Pastorale notities

1984-03-30
  • Jaargang 28
  • nummer 13
Een oom van me is vorige week begraven, hij is bijna 97 jaar oud geworden en hij liet geen vrouw of kinderen na, zodat U zult zeggen, dat hij geen lege plaats achterlaat. Nee, dat kun je wel zeggen. Het sterven is v(!or hem een verlossing geweest. Hij was het laatste jaar blind en ziek.
Toch mijmer ik wat voort over dat zeggen: hij laat niets achter.
In de "dienst van Woord en gebed" ter gelegenheid van zijn begrafenis kwamen enkele oude collega's aan het woord. Oom is nl. "Hoofd der School" geweest in Boven-Hardinxveld en volgens één van de sprekers was met hem de laatste schoolmeester heengegaan, een monument.
Ze iets hadden wij, als "oomzeggers", ook wel begrepen.
Eén keer per jaar kwam hij naar Friesland, zijn vaderland, om te zien of zijn familie nog leefde, maar hij had daarvoor niet meer dan een week uitgetrokken, de middelste van de grote vakantie. De eerste week werd besteed aan het afwerken van de administratie, de tweede dus aan familiebezoek en de laatste week was hij weer present om al de schoolzaken na te gaan.
Hij had het ook druk in het dorp. Er was geen vereniging of instelling, of hij was er voorzitter van en er kon geen bijbeltje gekocht zijn of geen huwelijksfeest gevierd worden, of hij moest er gedichten voor schrijven.
Br. Y. Jacobs in Den Haag is nog bij hem op school geweest en weet U wie er op de begrafenis was? Ds J. O. Mulder van Kampen. Ook die kreeg het woord en hij zei dat er van hem, ds Mulder, niets terecht gekomen zou zijn als meester Schaafsma hem niet door de eerste moeilijke domineesjaren had heen gesleurd, soms bepaald niet zachtzinnig. Want de meester zat uiteraard ook chronisch in de kerkeraad.
De lezer zal geen behoefte hebben aan verhalen uit mijn familie, maar waarom schrijf ik dan over die oom en zijn begrafenis? Omdat het me opviel, hoe betrekkelijk weinig mensen er waren. Je zou verwachten dat heel het dorp uitgelopen was, maar nee. Dan denk je aan psalm 103 het zestiende vers. "Haar plaats kent haar niet meer."
Het is in de nieuwe berijming nog sterker uitgedrukt dan in de oude. Bij de oude ("men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer") denk je aan mensen die nog naar de "standplaats" zoeken. In de nieuwe is het zo, dat de eigen standplaats de bloem of de boom die er stond, niet eens meer kent. Als je dit ziet word je bescheiden. Je zult niet zo erg gemist worden in je werkkring. Met de goedertierenheid des HEREN is het anders, zo vervolgt de psalm. Daar moet m'n oude, blinde oom het nu geheel en al van hebben en dat dorp daar ook.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief