Claudia en Pudens
1984-03-16
Aan het slot van zijn brieven zond Paulus vaak groeten van of aan zijn medegelovigen. Meermalen worden mannen en vrouwen met name genoemd, soms met een persoonlijke aantekening.- Jaargang 28
- nummer 11
Met Bijbel-lezen slaan we die groeten misschien wel over, al zouden we ze ook uitspreken. Toch - ook die groeten, die namen, die aantekeningen, zijn Gods Woord. Wie ze opmerkzaam leest komt veel aan de weet, dat het weten waard is. En wanneer we aan het slot van Paulus' laatste brief, zijn testament zouden we zeggen, de 1) namen van Pudens, Linus en Claudia tegenkomen gaat er, voor wie ook in de kerkgeschiedenis geïnteresseerd is, een wereld open!
Claudia en Pudens staan, samen met Linus, in de Britse kerkgeschiedenis hoog aangeschreven. Hun verhaal is inderdaad boeiend, niet alleen omdat het zo menselijk is . maar vooral omdat deze drie ongelooflijk veel voor het jonge christendom hebben betekend.
Laten we het drietal eerst eens nagaan.
Wie waren ze? Claudia en Linus waren zus en broer, kinderen van koning Caractacus van Silurië, Zuid-Wales. Ze waren - toen hun vader door een generaal van keizer Claudius was gevangen genomen 2) - met de hele familie naar Rome overgebracht.
Het was de eerste keer dat een Britse vorst in gevangenschap moest gaan. Het was ook de eerste keer, dat een Romeins keizer aan een gevangen koning gratie verleende. De familie heeft een aantal jaren in gijzeling te Rome gewoond - wel in een eigen huis, dat tot vandaag het Britse Paleis heet. 3) Claudia was een kleine meid van zowat zeven jaar, toen ze de reis naar Rome maakte. Ze kan dus herinneringen aan het moederland hebben behouden, maar is daar waarschijnlijk nooit terug geweest. Toen ze in Rome kwam heette ze nog Gladys, een Keltische naam die "prinsesje" betekent.
Maar toen keizer Claudius in een grillige bui de familie gratie verleende (en ze in zijn huis nodigde 4) adopteerde hij het meisje als eigen dochter en noemde haar Claudia. Een treffende zaak in een stad, die van bloed droop. De keizer had een dochterje van die naam verloren en, hoewel alle Romeinse keizers voor hun brute wreedheid bekend stonden, de kleine Gladys maakte bij hem een snaar aan het trillen, deed hem aan zijn kleine Claudia denken. Hij noemde Gladys voortaan officieel Claudia. Een vorstelijke naam die door geen ander gedragen zou worden. En we kunnen al vast zeggen: Claudia heeft zich vorstelijk gedragen.
Linus, haar broer, zal iets ouder zijn geweest. Misschien komen we later wel op hem terug. Ook hij speelde een voortreffelijk rol in Rome.
Pudens was een Romeins edelman, zoon van een senator. Zijn volledige naam luidde Aulus Rufus Pudens. De eerste naam was als gebruikelijk in veel landen, een soort opmaat; de tweede naam (Rufus = roodharige) was de bijnaam voor vrienden: Pudens de officiële naam.
Toen Paulus zijn brief aan de Romeinen schreef in 57 (?) noemde hij Rufus bij zijn vertrouwelijke naam. 5) Hij kende hem blijkbaar goed, wist dat Rufus "een uitverkorene in de Heer" was. Sterker: hij zei dat Rufus' moeder ook Paulus' moeder was. Er komen vragen op. Was Paulus' moeder in tweede echt de moeder van Rufus geworden? Waren Paulus en Rufus halfbroers? In elk geval is het moederschap voor Paulus niet het geestelijke moederschap geweest; in de zin dat zij hem tot bekering zou hebben gebracht, We weten immers, dat Paulus door onze Heer zelf krachtdadig is bekeerd, op de weg naar Damascus. 6) Blijft dus de mogelijkheid, dat Rufus en Paulus halfbroers waren, hetgeen bijval vindt in Paulus' getuigenis dat hij - behalve Benjaminiet 1). ook Romeins burger was. 8) Paulus had trouwens meer bloedverwanten in Rome. 9)
Pudens, de Romeinse edelman, trouwde in 60 (?) met de Britse prinses Claudia. Toen Paulus in 57 (?) een groet aan Rufus zond kende hij Claudia blijkbaar nog niet; die was toen 14 jaar. Maar toen hij in 64 (?) zijn laatste brief afsloot, groette hij Timotheüs mede namens Pudens, Linus en Olaudia. Hij was toen - zegt de kerkgeschiedenis - zeer bevriend met dat gezin. Die vriendschap is gebleven tot het einde. Clandia en Pudens hebben hem gediend in de laatste moeilijke jaren.
Nu even terug naar hun vader Caractacus en grootvader Brän de Gezegende.
Beiden waren reeds christenen, voordat ze in ballingschap moesten.
Hoe kon dat? De geschiedenis zegt: dat Jozef van Arimathea en zijn gezellen in 37 of 38 nC. na de dood van Stefanus - in Avalon zijn aangekomen en weinig later aan het hof van Silurië predikten. 20) Brän staat geboekstaafd als de eerste Britse christen-koning, die voor zijn rijkje het christendom aanvaardde. Toen dan ook de familie in Rome aankwam, daar door Gods gunst gratie ontving, is er ongetwijfeld onmiddellijk contact gezocht met de Jerusalemse vluchtelingen, Die werden in hun huis ontvangen; het Britse Paleis te Rome is het oudste gebouw waarin - sedert Paulus - altijd vergaderd is.
Brän is in 58 naar Britain teruggekeerd.
Caraotacus mocht ook teruggaan, hoewel zijn datum niet bekend is. Hij hield zich aan zijn belofte, dat hij nooit weer de wapens tegen Rome zou opnemen. Dat hoefde hij trouwens ook niet, want dat deden anderen wel. 10) Maar Claudia en Linus gingen niet mee terug. Die bleven in Rome, de een door haar huwelijk, de ander om andere redenen. Pudens en Claudia kregen vier kinderen: twee jongens en twee meisjes. De laatsten heetten Pudentiana en Praxedes, de jongens waren Timotheüs en Novatus. Ze groeiden op in de christengemeente "uit de heidenen"; in tegenstelling tot de gemeente "uit de Joden", die bij Priscilla en Aquila vergaderde.
Een heidens dichter, Martialis, heeft door zijn bewaard gebleven verzen enkele machtige schijnwerpers op dit mooie gezin gericht. Hij kwam uit Bilbilis in Spanje in het jaar 60 (?) naar Rome en raakte zeer bevriend met Pudens. Bij hun huwelijk was Marrialis als huisvriend aanwezig en dichtte: "Claudia, de schone van vreemde kust, wordt met mijn Pudens blijvend verenigd." 11) In een speciaal gedicht voor de bruiloft dichtte hij het volgend gebed tot zijn afgoden: ,,0, Concordia, zegen hun sponde voor altijd. Wees met hen in uw sneeuwwitte zuiverheid. Sta Venus toe, uit haar fijnste voorraad alle geschenken te verlenen, dit huwelijk waardig. En als ze oud wordt moge zij wijs en trouw zijn, en op leeftijd gekomen de bekoring van haar jeugd vernieuwen." 12) Toen Rufus hem eens moest berispen dichtte hij hoffelijk: "Ge dwingt mij, Pudens, de pen te nemen. Nu, snoei en zuiver dit gedicht van mij! Ik weet hoeveel jij ervan houdt, elke geestigheid in een smetteloze regel te kleden".
13) Een ander vers, aan Claudia gewijd, luidde: "Onze Claudia, Rufina genaamd (= vrouw van Rufus), stamt naar wij weten van blauwogige Britten - en toch zie, ze wedijvert in gratie met alles, wat Griekenland en Rome bieden, alsof ze geboren en getogen was onder hun warme luchten".
14) En toen de kinderzegen begon te vloeien dichtte de huisvriend: "Vergun ons, gij goden, dat zij altijd mag bewijzen haar moederzorg voor zoon en dochter; steeds verheugd in de toegewijde liefde van haar man en steeds haar vreugde vindende in haar kroost". 15) Maar toen Martialis in 100 nC. naar Spanje terugkeerde, zong hij niet meer. Zijn ogen hadden nameloos leed gezien: christenvervolgingen onder de wreedste keizers. Martialis had zijn vrienden Pudens en Claudia verloren en Linus, haar broer. Hij Wás ontgoocheld, diep teleurgesteld in Rome en in de "cultuur" van overheersende barbaren.
Mogelijk is Claudia in 97 een natuurlijke dood gestorven, een jaar na de marteldood van haar man. Haar naam komt althans niet voor op de Roomse martelarenkalenders, hoewel.
dit niet alles zegt. Maar haar man Rufus Pudens en haar vier kinderen zijn allen als martelaren voor Christus omgebracht.
Rufus Pudens staat genoteerd op 17 Mei A.D. 96, "de gezegende Pudens, vader van Praxedes en Pudentiana, Hij was door de apostelen gedoopt en hield zijn kleed zuiver en smetteloos tot de kroon des levens". 16) In het jaar 107 stierf Pudentiana de marteldood, tijdens de derde vervolging. Ze staat genoteerd als: "de maagd, van hoge afkomst, doohter van Pudene en discipel van de heilige apostel Paulus".
Haar broer Novatus, "zoon van de gezegende Pudene. broeder van Timotheüs, de ouderling, en van de maagden in Christus Pudentiana en Praxedes", evenals "al deze in het geloof onderwezen door de apostelen", werd op 20 Juni 139 nCo ter dood gebracht, tijdens de vijfde vervolging.
Zijn broer Timotheüs was op dat ogenblik in Britain, waar hij o.m. zijn neef koning Lucius doopte. 17) Maar kort na zijn terugkomst in Rome werd hij - bijna 90- jarige ouderling - ter dood gebracht door marteling, samen met Marcus, "in de stad die dronken was van het bloed der martelaren van Jezus". 18) Hij was Timotheüs genoemd naar Paulus' "geliefde zoon in Christus", die ouderling was in Efeze.
Intussen werden de vergaderingen der opgejaagde christenen in het huis van Pudens en Caudia gehouden, waar nu alleen Praxedes nog gastvrouw was. Op grote schaal werden bekeerlingen gedoopt, eenmaal met Pasen zelfs 96 personen. De huispredikanr, Hermas Pastor, schreef in zijn "De Schaapherder" 19): “Pudens ging naar de Heer en liet zijn dochters achter, sterk in kuisheid en onderwezen in de Goddelijke leer. Deze verkochten haar goederen, verdeelden de opbrengst onder de armen en volhardden in liefde tot Christus". Na de dood van Pudentiana schreef ds Hermas: "haar zuster en ik wikkelden haar in gebalsemde (doeken) en bewaarden haar in de gehoorzaal. Na 28 dagen droegen we haar naar het graf van Priscilla en legden haar bij haar vader Pudens".
Van de bejaarde Praxedes staat vermeld: "ze raapte in het donker de overblijfselen van vermoorde christenen van de straat op en begroef ze met eigen handen". Maar ze werd verteerd door smart en bad, eindelijk ook te mogen sterven. Kort daarna werd ook zij ter dood gebracht. Ds Hermas schrijft: "en ik, Pastor de priester, heb haar lichaam begraven bij dat van haar vader Pudens".
Het bloed der martelaren is altijd het zaad der kerk geweest. Deze geschiedenissen zijn aangrijpend, maar droevig alleen voor wie niet verder dan dit leven zien. Voor hen die geloven is er grote vreugde in, te zien hoe christenen "gelijk als de witte zwanen zingen op haar levensend" . Zij hebben Christus verheerlijkt door hun dood, het geloof behouden en de kroon der gerechtigheid verkregen.
De geschiedenis ligt vast, zowel van Britse als van Roomse zijde, gedeeltelijk ook van Griekse. Een andere keer over Linus?
1) 2 Tim. 4 : 21 - 2) in 50 nC.; Caractacus was niet in een veldslag overwonnen, maar door verraad in Romeinse handen gevallen - 3) ook wel Pudentiana, ook Titulus genoemd 4) als bij Daniël, 2: 49 - 5) Rom. 16: 13 - 6) Hand. 9 : 1 - 1) Rom. 11 : 1 - 8) Hand. 22 : 28 _ 9) Rom. 16 : 710) Tacitus Ann. V-12 _ 11) Epigramman IV -32 - 12) Epith, IV -3 _ 13) Eo, VII-11 - 14) Ep. XI-40 _ 15) Ep. XI- 53 - 16) Martyr. Rom., ook bij Ado, Usuard en Esquilinus - 17) div. schr.18) vlg. de jezuiet P. .T. Chandlery (Pilgrim Walks in Rome) is dit de Marcus, wiens evangelie ten huize van Pudens zou zijn geschreven _ 19) Baronius' vondst, vertaald door dr H. G. M. Spenee- Jones. - 20) Op het Concilie van Nicea (waar de bekende geloofsbelijdenis van Nicea in 325 werd opgesteld) "werd aan de Britse bisschoppen voorrang gegeven, als vertegenwoordigers van de kerk van Jozef van Arimathea", schrijft de daar aanwezige kerkvader Origines (!)