Na Jeruzalem, Judea en Samaria...
1984-03-30
Volgens opgave, zijn er honderdduizenden christenen in Pakistan.- Jaargang 28
- nummer 13
Eén kerk noemt zich "de Kerk van Pakistan", een andere de "Presbyteriaanse Kerk van Pakistan". Toch komt, naar ik heb gelezen, het grootste deel van de Pakistaanse christenen uit een Hindoe-achtergrond en niet uit een moslimmilieu.
En moslims vormen 97% van de bevolking. Het gevolg zou zijn - opnieuw, naar ik lees - dat die kerk helemaal niet zo nationaal is als je op het eerste gezicht zou zeggen. Met de overweldigende moslimse meerderheid bestaat nagenoeg geen verhouding op basis van het feit dat het b.v. om familieleden gaat, die je nog wel eens hier en daar aantreft, hoe moeizaam dat contact ook zou zijn. Nee, contacten zijn, cultureel gezien, heel moeilijk.
"De kerk van Zuid-India" is een kerk die ontstaan is uit zendingswerk van heel diverse organisaties.
Maar hoe bijzonder die kerk ook is, de Kerk van Zuid-India is het niet.
Dit suggereert dat ze een soort dwarsdoorsnede is van de bevolking van dat gebied. En dat is ze niet. Het Hindoeïsme is een uitzonderlijk ingewikkelde religie, maar los van godsdienstige verschillen, zijn daar ook maatschappelijke onderscheidingen.
Men kent in India zo'n 100 maatschappelijke klassen, "kasten" geheten.
En 95% van de leden van de Kerk van Zuid- India komt uit 5 van die 100 kasten. En dat betekent dat met 95% van de kasten - met andere woorden: de grote meerderheid van mensen in dat gebied - geen culturele of maatschappelijke eenheid wordt ervaren.
Of bijna niet.
De grote kerk van de Batakkers in Noord-Sumatra heeft veel gedaan onder de eigen volksgenoten. Wil ze echter in andere delen van Indonesië actief zijn, dan is de taalkundige en culturele afstand zo groot dat men haast net zo goed in het buitenland zou kunnen werken.
Volkeren
En ga maar door. De voorbeelden vallen makkelijk aan te dragen. Je bent er niet als er een kerk is in een land. In het India met zijn honderden talen, in het Indonesië met zijn diverse eiland-culturen, in het Pakistan met zijn diepgaande kloof tussen (vroegere) Hindoes en Moslims.
Hoe communiceer je daar het Evangelie?
Je kunt het werk dat de jonge kerken moeten ondernemen, nauwelijks "evangelisatiewerk" noemen. Tenminste, als je daaronder verstaat de verbreiding van het evangelie onder mensen die je buren zijn, je vrienden, je familie, mensen die je op elke denkbare plaats kunt ontmoeten, die je min-of-meer in hun situatie begrijpt, waar je zonder al teveel wantrouwen en vooroordeel kunt binnenkomen.
Wel gaat het om mensen drie hetzelfde land met je delen, die dezelfde lucht inademen als jezelf doet, maar niet per sé mensen die je zo zonder moeite het Evangelie kan brengen.
E1, E2, E3
Sommige missiologen, MacGavran voorop, onderscheiden de taak van het evangeliseren in drie "moeilijkhcidsgraden", die worden aangeduid als "E1", "E2" en "E3". E1 is het ons bekende evangelisatiewerk. Je leeft in een maatschappij die je kent, waarvan je de cultuur kent en waarvan je de gewoonten etc. kent. In termen van Jezus' woord in Handelingen 1 vers 8: "Jeruzalem en Judea".
Vlak bij kunnen echter ook mensen leven die we wel verstaan, maar waarvan we gescheiden worden door culturele en/of religieuze barrières. Voor Joden was dat "Samaria", voor de Kerk van Zuid-India zijn het de mensen met een andere kaste-achtergrond, voor christenen in een moslimland is het de islamitische meerderheid. Het (taalkundig) verstaan van elkaar is de moeite niet, het diepe wézenlijke culturele verstaan des te meer. Taalkundige overeenkomst, geografische nabijheid, kunnen ook leiden tot extra problemen van weerstand en vooroordeel.
Zie maar wat er in ons land aan het gebeuren is met Turkse of Marokkaanse minderheden. "E2-werk" heet dat in de al genoemde termen. Er moet een grens worden overschreden, niet per sé een taalkundige of nationale, maar wel een culturele, een religieuze, een maatschappelijke.
Na dat "Samaria" is er het E3-werk, het zgn. "Cross·culturele werk" (geen fraai nederlands woord, dat zal men moeten toegeven). We moeten ais gelovigen gaan "tot de einden der aarde".
En daar worden totaal andere talen gesproken, andere religies aangehangen, bestaan andere voedings- en kledingsgewoonten, kan de manvrouw relatie anders tot uiting komen, etc.
Judea of Samaria
Het simpelst zou het zijn, als in ieder land er een kerk bestond die het werk nu verder zelf aan zou kunnen. Zo hoort het tenslotte ook. "Het is een tragische misvorming van Jezus' strategie, als we zendelingen blijven sturen om werk te doen dat door inheemse christenen beter kan worden gedaan. Er is geen excuus voor een zendeling op de preekstoel, als een inheemse er beter had kunnen staan." (Perspectives, p. 300).
Conclusie van velen: we kunnen naar huis! In elk land is een kerk. Laten we vooral niet in de weg staan, als de "nationale kerk" het werk overneemt.
Toch moet worden ingezien dat we lang niet altijd een nationale kerk aan hr t evangeliseren kunnen zien gaan.
E1 is wel een kerk in een bepaald land, maar geen kerk binnen een bepaald volk. En waar geen groep gelovigen binnen een bepaald volk bestaat, komt ook een groep gelovigen uit hetzelfde land toch altijd binnen als een stel "outsiders". Niet "Judea" zogezegd, maar "Samaria."
Uitgaan blijft nodig
A!s het waar is dat een volk het beste bereikt kan worden door eigen inheemse gelovigen, die van deze mensen familie zijn, etc., dan is de vraag: is er een christelijke gemeente binnen alle volkeren? En het antwoord moet zijn: nog bij lange na niet! En moeten we concluderen: bij die onbereikte volkeren is nog steeds "het ouderwetse zendingswerk" nodig. Als de schatting klopt dat er plm. 17.500 volkeren zijn (zo gedefinieerd), dan zou er dus een even groot aantal kerken te stichten zijn.
Zo'n werk zou immens zijn, daar niet van. Maar onmogelijk? Begrijpt u me goed, er kan een stuk (Amerikaans aandoend?) optimisme in zo'n uitspraak schuilen. En "optimisme" als zodanig behoort niet bij de vruchten van de Geest, zoals beschreven in Galaten 5.
Anderzijds, als dat waar is, wat staat ons te doen? Het is toch goed te weten wat er gebeuren moet alvorens de einden der aarde bereikt zouden zijn? "Nooit eerder in de wereldgeschiedenis is er een beweging geweest die zoveel culturen en volkeren heeft omvat als de Christelijke Kerk", lees ik ergens en het zal best wel zo zijn.
Maar daarmee is het werk als zodanig niet per sé gedáán, Er blijven werkers uit onze streken nodig. Zoals er mensen uit Derde Wereld landen moeten komen. Soms zal een kerk naast het evangeliseren (nogmaals, E1-werk, volgens de gehanteerde terminologie) ook aan E2-werk moeten denken èn aan het uitzenden van mensen. Soms kan het zelfs zo zijn dat zendelingen die "naar de einden der aarde" zijn gegaan (voor hun besef althans) beter het werk onder culturele en religieuze minderheden kunnen doen dan wijzelf, voor wie het E2-werk zou zijn.
(Stel je voor dat er nog eens Koreanen komen om de Marokkanen hier te bereiken? Of Skandinaviërs om iets in Noord-Ierland te doen?) Verder blijft het nodig dat er mensen zijn die de zusterkerken in de Derde Wereld trainen in allerlei zaken die ze zelf beter kunnen doen, maar waarvoor de middelen nog ontbreken. Opleidingen, hulp op technisch gebied, etc. En een wezenlijke bijdrage in de vorm van medische hulp, landbouwkundige hulp, etc.
Wie moeten gaan?
Samenvatting van deze drie artikelen: Er is nog steeds veel te doen, al is er ook op zendingsgebied al enorm veel gedáán. Er zijn nieuwe grenzen bereikt, maar er zijn ook nieuwe uitdagingen.
En, geloof ik, er zijn ook weer nieuwe mensen die moeten gaan.
Ook al ben ik het niet altijd eens met alles wat geloofszendingen doen, toch moet worden erkend dat er vele zijn die uiterst goed werk doen, die met een grote bewogenheid en overleg werken èn die vele jonge mensen kunnen gebruiken.
Vanuit mijn Bijbelschool-ervaring heb ik goede contacten met zulke zendingen en heb ik velen zien gaan, met allerhande achtergrond en vaardigheid. Ook denk ik dat onze kerken een groot aantal zendingswerkers hebben opgeleverd náást onze "officiële zendelingen" in Zuid-Afrika.
En elke keer weer denk ik dat het goed en verblijdend is, als er nieuw werk wordt opgepakt. Als iemand meent elders te kunnen gaan werken, maar geen theoloog is, of meent dat het niet Zuid-Afrika zou moeten zijn.
We moeten blij zijn dat er dan een hele wereld open staat. En dat vaak ook steun van de eigen gemeenteleden komt.
Dat alles zou mijns inziens ons moeten verheugen. Gelukkig, óók in Zuid-Afrika mogen wij als kerken hulp bieden. Het werk dat daar gedaan wordt is ongetwijfeld heel wezenlijk.
Maar daarnaast zijn er nog andere gebieden, zijn er andere mensen, aan wie we mogen denken, voor wie we kunnen bidden. Ongetwijfeld is ieders taak beperkt. Onze visie kan echter wereldwijd zijn.