Na Jeruzalem, Judea en Samaria...
1984-03-23
Eens sprak ik met een zendeling die jarenlang in Oost-Azië gewerkt had. Een man met ruime ervaring.- Jaargang 28
- nummer 12
Hij vertelde me een verhaal dat me is bijgebleven. Een aantal zendelingen besprak met elkaar de perspectieven voor zendingswerk.
Ze bleken pessimistisch.
De Grote Opdracht was nog steeds niet uitgevoerd. En Christus was nog niet teruggekomen. Al gauw bleek hem dat ze die twee zaken met elkaar in verband brachten. Christus was nog niet teruggekomen, omdat de Kerk de opdracht tot de einden der aarde te gaan nog niet had uitgevoerd.
Hij vroeg hen of ze meenden dat de Here in feite op zijn schema achter lag. Dat geloofden ze stuk voor stuk. Hij vroeg ook of ze meenden dat onze menselijke laksheid en een gebrek aan evangelische ijver Hem in feite in zijn plannen had vertráágd en ook dat geloofden ze. Waarop hij hun zei: "Ik geloof niet dat de Almachtige God Zijn plannen ooit door ons laat vertragen of bespoedigen."
Remmend
Daarmee is iets wezenlijks aan de orde. Kunnen wij het of kunnen wij het niet, God remmen? Ik ben ook geneigd te vinden dat het niet kan.
Daar moet wel iets aan worden toegevoegd, dunkt me.
Het is mogelijk - en het is ook gebeurd - dat mensen zó het accent legden op Gods souvereine handelen dat ze niet wisten hoe ze daarin zélf een rol konden spelen. Bekend is het verhaal van een der vroegste protestantse zendelingen, William Carey, die rond 1790 een zeer gezegend werk in India heeft mogen verrichten. Hij voelde zich al tijden intens bewogen met het lot van de mensen in dat grote land, maar werd in zijn eigen Engelend te verstaan gegeven: "Als het God behaagt de heidenen te winnen, zal Hij dat wel doen zonder uw hulp of de onze." Zo'n visie is niet altijd buitengewoon stimulerend om er dan zelf op af te gaan! Men kan zich afvragen of de apostelen het zo zouden hebben gezegd. Als Carey het zo had gezien, was hij nooit gegaan. Kennelijk hééft het God behaagd werk in India te doen. En Hij gebruikte Carel' die zich niet liet remmen ...
Ook is het zo, en dat is een tweede punt, dat deze zendelingen ermee zaten dat Christus niet was teruggekeerd.
Het was een probleem voor hen, zoals het ook problematisch was dat de Zendingsopdracht nog niet was uitgevoerd. Het waren gedréven mensen. Gedreven mensen moeten ervoor zorgen dat ze geen achternagezeten mensen gaan worden; gedrevenheid kan je gaan opjagen.
Mensen die zo'n gedrevenheid missen doen er echter wijs aan zich niet te gauw een (negatief) oordeel aan te matigen. Iemand kan een visie hebben, die niet in alle opzichten valt over te nemen. En toch, wie weet, is hij of zij in die gedrevenheid dichter bij het hart van de Here dan gedegen theologisch oordelende toeschouwers aan de zijlijn.
Kennen we dat gevoel?
De vraag dan is: zitten wij ermee dat de einden der aarde nog niet bereikt zijn? Is dat voor ons een pijnlijke zaak, zoals Paulus het als smart ervoer dat zijn volksgenoten de gekomen Messias niet aanvaardden? (Rom. 9 : 1 vv.). Kennen wij iets van die bewogenheid die Christus had, toen Hij een menigte herkende als in nood.
Ze hadden een herder nodig en er was er geen geweest, tot dan toe. (Mattheüs 9 : 36).
Tegenwerpingen
Natuurlijk is, op dit punt aangekomen, ruimte voor allerlei opmerkingen.
Ik noem er een paar. Voor de vroege christenen was het niet allereerst gehoorzaamheid aan een bevel, maar een innerlijke drang om het wonderbaarlijke van Christus' verlossing iedereen kenbaar te maken.
Paulus' uitspraak dat hij van iedereen een schuldenaar is, valt niet te begrijpen, als het alleen om een bevel gaat dat moet worden uitgevoerd. (Romeinen 1: 14). Wie het uitstekende boek van Michael Green leest, Evangelieverkondiging in de eerste Eeuwen (Telos-uitgave) merkt hoezeer die drang destijds aanwezig was.
(Het is goed om dat boek aan te schaffen: wat kun je er véél in vinden om te overdenken!) Ook is het mogelijk dat je de zorg voor de hele wereld op je schouders neemt. En dat kan je niet - en het is al gedaan, door een Ander. Het gevaar van aktivisme, van letten op aantallen bekeerlingen, van zoeken naar een plaats met goede oogst, het kan allemaal gebeuren. Bovendien hebben we geen belofte ontvangen dal iederéén het Evangelie zal aanvaarden ...
Misschien is het allemaal waar. En toch. Toch kunnen we heel kleinburgerlijk zijn. In ons keurig theologisch-
verkavelde Nederland hebben we ons boeltje op orde. Ons erf is aangeharkt; we kunnen alles vinden, we hebben alles op een rijtje. Maar in de rest van de wereld stormt het, liggen de lijken op straat. Is geen brood te krijgen, niet voor de maag en soms ook niet voor het hart ... Een kerk die niet bewogen is faalt niet alleen in haar getuigenis, misschien faalt ze ook wel in haar wézen ...
Kijk eens om
Wie gaat letten op de geschiedenis van de zending, zal dingen zien die niet alleen maar gerust stellen of bevallen.
Wat vinden we ervan dat de Rooms-katholieken zoveel éérder in de Hervormingstijd grootscheeps zending zijn gaan bedrijven dan de Protestanten?
(Natuurlijk, daar zijn best redenen voor aan te voeren, ook wel deugdelijke, maar het feit ligt er.) De paters Jezuïeten hadden bijna 2 eeuwen zendingswerk achter de rug voordat de eerste Protestantse zendeling verscheen.
Wat vinden we ervan dat geen enkele groep mensen in de geschiedenis zoveel aan missionering heeft gedaan als de monniken? Twaalf eeuwen lang - van de late Oudheid tot de 18e eeuw toe - waren zij zo ongeveer de énigen, Wij hebben zo onze gedachten over monniken - en heel wat ervan is ongetwijfeld juist - maar er is ook deze kant.
Ook moeten we toegeven dat met name Britten en Amerikanen voor een enorm stuk protestants zendingswerk hebben zorggedragen. Wij Nederlanders hebben daar niet buitengewoon in vooraangelopen, al mag men ook zeggen dat we gelukkig niet zijn achtergebleven.
Hoofdlijnen
Voor wie de grote lijnen van de zendingsgeschiedenis bekijkt, doemt een aantal interessante contouren op; althans zo is het mij vergaan.
In de eerste vijf eeuwen (pak weg) wordt het hele Romeinse Rijk bereikt.
Dan komt er een kentering. Van 500 AD tot het jaar 1000 wordt ongeveer de helft van de Christelijke wereld (aardrijkskundig gezien) veroverd door de Islam. Wèg de herinnering aan Athanasius, Cyprianus, Origenes, Tertullianus, Polycarpus, Ignatius, Augustinus. Wèg de kerk van de meeste belangrijke vroege kerkvaders. Hoe heeft dat kunnen gebeuren?
Tegelijkertijd echter de kerstening van heel Europa. Verlies in Zuid-Oost en Zuid, winst in Noord en Noord-Oost. De germaanse en slavische volkeren aanvaarden het Evangelie.
Geweldige uitbreiding van het Evangelie in de richting van India en China.
Maar het hele werelddeel Afrika (en het nog niet ontdekte Amerika en Australië) worden niet bereikt.
1000·1500
De Middeleeuwen worden halverwege gespleten door de Kruistochten. Met het zwaard in de hand wordt gestreden tegen de Moslims, de ongelovigen die het Heilige Graf onteren.
Slechts een enkeling wil de geestelijke strijd ook gééstelijk strijden. Het accent ligt op confrontatie met de Islam.
Franciscus van Assisi bereikt Egypte en preekt voor de heerser aldaar.
Raymundus Lullus, een latere volgeling, leert arabisch, leest de Koran, bestudeert de moslim-dogmatiek en wetenschap. Hij wordt op hoge leeftijd door een menigte gestenigd, bij Tunis.
De hoge vlucht van zendingswerk in China, Mongolië en India is onderhevig aan een kentering. De rest van Azië wordt nog niet bereikt.
Tussen 1000 en 1500 moet men spreken van teruggang. Christendom is een europese aangelegenheid.
1500-1700
In de Hervormingstijd en de twee eeuwen die erop volgen zijn het de Jezuïeten, die uitgaan. Zuid-Amerika, zojuist ontdekt, maar ook Noord-Amerika (niet erg grootscheeps), En Oost-Azië: de Filippijnen, China en Japan. De methoden van deze Jezuïeten zijn lang niet altijd even geweldig, maar hun moed is onmiskenbaar. Ze doen heel wat in China en Japan; de Filippijnen zijn er nog steeds een katholiek land van. Protestants zendingswerk is er in die tijd nagenoeg niet geweest.
En dan ...
En dan opeens, rond 1700, die eerste ritselingen. Piëtisten gaan naar Indië.
Leden van de Broedergemeente vertrekken naar Groenland, Noord-Amerika en Afrika.
Het eerste tijdvak
Dan komt rond 1790 een tijdperk dat men in het engelse taalgebied "The First Era" noemt, het eerste grote protestantse zendingstijdperk.
En zoals steeds, begint zoiets met een gedachte, met visie. En zo'n visie krijg je kennelijk in gebed, in het ernstig zoeken van de Here. In korte tijd zijn er zendingsgenootschappen in Engeland, Schotland, Nederland, de Verenigde Staten. Een visie slaat aan. Nieuwe continenten komen binnen het vizier. En nieuwe mensen om te gaan.
Wie zijn de nieuwe zendelingen? Onder andere de vrouwen. "De invloed van Carey", zegt het al eerder geciteerde Perspectives on the World Christian Movement, "bracht een aantal vrouwen in Boston ertoe zendingsgebedsgroepen voor vrouwen te starten ... Na enige jaren begonnen vrouwen naar het zendingsveld te gaan als onafhankelijke zendelingen.
Tenslotte begonnen rond 1865 alleenstaande vrouwen zendingsorganisaties voor vrouwen die... alleenstaande vrouwen als zendelingen uitzonden en die ook aan het thuisfront uitsluitend uit vrouwen bestond." ( 169).
Maar ook nieuwe continenten. Allereerst Afrika. Opnieuw citeer ik: "Een (kenmerk van die periode) is de wonderbaarlijke manifestatie van liefde en zelfopoffering bij degenen die uitgingen. Met name Afrika was het werelddeel dat zijn duizenden versloeg.
Alle pogingen om tot Afrika door te dringen waren vóór 1775 volkomen mislukt... Aan de vooravond van dit Eerste Tijdvak was geen zendeling meer in leven, van welke kerkelijke snit ook. De afschuwelijke statistieken van schier onvermijdelijke ziekte en dood, die die jaren van waarlijk moedige zendingswerkers kwelden - of feitelijk nalieten te kwellen! Na 1790 gingen ze uit in wat men haast "zelfmoordakties"
moet noemen. In geen enkele andere periode, en voor geen enkele ander zaak, is ooit zoiets gebeurd. In de eerste 60 jaar van dat tijdvak heeft nagenoeg geen zendeling langer dan twee jaar na aankomst in Afrika geleefd ... Ik vraag me af of wij dat in onze tijd nog zouden doen, als we wisten dat jaar in jaar uit jonge mensen gingen met een 95% zekerheid dat ze hun roeping geen jaar zouden overleven ... " (169).
Het tweede tijdvak
Na 1865 krijg je, volgens sommige deskundigen, een tweede tijdvak. Nu niet meer alleen de rand van de continenten, de kust. Nee, nu vèrder, het binnenland in. Hudson Taylor sticht The China Inland Mission.
(Deze organisatie heeft tot nu toe meer dan 6000 werkers in dienst gehad.) En de meesten zaten inderdaad in de binnenlanden van China. Er was een nieuwe visie, en kennelijk ook behoefte aan nieuwe organisaties.
In korte tijd ontstonden wel 40 nieuwe organisaties. En wat was het doel? Nieuwe grenzen bereiken. Sudan Interior Mission, Africa Inland Mission. Heart of Africa Mission, Unevangelized Fields Mission, Regions Beyond Missionary Union.
Steeds ging het om "interior" , de binnenlanden. En in het laatstgenoemde geval (in Nederland heet ze de NEZU) ging het om streken waar nog niemand geweest was. Dáár moest men heen!
De zendelingen van deze "tweede Era" hebben een ongelooflijk werk mogen verrichten. Overal ontstonden nieuwe kerken; de inheemse kerken werden een feit van groot belang. In die vorige eeuw is "zending" als protestants verschijnsel zo belangrijk geworden dat de meerderheid van de werkers nu van protestantse komaf is.
Het derde tijdvak
En dan begint zo rond 1930 de gedachte te komen: moeten we niet gaan afbouwen? Het werk kan binnenkort worden overgelaten aan de nu gegroeide zusterkerken (niet meer "dochterkerken" !).
In die zelfde tijd ontstaat een derde tijdvak; althans zo ziet een aantal zendingswerkers het. De landen waren bereikt: de kust èn het binnenland.
Maar niet elke bevolkingsgroep.
Het accent ligt nu op "peoples", op bevolkingsgroepen. Wie over "niet bereikte volkeren" wil lezen, kan kijken naar het werk van bijvoorbeeld de Wycliffe Bijbelvertalers. Kleine groepjes mensen, in het oerwoud, moeten ook in hun eigen taal het Woord kunnen horen.
Allerlei zendelingen willen die vele duizenden "peoples" bereiken. Men onderscheidt nu 16.750 "volkeren", stammen, groepen met een eigenaardige en afgesloten identiteit. En de vraag is: wie bereikt die?
Nooit heeft men het Evangelie zó konsekwent naar alle volkeren willen brengen. Althans, het is in theorie al naar hen gebracht; alleen de praktijk laat op zich wachten.
Even teruggaand naar het begin. Laat de Here op zich wachten, omdat wij de taak niet hebben uitgevoerd? Wie het antwoord weet (met zekerheid) mag het zeggen. Kan echter - los van dat alles - het wáár zijn wat ik in het al geciteerde boek las: "dit móet en kàn het láátste tijdperk zijn"? (176).