Ex libris

1984-04-13
  • Jaargang 28
  • nummer 15
Als de redactievergadering van Opbouw is afgelopen, zijn we nog niet helemaal klaar om naar huis te gaan: eerst verdelen we nog de boeken die ter recensie zijn toegezonden. Ik kreeg de laatste keer een bundel verhalen en schetsen rondom de Afscheiding mee, namelijk De Spelbrekers door G. Brouwer.

Het is een wat merkwaardig boek.
Soms heeft het iets weg van een ouderwetse historische roman en soms lijkt het wat op een jongensboek zoals ik in mijn jeugd las. Bepaalde gebeurtenissen zijn in briefvorm verteld, andere komen uit de mond van een oude oom, en herhaaldelijk komt de schrijver zelf in de ik-vorm naar voren.
Een zekere compositie is dus afwezig en dat vind ik wel. een gemis.
Als er meer eenheid, ook in de stijl, was aangebracht, zou het werk aan kwaliteit gewonnen hebben, Dat wil niet zeggen dat ik het boek niet met interesse gelezen heb. Brouwer weet kennelijk heel wat van die tijd af, hij is ook goed thuis in Hattem en omgeving waar de beschreven gebeurtenissen zich hebben afgespeeld.
Hij heeft onmiskenbaar capaciteiten ruis verteller, wat onder andere tot uiting komt in de manier waarop hij gesprekken weet weer te geven. Het gesprek op de kerkeraad (blz. 174-179) is daar een goed voorbeeld van. De schrijver heeft ook gepeild hoe de eigen eer, zelfs bij de meest oprechte en vrome broeders, een funeste invloed kan hebben en een bedreiging kan vormen voor de eenheid in de gemeente.
Zoals ik al liet merken, kleven er ook gebreken aan het boek. De stijl is soms uitgesproken zwak en de schrijver neigt hier en daar naar het sentimentele.
Voorbeelden: O, kon ze maar helpen. O, hoe gaarne zou ik het doen. En: De maan zeilt langzaam en statig door de blauwzwarte hemel; haar stralen glijden over een wereld, verzadigd van leed en verdriet. Hun zilveren glans heeft gestraald ook over dit plekje van moeder aarde, lang voor het huidige geslacht werd geboren ... Hoe rustig liggen ze daar, de eenzame boerderijen, verzonken in de nachtelijke stilte. Maar ook hier, weten de manestralen, hebben de cocksiaanse denkbeelden wortel geschoten.
Kijk, zulke dingen ontsieren het boek.
Als de schrijver zich had beperkt tot het vertellen van zijn verhalen, desnoods voor een deel in de retorische negentiende eeuwse stijl, zou dat het werk ten goede zijn gekomen. Verhaal en beschouwing horen niet door elkaar te lopen, niet verbonden te worden.
Dan ontstaat er een produkt dat is te typeren als: geen vlees en geen vis. Vandaar dat het einde van het boek zo zwak is, het doet afbreuk aan de rest. Het is natuurlijk ook onzin dat manestralen iets wéten, zeker is het onzin dat zij wéten dat de ontwikkelingen in de geschiedenis niet in hoofdzaak samenhangen met economische omstandigheden. De schrijver gaat bovendien wel erg simplistisch te werk als hij zegt dat de wetenschap die wél grote invloed toekent aan materiële omstandigheden en aan het machtsstreven van leidende figuren "in de geschiedenis alleen maar het gerinkel van de kassa hoort. De figuur van Batavus Droogstoppel is haar peetvader. Das Kapital is haar bijbel".
Ik herhaal: zulke dingen ontsieren een boek. Mocht er nog eens een herdruk verschijnen, dan kan daar misschien eens iets aan worden gedaan.
En dan komt weer de oude vraag: is dit nu literatuur? Het antwoord zal duidelijk zijn: nee, onder andere doordat het werk niet een goed sluitend geheel is en door andere zwakke elementen die ik heb aangestipt. Maar dat betekent niet dat we hier te maken hebben met een boek dat niet met belangstelling en genoegen gelezen kan worden. Er is ook nog wel het nodige van te leren, Al zou het alleen maar zijn hoe groot de invloed van menselijke geldingsdrang en eerzucht kan zijn, ook in de geschiedenis van de kerk. Wat is het de Afgescheidenen moeilijk gemaakt, ze zijn niet alleen miskend, ze werden beschimpt en vervolgd terwijl ze oprecht en naar eer en geweten hun Heiland wilden dienen.
Tegelijk kan de lezer van dit boek kennis maken met andere eigenschappen van de mens: moed, offervaardigheid, plichtsbesef, trouw, nederigheid, diepe vroomheid. En dat niet alleen bij hen die meenden niet langer mee te mogen doen met wat er in de kerk gebeurde, maar ook bij hen die meenden dat zij onder geen beding zich mochten afscheiden van de kerk waarin zij waren opgegroeid.
Uit de historie, ook uit die van de kerk, kunnen we heel wat leren. Ik vrees dat we het te weinig doen.

"De spelbrekers" is verschenen bij Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1984 (ISBN 90-6064-458-1) en kost f 24,50. Het is mooi uitgegeven: een prettige druk en een stevige band met een goede aquarel van Reint de Jonge.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief