Raad

1985-03-08
  • Jaargang 29
  • nummer 10
In onze taal kan raad allerlei betekenissen hebben. De meest voorkomende beduiding is advies. Bijvoorbeeld in uitdrukkingen als: ik geef je de raad om iets wel of niet te doen: Goede raad is duur. Iemand om raad vragen. Een andere betekenis is: plan. Met voorbedachte raad is naar vooropgezet plan, met opzet. Dan ook nog uitweg, oplossing. In uitdrukkingen als: Ik weet er geen raad mee.
Of: ik weet er wel raad op. Ik kom er wel uit. Of: ik weet me geen raad, ik zie het niet zitten. Ik weet geen oplossing. Dat een woord veel betekenissen heeft komt 'trouwens veel meer voor. Dit is vaak ook het geval met woorden uit het N.T. Ook wat betreft het woord raad.

Maar nu is het eigenaardige, dat één betekenis aan dit woord wordt gegeven,die zo in het N.T. helemaal niet vóórkomt. In een theologisch woordenboek wordt één artikel aan ons woord gewijd en wel in de betekenis, die als volgt wordt omschreven: "Onder de R. verstaan wij het eeuwig besluit van God aangaande alles, wat in de tijd zijn en geschieden zou. Dat aan alles wat is en geschiedt het raadsbesluit ten grondslag ligt, wordt ons in de H. Schrift duidelijk geleerd". Wei wordt erkend, dat het woord niet altijd deze betekenis heeft. En dat 'Ook andere woorden voor dezelfde waarheid worden gebezigd. Maar intussen wordt alleen deze betekenis uitvoerig uiteengezet Verder is uit het artikel nog het volgende van belang: "Daar 'is niets in heel ons hes taan of het is God van eeuwigheid bekend, ja het gaat op zijn raadsbesluit terug." Dan nog deze aanhaling: “In verband hiermee spreken wij van het besluit der predestinatie, dat zowel de verkiezing als de verwerping omvat en daarenboven ook de middelen insluit, door welke beide zich realiseren".

Erkend wordt in dit artikel dat deze opvatting van ’t raadsbesluit ons denken voor grote moeilijkheden zet. M.i. is er in de Bijbel van zulk een eeuwig besluit geen sprake. Het woord eeuwig is gewoon weg ingesmokkeld. En dan is er zeker nergens sprake van een voortijdige verwerping. God verwerpt alleen die Hem verwerpen.
En wat de uitverkiezing betreft, die heeft plaats in de tijd. Het is, God zij dank, niet waar, dat God in, de "stille eeuwigheid" zoals men dan zegt, besloten zou hebben dat de hel vol moest en de hemel,en dat dit zich in de loop van de geschiedenis zou realiseren. Dit zogenaamde raadsbesluit heeft miljoenen mensen in grote ellende doen leven. Ze zaten met de angstwekkende gedachte: "Als ik in dat besluit nu eens sta als verworpen; dan ga ik, onvermijdelijk naar de hel." Gelukkig is zulk een eeuwig besluit een uitvinding van, mensen. Laten we hiervan zeker zijn: Als het Evangelie tot ons komt, richt zich Gods verkiezende liefde tot Ons. En als we dat Evangelie geloven geldt van ons, dat wij behoren tot een uitverkoren geslacht. En dan roept God ons op; doet een appèl op ons, om die verkiezing en roeping vast te maken door een praktijk van godzaIigheid. Ook hebben theologen gesproe ken van een “Vrederaad", Dat zou een overleg zijn tussen de Drie-eenheid, Ik zal u niet vermoeien met dat dogmatisch geredeneer. Het heeft voor het geloof geen enkele waarde. Dat is althans mijn overtuiging.

Maar nu dan een bespreking van plaatsen in het N.T., waar het woord voorkomt; en van de betekenissen, die het daar heeft. Laat ik dan beginnen met Luk. 7 : 30: "Maar de Farizeeën en de wetgeleerden verwierpen voor zichzelf de raad Gods, daar zij niet door hem: gedoopt waren". Terwijl tollenaren en zondaren zich door Johannes de Doper lieten dopen, deden Farizeeën en wetgeleerden dat niet. En zo verwierpen zij de raad van God. Johannes was door God Gezonden als Voorloper van Christus. Hij zei: "Ik doop u met water, maar die na mij komt zal u met de Heilige Geest en met vuurdopen". Via Johannes nodigde God het oude volk om tot Christus te komen. Het water van de doop van Johannes was een teken van de afwassing der zonden en vernieuwing van het leven. De Farizeeën waren overtuigd, dat zij deze doop niet nodig hadden. Zij wilden van Gods genade niet 'leven. Zij zouden hun behoud zelf wel verdienen door hun vasten, en bidden en aalmoezen enz. enz.' En zo verijdelden zij Gods plan tot verlossing.
Wat hen betrof zetten zij Gods raad of advies aan de kant. Zo vallen zij onder het oordeel, dat de Here Jezus van Jeruzalem gaf: "Ik heb u willen bijeen vergaderen, zoals éen hen haar kuikens onder haar vleugels lokt, maar gij hebt niet gewild".' Uit deze teksten blijkt, dat Gods raad weerstaan kan worden. Het is geen onfeilbare beschikking ten goede of, ten kwade over ons doen en laten. We zijn geen "stokken of blokken", ook geen planten of dieren.
Maar God wil gediend worden door mensen, naar Zijn beeld geschapen. Begaafd met wil en verstand. Hij laat ons vrij om ook "neen" te zeggen tegen Gods genade. Hij dringt wel. maar dwingt ons niet. Hij biedt ons het medicijn, drukt het ons om zo te zeggen in de hand. Maar wij mogen en moeten het gebruiken in geloof. En anders gaan we door eigen schuld verloren.

Een sterk bewijs van zulk een onwrikbaar besluit meent men te "inden in bijvoorbeeld Hand-
2 : 23: "Deze (Jezus) naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, hebt gij door de handen van wetteloze mensen aan het ”kruisgenagelden gedood".
Dat zegt Petrus in zijn rede 'tot het Joodse volk op de Pinksterdag. Daar zou ik het woord raad willen vertalen met "plan". God heeft Jezus in deze wereld gezonden als een blijk van Zijn genade. Dat was naar een vast plan. En in dat plan 'Was begrepen, dat Joden en heidenen Gods genade, in Jezus Christus getoond, niet zouden verdragen. Dat moest uitlopen op verwerping. Dat was ook Gods voorkennis! Daar staat een woord, dat wij wel kennen als we wat thuis zijn in dokterstermen. Als een arts een patiënt grondig heeft onderzocht .zegt hij, wat er aan mankeert en wat er aan gedaan moet worden. Dan vraagt de zieke, vooral als het erg lijkt: Waar loopt dat op uit. Wat is de prognose. Dát woord is hier gebezigd. Gods prognose was dat de zending van Zijn Zoon in deze goddeloze wereld moest uitlopen op moord. Maar Hij heeft het Sanhedrin en Pilatus daartoe niet gedreven. Hen van, eeuwigheid daartoe niet bestemd. Dat zou de verantwoordelijkheid van de moordenaars, wegnemen. Dan hadden zij gehoorzaamd aan een noodlot. Judas was daartoe ook niet reeds van eeuwigheid aangewezen. Er staat immers: "Wee de mens": Hij is verantwoordelijk voor zijn daad.

Nog een tekst wordt vaak aangehaald als bewijs voor dat eeuwig besluit van verkiezing en verwerping. Namelijk Rom. 8 : 28-30. Hier volgen ze:
"Wij weten nu, dat (God) alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld Zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en die Hij tevoren bestemd heeft, deze heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen' heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt". Deze verzen zijn bekend 'als de Gouden Keten des, heils, Waarvan de Dordtse Leerregels zeggen, dat die niet kan verbroken worden. Want dat zij, die uitverkoren zijn, onfeilbaar zeker tot de zaligheid komen.

In de eerste plaats zou ik willen opmerken, dat hier geen sprake is van verwerping. Vervolgens dat er gesproken wordt van geroepenen. Wat m.i, gelijk staat met verkorenen. (Zie 11 Pek 1 : 10, waar roeping en -verkiezing in één adem worden genoemd.) Dat God de geroepenen "tevoren heeft gekend" wijst niet op een eeuwig besluit, maar wil zeggen; dat Gold ons altijd vóór is.. Niet wij hebben God uitverkoren, maar Hij ons. Hij kent ons vóór wij Hem kennen. Hij heeft de geroepenen" verkorenen bestemd, om het beeld van Christus te dragen. Dat is het doel van de roeping door het E-angelie. Maar zoals het Evangelie kan worden weerstaan, zo kan een verkorene zijn bestemming weerstaan door, ongeloof. En dat God de geroepenen ook rechtvaardigt en verheerlijkt
verzekert ons, dat wat God betreft, Hij zo doet. Hij heeft Christus ons gegeven tot rechtvaardiging en heiliging en verheerlijking; in één woord tot een volkomen verlossing. Zo deed Hij altijd. Zo doet Hij.

Wil dat nu zeggen, dat de uitverkorenen of geroepenen of gelovigen, als ze weten verkoren te zijn, onfeilbaar zalig worden? Dat zou wel gemakkelijk zijn.
Dan kón ons immers niets meer gebeuren! Ik heb meegemaakt, dat die overtuiging zorgeloze en goddeloze mensen heeft gemaakt. Tegen deze mening zou ik willen opmerken, dat er in de Schrift sprake is van "schipbreuk lijden van het geloof" D.w.z. verlies van het geloof. Verder wordt er in de Schrift gesproken van "gewassen zeugen, die terugkeren tot de wenteling in het slijk". Van "vervallen van de genade". En dat het onmogelijk is, die eens verlicht, zijn geweest en Gods goede gaven hebben gesmaakt enz. en zijn afgevallen, weer tot bekering te brengen. (Hebr. 6).

Maar, zo zal iemand opmerken, is er dan geen, zekerheid des heils? Zeker wel. Maar dat is zekerheid van gelóóf! Een zekerheid, die rust 'op constatering van kenmerken is zeer wankel, niet blijvend. En zekerheid van geloof dan? Die houden we als we onze roeping en verkiezing vast maken door een leven in de vreze ,des HEREN. Door in .het geloof te volharden. Ons te oefenen in de godzaligheid. Door strijd tegen de zonde: Waarbij we de De lof te hebben, dat we superoverwinnaars zullen zijn! ZÓ hebben we echte zekerheid des heils. Dan kan niets of niemand ons scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus. Alleen wij zelf kunnen het door te vervallen tot ongeloof.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief