De nieuwe mens

1984-04-06
  • Jaargang 28
  • nummer 14
Wat de oude mens is en kan en niet kan is er bij ons gereformeerden wel ingeprent. Van nature zijn we onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Om God en de naaste te haten. In ongerechtigheid geboren en in zonde ontvangen. Die oude mens wordt ook vaak vlees genoemd. Soms is dat alleen sterfelijk en vergankelijk. Maar meestal door en door verdorven.
Bron van ontucht en dronkenschap en twist en nijd. Daar is bij ons geen twijfel aan. Anders staat het met de nieuwe mens. Wat wij door het geloof in Christus mogen en kunnen zijn. Is die wel mogelijk en werkelijk? Komt er van dat leven als nieuwe mens wel iets of veel terecht? Is hij wel tot veel goeds bekwaam? Daarover zal dit artikeltje gaan.

Hoe ontstaat de nieuwe mens? Algemeen is wel de opvatting, dat het nieuwe leven begint bij de wedergeboorte.
Daarmee begint toch ook het gewone, natuurlijke leven? Het ligt toch voor de hand, dat daarmee ook het nieuwe leven begint? Maar is dat wel waar? Neem nu het gesprek van Jezus met Nicodemus in Johannes 3.
Daar zegt de Heiland tegen Nicodemus: Tenzij iemand wedergeboren wordt, kan hij het koninkrijk Gods niet zien. Hij moet wedergeboren worden uit water en Geest. Zelden ontmoette ik een lid van de gemeente, die mij kon zeggen, wat daarmee
bedoeld werd. Men vond het maar een wonderlijke belevenis, waaraan men niets kon af- of toedoen. Moest Nicodemus daarop maar lijdelijk wachten?
Zoals ook wij dat zouden moeten doen? Neen, zeker niet. Want Jezus wijst Nicodemus de weg tot het leven.
Hij moet gedoopt worden met water en Geest. Met water door Johannes de Doper. Hij moet zich dus scharen bij zondaren, tollenaren en hoeren en misdadigers. En dan moet hij zich door Johannes laten verwijzen naar de Christus. Hij moet in Jezus dus niet maar een mederabbi zien, maar de Messias. In wie het Leven is. En die het licht der wereld is. Alleen door het geloof in Hem komt een mens tot nieuw leven. Dat volgt ook uit Johannes 3 : 16: "Zó lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eigen Zoon gegeven heeft, opdat ieder, die in Hem gelooft niet omkomt, maar het eeuwige (echte) leven heeft" .

Wie gelooft in Hem heeft in Hem het leven. Zo staat het er toch? De volgorde is dus niet: wedergeboorte-geloof, maar geloof-wedergeboorte.
Nieuw leven. Zo staat het gelukkig ook in een artikel van de Geloofsbelijdenis: "Wij geloven, dat dit echt geloof in de mens gewerkt zijnde, door het gehoor van het Woord en de werking van de H. Geest, hem wederbaart en maakt tot een nieuw mens en doet hem leven in een nieuw leven en maakt hem vrij van de slavernij der zonde". En terecht staat ergens: wedergeboorte of bekering. Dat is hetzelfde. Wij worden ook bij de vernieuwing van ons leven ingeschakeld.
Daarom staat er ook in Efeze 5 het bekende lied: "Ontwaak gij die slaapt en staat op uit de doden en Christus zal over u lichten". Kan een dode opstaan? Ja als we het bevel van Christus horen en geloven. Zoals Lazarus opstond uit het graf op bevel van Jezus, zo mogen en kunnen wij opstaan uit de doodstaat, waarin wij van nature leven. God behandelt ons niet als planten of dieren, maar als mensen, naar Zijn beeld geschapen met verstand en wil, die mogen en moeten kiezen.

Dat de wedergeboorte of bekering of tot-nieuw-leven-komen niet zonder ons geschiedt, blijkt ook uit andere plaatsen. Jakobus zegt in Handelingen 1: "Naar Zijn voornemen heeft Hij ons gebaard (tot leven gebracht) door het woord der waarheid". En Petrus: "Gij zijt wedergeboren niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad", door het levende en blijvende woord van God. Want het woord van de Here blijft in der eeuwigheid, en dit nu is het woord, dat u als evangelie verkondigd is". En als we dat geloven, zien we uit naar de wedergeboorte aller dingen, waarvan de Here Jezus zei: In de wedergeboorte, als de zoon des mensen zal gaan zitten op de troon der heerlijkheid, zult gij apostelen zitten op 12 tronen. Daar wordt bedoeld de vernieuwing van alle dingen. In de voleinding der eeuwen.

Dat de nieuwe mens niet vanzelf in ons groeit blijkt uit meer plaatsen.
Er staat ergens (Efeze 4 : 22): 'Leeft niet als de heidenen, maar gij geheel anders "Gij hebt Christus leren kennen.
Gij hebt van Hem gehoord en zijt door Hem onderwezen ... dat gij de oude mens áflegt, die verloren gaat, ... en dat gij vernieuwt wordt... en de nieuwe mens áándoet. Die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid."
Dan breekt ge met alle liederlijkheid, toorn, twist enz. Dan geeft gij de duivel geen voet en bedroeft de Heilige Geest niet, wiens stempel gij draagt ... maar weest barmhartig." enz. Op een andere plaats lezen we (Collossenzen 3 : 9): "Doodt de leden die op aarde zijn als onreinheid enz., waarin de heidenen leven. Dat moet gij alles wegdoen... daar gij de oude mens met zijn praktijken hebt afgelegd en de nieuwe hebt aangedaan. Die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van Zijn Schepper". En dan volgt een hele rij van christelijke deugden. We zullen in nieuwheid van leven wandelen.

De oude mens is vleselijk, aards uit de aarde. Maar de nieuwe mens is Geestelijk. D.w.z. Geestelijk geschreven met een hoofdletter. Want onze geest, ons verstand is van nature ook vleselijk. Er is ergens sprake van de , Geestelijke mens, de mens die leeft in gemeenschap met Christus en dus met zijn Geest. Want Hij woont door zijn genade en Geest in ons. In ons leven, zoals dat reilt en zeilt, werkt Hij het willen en het werken, zoals dat God behaagt. Vlees en Geest staan onverzoenlijk tegenover elkaar. We leven Of als oude mensen, als heidenen. Of als nieuwe mensen, niet naar het vlees, maar naar de Geest. Paulus zegt ergens (Galaten 2): "Met Christus ben ik gekruisigd en toch leef ik, d.i. niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij en zolang ik hier nog in het vlees leef, d.w.z. op aarde in dit leven, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft overgegeven". En in Galaten 5 staat dat prachtige gedeelte over de tegenstelling tussen vlees en Geest. Ik typ het u nog maar voor: "Dit bedoel ik: Wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees, want deze staan tegenover elkander, zodat gij niet doet wat gij maar wenst. Indien gij u echter door de Geest laat leiden, zijt gij niet onder de wet. Het is duidelijk wat de werken van het vlees zijn: hoererij, losbandigheid, afgoderij, toorn, veten, twist, afgunst, toorn uitbarstingen , zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven het Koninkrijk Gods niet zullen beërven. Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zodanige mensen is de wet niet. Want wie Jezus Christus toebehoren hebben het vlees met zijn hartstochten gekruisigd".
Dat wil niet zeggen dat nieuwe mensen, die Geestelijk zijn, ook niet kunnen vervallen tot vleselijke daden.
Zoals bijv. de Korinthiërs gingen roemen in mensen als Paulus, Apollos en Petrus. Dat noemt Paulus vleselijk.
De strijd tussen vlees en Geest zal wel ons leven lang duren. Maar als we leven uit het geloof, dan zijn we zeker, dat de Geest ook in ons leven zal overwinnen. De Heilige Geest, Gods Geest is sterker dan alle tegenkrachten: duivel, wereld en de oude natuur.

Nu wordt altijd één tekst vooral hiertegen aangevoerd. Paulus zelf zou in Romeinen 7 beweerd hebben, dat hij als christen in de regel niet deed wat hij eigenlijk wel wou, en dat hij normaal deed wat hij niet wilde. Ge zult zeggen dat staat er toch ook duidelijk?
En hij eindigt met te zeggen: ik ellendig mens wie zal mij verlossen van dit dodelijk bestaan? Dat is toch ook de ervaring van veel of liever alle christenen? Dat het wel kán voorkomen en voorkomt dat we een volgende dag zeggen moeten: eigenlijk had ik dat willen doen." en moeten doen, dat ontken ik niet. Maar dat Paulus hier zou spreken van zichzelf als apostel en dienaar van Christus, als christen dus, dat ontken ik. Dat kán niet. In de eerste plaats: het staat in Romeinen 7, dus tussen 6 en 8. In Romeinen 6 heeft Paulus gezegd: Zullen wij in de zonde blijven? Dus maar doen wat we weten, dat we niet mogen doen? Volstrekt niet is het antwoord.
Geen sprake van. Hoe zullen wij die voor de zonde gestorven zijn, nog in de zonde léven? "We zijn met Christus begraven in de dood ... opdat wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. We zijn geen slaven der zonde meer, maar rechtens vrij van de zonde. Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus! Laat de zonde dus niet over u heersen, de “zonde zal over u geen heerschappij voeren". En zou Paulus dan in vers 7 zeggen, dat de zonde wél over hem heerste? Bedenk verder, dat Romeinen 8 begint met de jubel: "Zo is er geen veroordeling voor hen, die in gemeenschap met Christus zijn. Want de macht van de Geest des levens heeft u door Christus Jezus vrij gemaakt van de macht der zonde en des doods. Zo mogen we niet meer naar het vlees leven, maar naar de Geest als kinderen Gods".
Dat is toch duidelijk genoeg? Ja zal men zeggen, maar er staat toch maar: Ik. Daar zal Paulus zichzelf toch bedoelen?
Als christen? Ik ben overtuigd van niet, Maar hoe dat ook zij, Paulus kán zich als christen niet bedoelen.
Maar als hij wel zichzelf bedoelt, dam slaat dit op de tijd, dat hij als Farizeeër nog onder de wet leefde en niet van genade. Trouwens ik noem nog één argument: Paulus vermaant tot rechtvaardigheid, heiligheid, heerlijkheid, al wat waardig is enz. En dan zegt hij: dat hebben jullie niet alleen van mij gehóórd, maar jullie hebben het gezien! Een voorbeeld voor de kudde! Dus niet een voorbeeld als Romeinen 7!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief