Ken U zelf (3 - 1)
1984-03-16
Een paar jaar geleden kwam je dit woord nog nauwelijks tegen, maar vandaag tref je het overal aan: die nadruk op het belang van de groei van je persoonlijkheid.- Jaargang 28
- nummer 11
Zo schreef drs Jan Lievenee een boek over zijn ervaringen met trainingen in persoonlijke groei. Ook de autobiografische roman van A. Meulenbelt staat in het leken van die noodzaak van persoonlijke groei. Dat blijkt uit het citaat van "Alice in Wonderland" op de eerste pagina: "Toen voelde Alice iets heel vreemds en zij dacht er een tijdje over na voor zij wist wat het was. Ze begon groter te worden.
Eerst wilde zij opstaan en de zaal uitlopen, maar toen besloot zij om te blijven waar ze was, zolang ze plaats genoeg had.
"Ik wou dat je niet zo duwde" zei de Zevenslaper, die naast haar zat, "ik kan amper ademhalen".
.Ik. kan er niets aan doen" zei Alice heel deemoedig, "lk groei".
("De schaamte voorbij" - blz. 8.)
"Ik kan er niets aan doen, ik groei", antwoordde Alice aan de Zevenslaper naast haar.
Dat overkwam haar zomaar in dit verhaal.
De vraag is: overkomt het ons echt zomaar?
Of moeten wij er iets aan doen?
De Zevenslaper in het verhaal weert het af: hij wil niet groeien. Maar Alice zelf stelt zich er voor open en gaat moedig voort.
Voor Anja Meulenbelt is deze groei in haar persoonlijkheid een groei naar zelfverwerkelijking in vrijheid.
Is dat de goede richting? Wij zien in het boek van Anja Meulenbelt ook waartoe die groei leidt: totale bandeloosheid en pijnlijke eenzaamheid.
Toch is iemand, die niet groeit, dood.
Of een Zevenslaper. Welke groei zoekt een christen?
Groei in "omvang"
In het vorige hoofdstuk eindigde ik mijn schets van de ontwikkeling van de mens bij de puberteit. Hoe nu verder ná de puberteit? Welke groei zoeken wij?
De stelling die wij ook bij deze vraag vooropzetten is: in de relatie tot God hebben wij een basis voor de groei en ontplooiing van onze persoonlijkheid.
Ik werk dit nu eens niet uit in de richting van de ontwikkeling van de aan mij toevertrouwde "talenten'" (Matth. 25 : 14-30), hoezeer dat hier ook op zijn plaats zou zijn, maar ik heb hierbij in dit hoofdstuk die groei van de persoonlijkheid op het oog, die in de bovengenoemde recente literatuur wordt nagestreefd, maar die daar in een humanistisch raam leidt tot isolerende vereenzaming, De groei van de persoonlijkheid naar bijbels model gaat anders en heeft een andere richting, n.l. naar steeds groter gemeenschapsbesef in verantwoordelijkheid.
Terwijl de groei zan de persoonlijkheid in het humanistische kader van zelfverwerkelijking leidt tot een heel smal besef van identiteit: ik ben dàt wat ik zèlf wil zijn, voert de groei van de persoonlijkheid naar bijbels model juist tot een heel wijd besef van identiteit: ik ben ook dat wat ik in anderen verfoei.
Slavernij
Om dit te verduidelijken begin ik met een voorbeeld. Vijf jaar geleden was ik in het auditorium van de universiteit van Nairobi in Kenya in Afrika.
Wij hadden 5 avonden belegd waarop De film van dr F. A. Schaeffer "Hoe zouden wij dan leven" getoond werd.
Iedere avond zat de zaal vol met Kenyase studenten. Het was geen probleem om hun reakties op de film te ontdekken. Die gaven zij direkt en spontaan onder het kijken, door te fluiten of te lachen, door opmerkingen of door applaus. Tot de 5e aflevering kwam. Die ging over het probleem van het racisme.
In die aflevering komen verschrikkelijke beelden voor van de slavernij.
De slavenschepen komen in beeld en historische afbeeldingen van de afzichtelijke martelingen waaraan de slaven blootstonden. Op het moment dat deze beelden op het scherm kwamen werd het doodstil in de zaal - het enige wat je hoorde was zo nu en dan het klikken met de tong. Op dat moment had ik een ervaring die ik nooit zal vergeten: voor het eerst besefte ik dat ik een blanke was. Ik zat daar samen met mijn vrouw niet meer waardevrij: ineens ging het door mij heen: dit hebben wij hèn aangedaan.
Ik besefte de onmacht van ieder woord - ook van de veroordeling van deze zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de Westerse beschaving door Schaeffer - zolang die uit de mond komt van een blanke. Hier voelde ik mij plotseling door de grond heen zakken van schuld en schaamte.
Wallstreet
Die ervaring noem ik nu wezenlijk voor de persoonlijkheidsgroei zoals ieder christen die moet ondergaan.
Dat is groei in de zin van: een steeds verder uitgroeiend besef van identiteit.
Geen mens kan leven zonder besef van identiteit of om het anders te zeggen: zonder te weten wie hij is.
Die zelf-kennis groeit onmerkbaar bij het ouder worden. We leren ontdekken waar onze kracht ligt en waar onze zwakheid, wat wij kunnen en wat wij niet kunnen.
Het merkwaardige in dit groeiproces is nu het volgende: Wij hebben allemaal de oerneiging in ons om ons in dit proces terug te trekken op wat je zou kunnen noemen een minimumidentiteit.
Ik vereenzelvig mij met alles wat mij ligt of wat ik goed kan en iedere vereenzelviging met dat wat mij niet aanstaat, of wat ik slecht doe, laat staan wat anderen slecht doen of gedaan hebben, weiger ik.
Ais wij een rapport krijgen met alleen goede cijfers erop, dan laten wij dat graag zien met een houding van: dat ben ik nu. Wij zijn trots op onze "Bachs", maar distanciëren ons van onze "Hitlers".
Zo gaat het ook met onze prestaties, onze status-symbolen of onze verworvenheden.
Bij sommige mensen is hun Mercedes hun identiteit. Er was tijdens de zware economische crisis in de dertiger jaren een effecten-makelaar in Wallstreet, die, toen de koersen ineenstortten zich zelf van een wolkenkrabber naar beneden stortte.
Zijn aandelen waren zijn leven. Toen die instortten, stortte hij in. Zo gaat het als wij ons op een minimum-identiteit terugtrekken ...
Lust-moordenaar
Die minimum-identiteit is dat wat wij goed kunnen en waarin onze trots ligt. Wat daartegenover negatief isof ons niet aanstaat, stoten wij van ons af als iets wat niet ècht tot onze persoonlijkheid behoort.
Als wij iemand bijzonder onvriendelijk hebben behandeld en een dag later daarop gewezen worden, wijzen wij dat af met de opmerking: ik was moe! D.w.z. ik was toen niet mijzelf want mijn eigenlijke ik is anders dan mijn vermoeide ik.
Zo weigeren wij de vereenzelviging met de wijdere kring van realiteiten die toch echt bij mij behoren, maar die ik niet aankan.
H. Thielicke noemt daarvan een sprekend voorbeeld in zijn boek "Mensch sein, Mensch werden".
"Enige tijd geleden liet zich de lustmoordenaar K. (zoals de krant meldde) in een Hamburgse gevangenis ontmannen.
Hij was een van de meest gevreesde lustmoordenaars - maar liet zich na vele gesprekken met artsen en psychiaters er toe overhalen zichzelf te laten ontmannen. Niet lang daarna (nog in de gevangenis) trouwde hij en verklaarde daarbij: “Ik ben nu eindelijk vrij van mijn noodlottige driften. Ik voel mij goed, houd van mijn vrouwen ben rustiger geworden".
Toen hij enige tijd daarna voor de rechter moest verschijnen om zich te verantwoorden voor zijn eerder gedane wandaden, verdedigde hij zich met het argument: Ik ben niet meer dezelfde die ik gisteren was. U kunt niet anders doen dan mij vrijspreken".
De journalist die dit in de krant versloeg, schreef daarbij: "het feit dat K. thans een heel ander mens was als de man die in de aanklacht was beschreven, leidde tot een bijna ontroerende hulpeloosheid bij de rechter en de officier van justitie, tegenover een verdachte, die eens tot de gevaarlijkste misdadigers in de Hamburgse onderwereld behoorde!
Hier zien wij nu een voorbeeld van een man die zich terugtrekt op zijn minimum-identiteit. De vraag op de achtergrond is: wie ben ik? Wat behoort er allemaal bij mij? Dat is de vraag naar de omvang van mijn identiteit.
Ik, ellendig mens
In Romeinen 7 beschrijft de apostel Paulus een heel merkwaardig proces in zijn eigen leven. Het proces van persoonlijkheidsgroei dat iedere christen zal moeten doorstaan om volwassen te worden. Ook hij begint haast net zoals de Hamburgse misdadiger met zich terug te trekken op een minimum-identiteit.
Hij zegt immers letterlijk over zichzelf dat hij uitdrukkelijk afstand neemt van die gedragingen van zijn persoonlijkheid die niet in overeenstemming zijn met het liefdegebod.
Dat gebod is goed - "Indien ik nu dat wat ik niet wens toch doe, stem ik toe dat de wei goed is, maar dan bewerk ik het niet meer", (hier haakt hij zijn slechte ik los van zijn identiteit) "maar de zonde die in mij woont". (zie vs. 17).
Het is belangrijk om hier een moment bij stil te staan.
Aan de ene kant voelen wij de kracht van Paulus' gedachtengang. Zijn wij het wel zèlf als wij iets doen, wat wij diep in ons-zelf niet willen en toch doen? Is een alkoholist zichzelf als hij dronken thuiskomt? Morgen zal hij zeggen: maar ik heb dat alles wat ik deed helemaal niet gewild!
Minimum-lijders
Is er wel iemand die echt diep in zijn hart zijn naaste wil kwetsen, regeren of manifesteren? Heeft Paulus niet gelijk als hij zegt: het is de zonde, die in mij is, die dat doet. Dus bewerk ik hei niet meer. (Het is als de splinter in het oog die het oog juist bederft).
Paulus denkt hier vanuit een diep besef dat al het andere, het vuil en het kwaad naar hogere bestemming eigenlijk niet bij ons behoren.
Aan de ene kant is dit waar, aan de andere kant klopt het niet. Want wij zijn niet die mensen die wij in Gods ogen hadden moeten zijn. De werkelijkheid leert ons iets anders. Wie over die werkelijkheid héénspringt creëert onverantwoordelijke mensen.
Sterker nog: onmensen.
Een mens, die niet de volle verantwoordelijkheid op zich neemt van wat hij doet, is een onmens. Wat zouden de ouders van het verkrachte meisje zeggen als zij de misdadiger zó horen antwoorden: Ja, dat deed ik gisteren, maar vandaag ben ik een ander ... ! Kan het probleem zo gemakkelijk opgelost worden? Zijn wij niet aanspreekbaar op onze daden?
De minimum-lijder is continu op de vlucht: nee, dat ben ik niet en dat deed ik niet. Of: ja, dat is wel zo gebeurd, maar het overkwam mij: ik kon er niets aan doen. Ik neem er afstand van. Ik vlucht er van weg zoals Kaïn wegvluchtte en bleef vluchten, wèg van de plaats van het onheil, waar hij Abel gedood had ...
Maar de onrust blijft. Die kan alleen weggaan als ik de volle verantwoordelijkheid voor de daad die ik bedreef op mij neem en er voor boet. Er is geen andere weg.