensbeëindiging gevraagd had. De rechtbank legde haar slechts een symbolische straf op. De rechtbank van Rotterdam verklaarde euthanasie niet strafbaar; indien aan bepaalde voorwaarden voldaan was. Bij sommige vonnissen werden rechtvaardigingsgronden voor euthanasie' aanvaard, bij andere vonnissen werd niet meer dan een symbolische straf opgelegd.
De gewenste duidelijkheid en rechtszekerheid gaat steeds meer ontbreken, Geen wonder, dat van vele kanten op wetswijziging werd' aangedrongen.

Euthanasie - geen modern verschijnsel
Nu is euthanasie niet een typisch verschijnsel van deze tijd. Ook vroeger kwam het veel voor. In Azië gebeurde het, dat ongeneeslijk zieken zich moesten ophangen. Bij de , Eskimo's moesten bejaarde Eskimo's in een ijshut gaan zitten en daar sterven. Ook bij onze Germaanse voorouders werden wel zieken ter dood gebracht. Ook nu nog komen dergelijke gebruiken bij sommige indianenstammen voor. Zelf heb ik meegemaakt, dat bij een pas ontdekte indianenstam, levend op de grens van.
Suriname en Brazilië, een oude zieke vrouw in een hangmat in een boom achtergelaten was, opdat ze daar zou sterven. Ze had geen nut meer voor de gemeenschap en deze indianen hadden een groot tekort aan voedsel. Daarom werd aan het leven van de vrouw een eind gemaakt.
Wij hebben haar nog net bijtijds vrij kunnen krijgen en haar naar het ziekenhuis in Paramaribo laten brengen. Overigens bleek deze vrouw helemaal niet gelukkig te zijn met onze tussenkomst.
Bij deze indianen kwam abortus ook veelvuldig voor wegens hun voedselgebrek.
Ook in de litteratuur is doden uit medelijden een bekend thema.
Thomas More heeft, in feite' in zijn boek Utopia, verschenen in 1538, zij het in bedekte termen, een pleidooi voor euthanasie gevoerd. Dat heeft niet verhinderd, dat hij later heilig werd verklaard.

Wat verstaan we onder euthanasie?
Dein oktober 1982 ingestelde staatscommissie heeft een breed opgezette studie aan het vraagstuk van de euthanasie gewijd. Ze heeft haar taak zeer zorgvuldig uitgevoerd. Het resultaat is een 360 blz. tellend rapport met daarnaast nog een rechtsvergelijkend onderzoek en een verslag van de hoorzittingen. De staatscommissie omschrijft euthanasie als een opzettelijk levensbeëindigend handelen door een ander dan de betrokkene, op diens verzoek.
De commissie verwierp, terecht, dat de arts, die op verzoek het leven van een duurzaam lijdende' patiënt beëindigt, niet onder art. 293 Sr. zou vallen. Dit artikel is wel terdege ook op de geneeskundige van toepassing, die tot euthanasie overgaat. Het valt op, dat de commissie een vrij beperkte omschrijving van euthanasie geeft.
Euthanasie wordt beperkt tot de zogenaamde actieve euthanasie. Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen de actieve en de. passieve euthanasie. Bij de actieve wordt het leven van de patiënt doelbewust beëindigd. Bij de passieve gaat het om het beëindigen van de strijd tegen de dood door het nalaten van verdere medische behandeling. Ook de indirecte euthanasie, waarbij de handeling primair gericht is op het verzachten van het lijden van de betrokkene maar als neveneffect daarvan aanvaard wordt, dat het leven van de patiënt verkort wordt, valt niet onder de omschrijving van de commissie.


Voorwaarden voor straffeloosheid
De staatscommissie is van oordeel, dat levensbeëindiging alleen straffeloos kan geschieden indien aan de volgende voorwaarden voldaan is:
1. de patiënt moet om 'levensbeëindiging verzocht hebben.
2. de patiënt moet in een uitzichtloze situatie verkeren.
3. de levensbeëindiging dient te geschieden door een geneeskundige.
4, in het kader van zorgvuldig medisch handelen,

De patiënt kan ook schriftelijk een verzoek om levensbeëindiging indienen. Dat schriftelijk verzoek' krijgt echter pas betekenis, wanneer de patiënt niet meer in staat is zijn wil te uiten. De uitzichtloze noodsituatie, die niet nader ingevuld wordt, kan zowel door geestelijk als lichamelijk lijden veroorzaakt worden. Vier van de ondertekenaars van het rapport der staatscommissie achtten de eis van uitzichtloze noodsituatie onvoldoende. Volgens hen moet er aan toegevoegd worden, dat het overlijden van de betrokkene onafwendbaar aanstaande is. Deze beperking is van grote betekenis. Immers de euthanasie wordt door deze voorwaarde sterk beperkt. Het is dan ook wat vreemd, dat deze vier commissieleden, onder wie de voorzitter mr. H. J. M. Jeukens, toch het rapport ondertekend hebben." Overigens wil de commissie als uitzondering ook toestaan het opzettelijk beëindigen van het leven van een patiënt, die onomkeerbaar het bewustzijn verloren heeft.

Minderheidsnota
Twee leden van de. commissie, de hoogleraren W. C. M. Klein en W. Nieboer, wijzen het voorstel van de staatscommissie om in de wet een rechtvaardigingsgrond op te nemen voor levensbeëindiging af.
Zij zijn van mening, dat wij in ons land niet moeten overgaan tot enige 'vorm van rechtvaardiging van (hulp bij)' actieve levensbeëindiging op grond van de toestand van de betrokkene, al dan niet resulterend in een verzoek. Mensen moeten halt houden voor de drempel naar (hulp bij) actieve directe levensbeëindiging, omdat overschrijden ervan 'in betekenis ver uitgaat boven het oplossen van schrijnende problemen rondom het levenseinde. Ook deze commissieleden zien de problemen, maar naar hun overtuiging gaat de oplossing, die de commissie aandraagt te ver mee met een voortgaande devaluatie van de innerlijke waarde van het leven. Uit deze minderheidsnota blijkt, dat men een breed onderzoek heeft ingesteld naar de wetgeving in andere landen. Dit brengt hen tot de conclusie, dat geen enkel land ter wereld een wettelijke rechtvaardigende strafuitsluitingsgrond voor doden op verzoek in een noodsituatie kent en in geen enkel land serieus overwogen wordt hierin wijziging te brengen" In het Europese Parlement is onlangs nog een motie ten gunste van "actieve euthanasie" verworpen.

Reacties op het rapport
Op dit rapport, van de staatscommissie euthanasie zijn veel commentaren gekomen. Instemmende en kritische. Ook hier bleek weer, dat over ethische kwesties als euthanasie zeer uiteenlopend gedacht wordt. Dat is o.m. gebleken in een commissie benoemd door de Raad' van Kerken en het CIO (interkerkelijk contact in overheidszaken).
Er was geen enkele mogelijkheid om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen. Triest is het om te ervaren, dat met name de Geref. Kerken en de Ned. Herv. Kerk meegaan met een devaluatie van het leven. Dit was al uitgekomen in het rapport "Euthanasie en pastoraat". In deze door de synode van de Geref. Kerken ingestelde werkgroep namen ook enkele hervormden als adviseur deel.
In dit rapport lezen we, dat de beslissing het eigen leven te (laten) beëindigen onder bepaalde voorwaarden in het licht van het geloof niet onverantwoord behoeft te zijn. Als argument wordt o.m. aangevoerd, dat we herhaaldelijk beslissingen nemen ten aanzien van eigen en andermans leven. Dat doe je bijvoorbeeld bij gezinsplanning. Eigenlijk zijn we voortdurend bezig over ons leven te beschikken. Waarom zou deze verantwoordelijkheid verdwijnen als het gaat om euthanasie. Het valt dan ook niet te verwonderen, dat met name van gereformeerde zijde opgemerkt werd, dat het rapport van de staatscommissie een heel begaanbare weg" aanwijst. Van rooms-katholieke zijde daarentegen werd het voorstel van de commissie onaanvaardbaar genoemd.
Het "progressieve" dagblad 'Trouw' wees erop, dat het medisch kunnen een grote vlucht heeft genomen en thans vraagt om menselijke beslissingen waar vroeger de natuur de wet voorschreef. Waar vroeger de longontsteking als. een "zegen voor een bejaarde" kon worden beschouwd, is het menselijk vernuft er thans de oorzaak van, dat veel terminale patiënten deze natuurlijke uitweg niet meer geboden wordt. Daardoor kunnen uitzichtloze situaties ontstaan, die voor de patiënt en zijn omgeving mensonwaardige trekken kunnen aannemen. Terecht noemde prof. Runia dit in 'Centraal Weekblad' een merkwaardige redenering. Ze doen net alsof er vroeger geen uitzichtloze situaties waren. Die zijn er altijd geweest. Ethiek schijnt haar eigen normatief karakter te verliezen en bepaald te 'worden door de ontwikkelingen van de medische wetenschap. Prof. Runia besluit zijn artikel met de opmerking: "Ik vrees dat we hard op weg zijn om straks de actieve euthanasie te legaliseren en dat, althans in de publieke opinie, het gereformeerde rapport, dat 'maar' een discussiestuk was, mee gaat functioneren als één van de breekijzers die de gesloten deur moet forceren." 'Uit de opmerkingen van prof. Runia blijkt, dat hij in elk geval niet, de visie van het rapport der staatscommissie deelt.
Politiek ligt de zaak ook verdeeld. PvdA en VVD zijn voorstanders van legalisering van euthanasie. CDA en de kleinere christelijke partijen hebben zich tegen verklaard. Het valt te hopen, dat het CDA geen gehoor gaat geven aan de geluiden" die van hervormde en gereformeerde zijde, tot haar komen.
Mijzelf zou het niet verbazen, dat men zal trachten een compromis te bereiken met als uitgangspunt de uitspraak van de meerderheid der staatscommissie met de toevoeging, dat euthanasie slechts geoorloofd is wanneer het "overlijden onafwendbaar aanstaande is."

Euthanasie in strijd met art. 2 van het verdrag tot bescherming van de mens
Een niet onbelangrijk punt is de vraag, of de opheffing van de strafbaarheid van euthanasie wel blijft binnen de grenzen van art. 2 van het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Dit artikel begint met de uitspraak: het recht van een ieder op het leven wordt beschermd door de wet. De commissie zelf is van mening, dat het geoorloofd is die strafbaarheid te beperken, maar wijst er al op, dat de wetgever grote voorzichtigheid moet betrachten. Met de minderheidsnota ben ik van oordeel, dat opheffing van de strafbaarheid van euthanasie zich niet verdraagt met art. 2. In de minderheidsnota wordt hiervoor verwezen naar de "Recommendation 779 on the rights of the sick and dying", aangenomen door de parlementaire assemblee van de Raad van Europa op 29 januari 1976. In deze aanbeveling wordt niet gesproken over de toelaatbaarheid van euthanasie, maar van het nalaten van buitengewone maatregelen, die het stervensproces verlengen in het geval van patiënten wier leven niet te redden valt. Uitdrukkelijk wordt echter gesteld, dat de arts wel alles moet doen om het lijden te verzachten, maar dat hij niet het recht heeft opzettelijk de natuurlijke dood te bespoedigen.
Gezien de wetgeving van de deelnemende Europese landen viel ook niet anders te verwachten.

De patiënt moet om levensbeëindiging verzocht hebben
Een' belangrijke stelling van de staatscommissie is wel, dat de patiënt zelf om euthanasie moet vragen. Dat verzoek van de patiënt staat centraal in verband met het zelfbeschikkingsrecht, dat men de mens toekent. Juist hiervoor wordt echter geen bruikbare· oplossing aangedragen.
De patiënt, die zich in een uitzichtloze situatie bevindt, is meestal niet meer in staat zelfstandig een beslissing te nemen. Wie zal bepalen dat het verlangen naar de dood duurzaam is.
Vaak is het verlangen naar de dood niet blijvend. Soms ook is hef meer een schreeuw om hulp; Men is erg eenzaam, voelt zich verlaten of, vindt, dat de pijn onvoldoende bestreden wordt. Dikwijls wil men dus niet anders zeggen dan dat men zo niet verder wil leven. Het is evenzeer onmogelijk hiervoor een verklaring te gebruiken, die lang tevoren in een geheel andere situatie afgelegd is. Hoe weet men,- dat de patiënt later nog dezelfde mening toegedaan is.
Ook de staatscommissie moet toegeven, dat' het risico er is, dat de opsteller van de verklaring' op het moment van uitvoering er niet meer achter staat.

De patiënt moet in een uitzichtloze noodsituatie verkeren
Met 'de term "uitzichtloze noodsituatie" wil de staatscommissie tot uitdrukking brengen dat de nood waarin de betrokkene verkeert zodanig is dat levensbeëindiging onontkoombaar is. De noodsituatie staat in het rapport centraal, maar dit begrip is juridisch onbruikbaar, omdat het door individuele normen bepaald is. In feite zal het afhangen van de inschatting van de arts.
Vier commissieleden zagen het gevaar, in dat het begrip noodsituatie op deze manier steeds verder zou worden uitgehold. Daarom willen zij dat er aan toegevoegd zou worden, dat het overlijden van de patiënt onafwendbaar aanstaande moet zijn voordat men tot de dodelijke handeling overgaat. Hoewel deze toevoeging enige beperking van de euthanasiemogelijkheden geeft, is ook deze voorwaarde juridisch onvoldoende bepaald. Wie bepaalt dat de patiënt in, de stervensfase verkeert? De praktijk zal zijn, dat elke arts daar weer anders over oordeelt. Bovendien moet bedacht worden, dat lichamelijk en geestelijk lijden het vrijwel onmogelijk maken om een evenwichtig besluit te nemen. Praktisch zal de patiënt afhankelijk zijn van de deskundige die ook niet altijd de situatie goed kan beoordelen. Ook manipulatie vanuit de omgeving is niet te voorkomen.

De ethische fundering van de staatscommissie
Het vraagstuk van de euthanasie is primair een ethisch vraagstuk, zoals terecht in de minderheidsnota werd opgemerkt. Juist op dit punt heeft de staatscommissie, die overigens zulk gedegen werk leverde, zich met een Jantje van Leiden afgemaakt. De commissie verklaart, dat er in Nederland zeer uiteenlopende opvattingen bestaan, die teruggevoerd kunnen worden op verschillende ethische levensbeschouwelijke en godsdienstige achtergronden. De commissie vraagt zich dan af wat de taak van de wetgever moet zijn bij deze pluriformiteit van opvattingen en welke belangenafweging voor de wetgeving relevant is. Onder het vaak naar voren gebrachte argument van het zelfbeschikkingsrecht van de mens verstaat de commissie in het licht van de in' de rechtsontwikkeling waarneembare tendens om de mens waar mogelijk vrij te laten om naar eigen verantwoordelijkheid te beslissen. Deze tendens is merkbaar en verklaarbaar in de gevallen, waarin de morele consensus welke aan de strafbepaling ten grondslag ligt, verzwakt en soms verdwijnt.
Dat is in casus het geval. Daarnaast heeft de wetgever de plicht het leven van de burger te beschermen. De wetgever zal dus moeten afwegen of en in hoever opheffing van de strafbaarheid van euthanasie blijft binnen de grenzen van deze verplichting.
De commissie vraagt zich helemaal niet af, of de overheid ook nog een eigen morele verantwoordelijkheid heeft. Moet' de overheid als er geen morele overeenstemming over de strafbaarheid bestaat, de zaak maar vrij laten? Terecht wordt in de minderheidsnota de vraag gesteld waar de vrijheid van de burger ophoudt en waar de plicht van de wetgever begint.
Hoe ernstiger de materie en hoe meer de beschermingstaak van de overheid in het geding is des te eerder komt er een grens aan de vrijheid van de burger.
De staatscommissie pleit in feite voor een wetswijziging ten gunste van euthanasie wegens de pluriformiteit van ethische opvattingen.

Alleen God beschikt over ons leven
Hoe moeten wij nu tegenover euthanasie staan? Wanneer men dit vraagstuk alleen gevoelsmatig benadert, zal men geneigd zijn euthanasie in bepaalde omstandigheden goed te keuren. Men maakt immers een einde aan het leven van een totaal ontluisterd mens, aan het lijden van een naaste. Pure naastenliefde. De arts, die haar moeder doodde, zal dit wel gedaan hebben gedreven door helpende liefde. Ze kon het lijden van haar moeder niet langer aanzien. Als men zijn gevoel tot norm stelt, blijft de vraag hoe ver men dan gaan mag. Mag men zwakzinnigen door euthanasie aan hun eind helpen? Wie zal hier het laatste woord spreken? Het is duidelijk, dat we op bijbels standpunt dit vraagstuk toch anders zullen moeten benaderen. Een dier, dat ligt te lijden krijgt een "genadeschot", maar met een mens, die' geschapen is naar het beeld van zijn Schepper mag men niet op deze wijze behandelen.
Wij mensen mogen hier niet zelf de norm stellen en wij mogen deze evenmin ontlenen aan onze gevoelens, al zijn dat gevoelens van liefde. Christelijke naastenliefde is een liefde, die zich laat binden aan de wil en de leiding van God: Het is Gods zaak en Gods zaak alleen een eind te maken aan het menselijk leven. Het menselijk leven heeft voor God als Zijn schepping een onvergankelijke waarde, niet bepaald' door de aan- of afwezigheid van lichamelijke, geestelijke of maatschappelijke kwaliteiten, maar bepaald door de relatie tot God en zijn bedoeling tot de volmaakte mens. Daarom mag een christen niet anders dan in navolging hiervan menselijk leven In al zijn vormen, hoe "onvolwaardig" ook eerbiedigen en Zich niet lenen tot een actief beëindigen ervan. In de H. Schrift wordt er' herhaaldelijk op gewezen, dat wij voorzichtig met ons leven en dat van anderen moeten omgaan" ook al is dat leven "onvolwaardig". In Genesis 9 : 6 lezen we, dat wie het bloed van de mens vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden. In 1 Corinthe 3 : 16 staat, dat wij een tempel van God zijn en in (1 Corinthe 6 : 19) dat ons lichaam een tempel van de H. Geest is. Let er ook op hoe in het boek Job over het leven van de mens gesproken wordt. En Psalm 31 : 16 leert ons, dat de tijden van de mens in Gods hand zijn.
En Christus besteed ook zorg en aandacht aan het leven van onvolwaardige mensen als bezetenen, melaatsen, 'maanzieken, blinden enz. Dat betekent niet verabsolutering van het leven. In zichzelf heeft het leven niet de hoogste waarde. "Wij zijn niet aan het leven, maar aan de Heer van het leven eerbied verschuldigd" (dr J. Douma in "Rondom de dood"). Er is geen sprake van, dat wij ten aanzien van het leven een recht van zelfbeschikking zouden hebben, en dus het recht het leven naar eigen verkiezing te beëindigen.
God heeft de beschikking over ons leven. Hij kan dan ook liet offer van ons leven vragen. Wij zijn niet anders dan rentmeesters, die slechts dat leven moeten beheren, maar er niet over mogen beschikken. Het is ons verboden goddelijk te willen zijn als God en de zandloper kapot te gooien die hij als meetglas voor onze tijdelijkheid heeft meegegeven - dr Helmut Thielicke).
Ons leven en sterven is in Gods hand en moet dat blijven.
Het leven is een gave van God en het is ons daarom niet gegeven door eigen .hand voor eigen belangen weg te nemen van God gegeven heeft. Dat betekent niet, dat wij het sterven moeten rekken, We moeten niet trachten een ongeneeslijk zieke, die erge pijn lijdt,door allerlei' kunstgrepen tegen zijn wil in het leven te houden. Een mens heeft niet alleen recht op leven, maar ook op de dood. Er komt een ogenblik, waarop een mens van Godswege het recht heeft om te sterven. "Als het stervensuur voor iemand geslagen heeft, moet men de klok niet telkens opwinden" (Thielicke). We mogen hierbij wel bedenken, dat de belijdenis, dat ons leven een geschenk van God is ook de verplichting met zich brengt, dat wij naar vermogen zuinig met dat leven omspringen. Als rentmeesters dragen wij ook verantwoordelijkheid. Wij mogen dus niet door onmatig eten en drinken en werken, kortom door roekeloos leven, ons einde bevorderen.
Mijn conclusie is, dat de conclusies van het rapport van de Staatscommissie Euthanasie afgewezen moeten worden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief