De verlosser verraden
1984-03-16
In dit hoofdstuk komt er dan eindelijk uit wat Simson als richter mag betekenen voor zijn volk. De richter die meer het botte werktuig is dan de spreekbuis. Zoals de dorsvlegel z'n werk doet in de hand van de boer, zo doet Simson z'n werk in de handen van de Geest. Als de Geest van God Simson aangrijpt, dan wordt dat onbesneden filistijnendom geranseld.- Jaargang 28
- nummer 11
Wat in dit hoofdstuk verteld wordt, is een vervolg op het vorige hoofdstuk.
Wat als een schoorsteenbrandje is begonnen lijkt een uitslaande brand te worden. Hele legers worden nu gemobiliseerd.
Er lijkt zich een front te gaan aftekenen tussen het volk van God en de filistijnen.
We volgen kort de draad van het verhaal.
Simson is na het huwelijksfeest te Timner teruggekeerd in het ouderlijk huis. Maar na verloop van tijd besluit hij z'n vrouw weer op te zoeken.
Bij het huis van z'n schoonvader gekomen blijkt dat zijn vrouw aan een ander is gegeven. En dan haalt het één het ander uit. Simson vernietigt met behulp van driehonderd brandende vossen de tarwe- en olijve-oogst van de filistijnen. De filistijnen vermoorden de vrouw van Simson en haar vader met het zelfde wapen als waarmee Simson gevochten heeft.
Vuur om vuur. Simson antwoordt door de filistijnse strafexpeditie uit te moorden, en dan keren de filistijnen zich tegen Simsons volksgenoten.
De familievete is uitgegroeid tot een heuse oorlog tussen twee volkeren, zij het op regionaal niveau. Het grondgebied van Juda.
Wat in Richteren 14 : 4 al was aangekondigd: "Zijn vader en moeder wisten echter niet, dat dit zo door de Here beschikt was, dat hij een voorwendsel tegen de filistijnen zocht", dat wordt hier volledig openbaar. De lont, die in hoofdstuk 14 was aangestoken, brengt nu het kruit tot ontbranding.
De judeeërs scharen zich niet als één man om Simson, maar treden met de vijanden in onderhandeling over hun verlosser. En komen tot overeenstemming.
De verlosser zal worden uitgeleverd.
Het is een cruciaal moment. Zij hebben de strijd niet gezocht, maar worden, dankzij Simson, er in betrokken.
En dan vertikken ze het hun tanden te laten zien. Vrede met de filistijnen is hun liever dan het leven van de verlosser, die God hen gegeven heeft.
Wanneer zij voor de filistijnen de hete kastanjes uit het vuur gaan halen, dan verwijten zij Simson dat hij zo brutaal tegen hun overheersers is opgetreden. Beseft hij dan niet in wat voor tijd ze leven!
Ze hebben zich volledig neergelegd bij deze vreemde overheersing, alsof Kanaän rechtens de filistijnen toe behoort.
Ze kruipen voor hun onbesneden meesters.
De vorige week hebben we een parallel getrokken met onze vaderlandse geschiedenis, De opstand van Willem van Oranje tegen de spaanse koning Philips de Tweede. En ook Willem van Oranje heeft in het begin ondervonden, dat een gedemoraliseerd volk moeilijk in beweging is te krijgen.
Toen Philips een vuist maakte door de legers van Alva naar de Nederlanden te sturen waren er genoeg edelen
te vinden, die Oranje als zondebok wilden aanbieden aan de koning. Een front maken dat lukt niet zomaar.
Daar is meer voor nodig. Daar heb je een geestelijk fundament voor nodig.
En dat ontbreekt nog.
De judeeërs zullen de verlosser niet doden. Ze beperken zich tot de verradersrol.
het beulswerk zullen ze overlaten aan de filistijnen. En gedwee laat Simson zich binden door de handen van zijn verraders. "Als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders ... " Wie ziet hier niet als vanuit de verte de nacht van het verraad van Jezus? De bende, gewapend met zwaarden en stokken trekt uit, de verraderskus wordt gegeven, de verlosser wordt overgegeven in de handen van zijn moordenaars. "Hij kwam tot het zijne, maar de zijnen hebben Hem niet aangenomen", zo schreef Johannes in het begin van het 4e evangelie.
De eis van de filistijnen om de verlosser uit te leveren, is trouwens kenmerkend voor Gods tegenstanders. Lever hen die trouw zijn gebleven uit. Lever de bevrijder uit. Verloochen de Christus en we zullen je voortaan met rust laten. Maar vraag niet, wat die rust inhoudt!
Wanneer Simson de filistijnen in handen is gespeeld, grijpt de Geest van God hem aan en dan vernietigt Simson met het kaakbeen van een ezel het legertje filistijnen, dat op hem is afgekomen.
En dan is Simson ook weer helemaal Simson. Dan zingt hij z'n overwinningslied en richt hij voor zich zelf een gedenkteken op. Damath Lechi noemt hij die plaats en dat betekent zoiets als "kaakbeenhoogte".
Zodat generaties later de mensen, staande op die plaats, zullen zeggen: kijk, hier heeft Simson toen die filistijnen in de pan gehakt.
Is het daarom toevallig dat dit hoofdstuk nog een kort vervolg heeft?
Simson wordt in een situatie gebracht, waarin hij dreigt te sterven van dorst.
En dan, wanneer Simson de dood in de ogen kijkt, gaan z'n ogen open en ziet hij de Here staan, die hem die geweldige kracht heeft gegeven.
Simson gaat op de knieën en belijdt de Here als de Verlosser: "Gij hebt in de handen van uw knecht deze grote verlossing gelegd". Dat klinkt heel anders dan: "Ik sloeg met een kaakbeen dat ezelstuig, ik overwon met een kaakbeen duizend man."
Hier stoot Simson door naar het hart van het evangelie: de redding is van de Here!
Veelzeggend is nu ook de naam die Simson geeft aan de bron, waaruit de Here water doet stromen. Hij noemt die bron: bron van de roepende.
Daarin klinkt de afhankelijkheid door, die het leven van de verlosser stempelt. Niet in eigen kracht, maar in de kracht van de Here. Zoals ook onze Here Jezus als verlosser een roepende geweest is. Hebr. 5: 7-9 "Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood redden kon, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden, en toen is Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwig heil geworden ... ".
De ware verlosser put voortdurend uit een geestelijke bron. De ware verlosser leeft bij de gratie van zijn Zender