"Op de weg van het heil"

1985-12-20
  • Jaargang 29
  • nummer 49
Ds J. van Amstel, "Op de weg van het heil".
Uitgave van Boekencentrum B.V. 's-Gravenhage.
143 pag: Prijs f 20,70.

In deze paperback gaat. de bekende chr. gereformeerde predikant uit Ede nader in op de betekenis van begrippen als roeping, wedergeboorte, bekering, geloof, rechtvaardiging, heiliging en verheerlijking. Hij doet dat aan de hand van de Dordtse Leerregels, het jongste belijdenisgeschrift van de kerken der reformatie in ons land. "Vandaar", zo luidt het, "ter inleiding, dat telkens voorafgaande aan een aantal hoofdstukken enkele stukjes van de Dordtse Leerregels geplaatst zijn. Zo belijden we. Zo willen we het ook beleven".
We vinden in dit boek een bundeling van artikelen, die eerder werden geschreven in de Jeugdrubriek van het reformatorisch weekblad “De Schakel”. Deze bundeling geschiedde op verzoek. Ik vind, dat ds. Van Amstel bij de benadering van de jongeren de juiste toon weet te treffen. Hij heeft een vlotte pen, maar zijn prettige schrijftrant gaat nergens ten koste van de diepgang. Duidelijk wordt getekend het raadsel van het ongeloof en het wonder van het geloof. Elke vorm van lijdelijkheid wordt door de auteur bestreden. Vandaar, dat het opschrift boven een hoofdstuk luidt: “Wedergeboren worden en…” In dat hoofdstuk (8) schrijft Van Amstel: “God geeft genade door middel van genademiddelen. Hij werkt de wedergeboorte niet buiten ons om, maar hoewel Hij het zonder ons doet, schakelt Hij ons toch niet geheel uit.” (p. 49). In kader van de behandeling van allerlei aspecten van geloof en bekering wordt de functie van het Woord van God evenwichtig centraal gesteld. Dat behoedt de schrijver voor ontsporingen. Eén en ander wordt nader onderbouwd met citaten uit de Institutie van Calvijn. Heel fijn wordt geschreven over de kenmerken van het geloof en de vruchten van de verkiezing (resp. p. 110 en p. 135 e.v.). Wat onze kritiek betreft het volgende: op pag. 31 heeft ds Van Amstel het over ernstig roepen en krachtig roepen. De uitverkorenen worden krachtig geroepen en de niet-uitverkorenen worden ernstig geroepen. Hoezeer ook deze onderscheiding confessioneel geijkt mag zijn, ze bevredigt mij niet. Want hoe gauw kan men zich bij weigering om de Here en Zijn beloften te aanvaarden er niet achter verschuilen door te zeggen: God heeft mij niet krachtig genoeg geroepen. Op pag. 44 heeft de schrijver het erover, dat de Heilige Geest onweerstaanbaar werkt. Maar in Handelingen 7 (vers 51b) zegt Stefanus aan het adres van de zich verhardende Joden: “gij verzet u altijd tegen de Heilige Geest”. Daarom zeg ik liever, dat het werk van de Geest onoverwinnelijk is. Op pag. 105 e.v. doet mijn Chr. Geref. collega een loffelijke poging om uit te leggen wat dat nu inhoudt als de apostel Paulus aan de Romeinen schrijft, dat Gods Geest m et onze geest getuigt, dat wij kinderen Gods zijn. (Rom. 8 : 16).
Maar ik heb het idee, dat hij daarin niet geheel geslaagd is. Het blijft m.i. allemaal te veel hangen in de sfeer van het getuigenis van de H. Geest aan onze geest. Ik vraag me trouwens af of we daarop al te diepmoeten ingaan. Is het eigenlijk niet een levensgroot mysterie?! Mijn slotconclusie is, dat we dankbaar zijn voor dit boek van ds Van Amstel, Het kan bij de behandeling en bestudering van de Dordtse Leerregels - helaas een vaak verwaarloosd stuk van de gereformeerde confessie - en ook, buitendien goede diensten bewijzen aan jeugdverenigingen en gesprekskringen etc. Het boek is. door Boekencentrum netjes uitgegeven hoewel we enkele drukfouten tegenkwamen. Hartelijk aanbevolen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief