De houding van het oude Israël tegenover mensen met een geestesziekte

1984-03-23
  • Jaargang 28
  • nummer 12
Hoe was de houding van het oude Israël tegenover mensen die zwakzinnig waren of psychiatrische ziektebeelden vertoonden?
Twintig jaar geleden verscheen er in het “Israël Annual of Psychiatry" een artikel dat zowel gebaseerd werd op gegevens uit het Oude Testament als op de Talmud. Geen'recent artikel, niettemin lijken deze gegevens nog steeds van belang.
Daarom een samenvatting in "Opbouw".

De Bijbel (O.T.)
In het Oude Testament treffen we begrippen aan als dwaas, waanzinnig, redeloos. verstandloos. onverstandig.
In Hosea 9 : 7 lezen we bijvoorbeeld: "Dwaas is de profeet, waanzinnig de man des geestes, wegens de grootte uwer ongerechtigheid". Zie verder b.v. Psalm 92 : 7, Jeremia 5 : 21 en Spreuken 14 : 15.
Veel meer in de context van psychiatrische ziektebeelden kunnen we een aantal teksten in het eerste boek van Samuël plaatsen. Denk b.v. aan David in Gath: "Daarom stelde hij zich nu hun tegenwoordigheid aan als een waanzinnige en gedroeg zich als een razende; hij bekrabbelde de deurvleugels van de poort en liet het speeksel In zijn baard lopen" (1 Samuël 21 : 13). Hoewel het hier gaat om gefingeerde krankzinnigheid, moet het beeld dus in zijn tijd al bekend zijn geweest. Vergelijk ook de reaktie van Achis, de koning van Gath, op Davids gedrag: "Heb ik gebrek aan krankzinnigen, dat gij mij deze gebracht hebt om bij mij uit te razen?".
Bekend is ook de geschiedenis van koning Saul (zie o.a. 1 Samuël 16 : 14-23). Verder kan verwezen worden naar teksten als Deuteronomium 28 : 28, Zacharia 12 : 4, Daniël 4 : 33 (Nebukadnezar).

De Talmud
In de Talmud blijkt het woord 'shoteh' (idioot) meestal zowel zwakzinnige mensen als psychiatrische patiënten te omvatten. Slechts één tekst maakt onderscheid: "De dove, de idioot, de blinde of de krankzinnige vrouw". (In Nederland werd dit onderscheid tot aan het begin van de 20e eeuw ook nog maar weinig gemaakt. - H.A.) In enkele teksten uit de Talmud wordt de vraag gesteld wie er 'idioot' is.
Het antwoord luidt: "Hij die er 's nachts alleen op uittrekt, slaapt op de begraafplaats en zijn kleren verscheurt".
Opvallend is het verband dat bij alle omschrijvingen wordt gelegd met het veel vertoeven op begraafplaatsen (vgl. ook het Nieuwe Testament, o.a. Mattheüs 8 : 28). Zijn een profeet of een koning die hun klederen scheuren 'dus' geestesziek?
Nee, want de Talmud plaatst een interessante kanttekening: wanneer de genoemde gedragingen zich tegelijkertijd voordoen. Ieder gedrag kan op zichzelf genomen een logische verklaring hebben!
Andere woorden in de Talmud die een verband suggereren met een geestesziekte zijn: ledigheid, onnozelheid en domheid.

Problemen bij de diagnostiek
Het is niet zondermeer mogelijk om voornoemde omschrijvingen te classificeren overeenkomstig de moderne diagnostiek. De schrijvers leefden in verschillende tijden en interpreteerden verschijnselen volgens de medische kennis van hun tijd. Een ander probleem wordt veroorzaakt door de mogelijkheid dat er in de oudtestamentische tijd andere vormen van geestesziekte bestonden dan in onze tijd. Er moet dus op basis van gegeven omschrijvingen een interpretatie gemaakt worden. In de volgende gedeelten enkele situaties die volgens onze huidige kennis te maken kunnen hebben met geestelijke stoornissen.

Zelfdoding
In het Oude Testament vinden we 4 bekende teksten waarin sprake is van zelfdoding: bij Simson (Richteren 16), Zimri (alhoewel hier wel wordt betwijfeld of er sprake is van zelfdoding; 1 Koningen 16: 18), Saul (1 Samuël 16 : 14) en bij Achitofel (2 Samuël 17: 23). Behalve bij Zimri is er steeds sprake van een eervolle begrafenis. In 2 Samuël 2 : 5 worden de mannen van Jabes toegesproken: "Weest gezegend door de HERE, omdat gij aan Uw heer, aan Saul, deze liefdedienst bewezen hebt en hem begraven hebt".
De Talmud is niet zo vanzelfsprekend als het gaat om eerbetoon voor iemand die de hand aan zichzelf geslagen heeft. Er wordt zelfs geschreven dat er over hem niet geweend mag worden. Er wordt echter wel onderscheid gemaakt: in een toestand van verstandsverbijstering of in het geval van krankzinnigheid verdient zo iemand dezelfde begrafenis als andere mensen. De 'straf' geldt dus alleen mensen die niet geestesziek waren toen ze zichzelf doodden.

Wisselend stemmingsbeeld
De toerekeningsvatbaarheid komt ook ter sprake als er wordt geschreven over mensen met een wisselend stemmingsbeeld (b.v. 'maanziekte'). Het bekendste voorbeeld uit het O.T. is Saul (zie 1 Samuël 16: 23); mogelijkerwijs zouden we in onze tijd kunnen denken aan een manisch-depressief stemmingsbeeld met paranoïde verschijnselen, De Talmud verklaart deze mensen in hun 'goede perioden' toerekeningsvatbaar. "Hij die soms krankzinnig is, en soms gezond, heeft - als hij gezond is - dezelfde rechten als alle andere mensen". Dit legt uiteraard een zware verantwoordelijkheid op de schouders van de getuigen.
Zij moeten beoordelen of de persoon in kwestie toerekeningsvatbaar is.

Bescherming
Dat geesteszieke mensen recht hebben op bescherming komt tot uiting in een aantal Talmud-teksten. Een geesteszieke vrouw wordt beschermd: "Een gezonde man die met een gezonde vrouw, die later geestesziek wordt, is getrouwd, mag niet van haar scheiden".
In een rechtzaak verdient een krankzinnige bescherming; hier moeten de rechters zorg voor dragen. Dat dove mensen en geesteszieke mensen geen handel mogen drijven heeft te maken met dezelfde rechtsbescherming: al te gemakkelijk zouden zij de dupe kunnen worden van anderen die misbruik maken van hun toestand.
Mensen met psychiatrische ziektebeelden en zwakzinnige mensen worden ook niet aansprakelijk gesteld voor de schade die zij anderen toebrengen.
Overigens belemmeren geestesziekten het kunnen uitoefenen van het priesterambt.
Iemand die slechts één maal een epileptisch insult heeft gehad is voorgoed uitgesloten van dit ambt.

Waarheen?
Hoe werden mensen met geestelijke stoornissen 'behandeld' in de Oudtestamentische wereld? Dit is niet duidelijk; aannemelijk is echter dat zij vaak buiten de bewoonde wereld verbleven, gedwongen of als vrije keuze. Een tekst in het O.T. die hier iets over zegt gaat over een nietjoodse situatie: Nebukadnezar. Hij werd niet gevangen gezet, maar bleef uit de buurt van het volk. Mogelijk werd dit ook als straf gezien; er kan ook sprake zijn van een 'speciale behandeling' van een hooggeplaatst persoon.
In Jeremia 29: 26 lezen we dat een ieder die waanzinnig is en zich als profeet voordoet in blok en halsijzer moet worden gezet. We moeten bij dit begrip 'waanzinnig' echter niet denken aan het beeld dat wij van een geestesziekte hebben (al werd er in de O.T.-tijd wel een vergelijking gemaakt tussen het gedrag van profeten en wat wij nu noemen: uitingen van psychiatrische ziektebeelden).

Konklusie en vergelijking
In de visie van het oude Israël op geestesziekten wordt onderscheid gemaakt tussen beelden waar de mens geen aktieve rol heeft gespeeld (erfelijkheid, lichamelijke handikaps) en ziektebeelden waar men a.h.w. zelf de hand in heeft gehad (vervuiling, ledigheid, ongewenste seksuele relaties).
De diagnose 'geestesziekte' leidde nooit zondermeer tot een negatieve houding (althans: op schrift).
Ieder geval werd afzonderlijk beoordeeld.
Ook ging men ervan uit dat in een aantal gevallen genezing mogelijk was. De visie van de vroeg-joodse bronnen op deze ziektebeelden is minder bevooroordeeld dan in latere bronnen het geval was. Er zou gesproken worden van een progressieve en optimistische visie.
De vroeg-joodse omschrijving van geestesziekten wijkt af van die van omringende landen. Zo werd bij de Grieken alsnog de hand afgehakt als iemand zichzelf gedood had. Anderzijds zag men hallucinaties en epileptische toevallen als uitingen van de godheid, hetgeen in geen enkele joodse bron als mogelijkheid wordt gesuggereerd.
Over het algemeen kan gesteld worden dat de houding die spreekt uit vroeg-joodse bronnen (O.T. en Talmud) van de vooronderstelling uit gaat dat God de mens heeft gemaakt en dat deze naar Zijn Beeld geschapen blijft, ook als hij geestesziek is.

Tenslotte
Tot zover deze samenvatting van het artikel uit het Israël Annual of Psychiatry.
Hoewel er enige kanttekeningen te plaatsen zijn wat betreft de exegese van Bijbelteksten en er ook enkele gedeelten zijn weggelaten, meen ik het hierbij te mogen laten.
De houding die in de vroeg-joodse litratuur naar voren komt ten opzichte van mensen die 'anders' zijn is ook in onze tijd van groot belang. Dat 'bescherming' in latere eeuwen leidde tot isolement, opsluiting, doet aan de positieve grondtoon van deze vroege zorg voor het lot van mensen die "anders" zijn niets af.

“The attitude of the ancient Jewish sourees to Mental Patients", door P. Hes en S. Wollstein.
In: Israël Annual of Psychiatry and Relsted Discuilines, 1964, blz. 103-116.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief