Caractacus

1984-04-13
  • Jaargang 28
  • nummer 15
In de voorgaande artikelen is de naam van Caraetacue al gevallen: het is de Latijnse naam voor de Keltische Caràdoc, koning van Silurië, dat is Zuid-Wales. Daar deze Caraetacue voor de kerkgeschiedenis zijn betekenis heeft gehad, zult u zeker wel iets meer van hem willen weten. U weet nu al, dat Claudia een dochter van hem was, en Linus een zoon.

Caractacus was een van de vele koningen, die Britain rijk is geweest.
Wanneer we over Britain spreken bedoelen we klein-Brittannië, in tegenstelling tot het latere Groot-Brittannië, dat heel Engeland. heel Schotland en Noord-Ierland omvat. Het oorspronkelijke Briearn was kleiner dan Engeland en werd bewoond door Keltische stammen; dat ging totdat de Angelen en Saksen invadeerden, die de Kelten naar enkele uithoeken verdreven.
Silurië was een van de belangrijkste vorstendommen: Caractacus werd, in de verdedigingsoorlog tegen de Romeinen, maarschalk over vijf verenigde legers. De burgemeester van Cardiff (hoofdplaats van Wales) wordt vandaag nog Lord Major genoemd, een titel, die verder alleen de burgemeester van Lomion heeft - in die titel klinkt nog iets van het historische koningschap van Wales door.
Zoals ook de Britse kroonprins altijd prins van Wales heet Caractacus was de zoon en opvolger van Brán de Gezegende en kleinzoon van koning Lear (de man, aan wie Shakespeare een toneelstuk wijdde).

Deze koningen konden hun afstamming tot 35 generaties terugbrengen, wat op ongeveer elf eeuwen historie neerkomt. In het jaar 36 nC. had Brän de boon neergelegd ten behoeve van Caraotacus: ook de laatste regeerde met kracht en recht, was geëerd en geliefd. Zelfs de Romeinen boekstaafden 1) dat de Siluren onbeperkt vertrouwen hadden in Caràdoc; terecht want onder deze koning hebben de verenigde legers de Romeinen onophoudelijk teruggeslagen. En in de Keltische Triaden (driedelige spreuken) werd hij bezongen: "Caràdoc, zoon van Brän, die door iedere Brit, van koning tot boer, werd gevolgd wanneer hij de speer ophief voor de strijd."

Het machtige Rome uit de eerste eeuw van onze jaartelling wilde namelijk dat laatste stukje vrij Europa aan zijn gebied toevoegen. Dit ter uitvoering van Claudius' decreet: dat alle christendom en Druïdendom in Britain moest worden uitgeroeid. Maar vier knappe generaals, Plautius, Vespasianus, Geta en Titus werden teruggeroepen naar Rome, omdat ze niet vorderden. 2) Dat verhinderde Caraotacus' zuster, Pomponia Graeoina, niet, met de Romeinse generaal Plaueius te huwen en mee naar Rome te trekken.

In een nu volgende wapenstilstand van zes maanden werd Caraotacus uitgenodigd naar Rome te komen voor onderhandelingen.
De Britse bard 1010 vermeldt in zijn manuscript: dat Caraotacus voor de Romeinse senaat moet hebben verklaard, dat hij in Wales elke boom had laten omhakken, zodat de Romeinen nooit konden zeggen dat ze last hadden gehad van de Silurische bossen - alleen van de Silurische dapperheid. Laat het waar zijn of niet - de Romeinen zelf legden vast, dat Caràdoc, bij het zien van Rome's pracht aan gebouwen en paleizen, zou hebben gezegd: een volk van zoveel luxe wil mij mijn soldatentent misgunnen!

Dit was niet de toonsoort voor Romeinse vredesonderhandelingen. Toen de zes maanden om waren zat Caractacus al weer in Silurië en de allerbeste generaal, Ostorius Scapula, werd nu ingezet tegen de Britten. En aan deze man gelukte het, Caraetacus gevangen te nemen, zonder slag of stoot ... alleen door de verleiding van een knappe vrouw, die hem als Delila verried. Haar naam: Arègwydd, bij de Romeinen Carrismuanda genoemd. 3) Op bevel van de Romeinse keizer Claudius moest de hele koninklijke familie (Lear, Brän, Caràdoc, kinderen en kleinkinderen) naar Rome komen.
Rome zag met drie miljoen mensen op hen neer en "beefde, toen men de geketende Britten zag", - "de enige vijand, die de Romeinse wapens waardig was".

Het is een pompeuze vertoning geworden en Claudius wist er iets van te maken. De senaat bood hem een bescheiden triomfboog aan - maar Claudius weigerde die. Hij wenste een echte triomfboog en niet zo’n kleintje want, zei hij, aan Caraetacue was heus wel een echte triomfboog verdiend.
Nu, Caractacus, de held van 40 veldslagen, groot in wapenen, groter in ketenen, verscheen onbewogen voor het keizerlijk tribunaal en hield een korte reden, die Engelse schooljongens uit het hoofd leren:

"Indien aan mijn regering in Britain zulks verzocht was (al ware het voor het behoud van mijn erfelijke domeinen of voor het welzijn van mijn dynastie) dan zou ik al veel eerder deze stad zijn binnengekomen. Namelijk als uw' bondgenoot, niet als uw gevangene.

En u zou, als ik uw vriend was, geen koning hebben behoeven te beledigen, die van vermaarde voorouders stamt en dictator is van vele naties.

Mijn huidige positie, ontdaan van mijn vroegere luister, staat mij even zeer tegen als ze u bevalt. Wat zal ik dan zeggen?

Ik was meester over mensen, paarden, wapens en rijkdommen. Begrijpt u dat ik er niets voor voelde, deze los te laten op uw bevel? Moet, vanwege de Romeinse aspiraties voor een wereldheerschappij, elke natie het knechtschap aanvaarden, dat u haar zou willen opleggen? Ik ben nu in uw macht; verraden, maar niet overwonnen. Indien ik als veel anderen mij zonder tegenstand aan u had overgegeven waar zou de naam van Caràdoc zijn gebleven? En waar zou uw glorie zijn?
Beide zouden in vergetelheid zijn ondergegaan.

Maar schenk mij het leven - en mijn naam zal in de historie voortleven als tenminste één voorbeeld van Romeinse welwillendheid".

Een ongewone rede voor een gevangene, die grote indruk maakte en door Tacitus is opgetekend. Suetonius heeft er bij vermeld, dat deze "overwinning"
bereikt is zonder een veldslag en zonder een druppel bloed.
Nu, Claudius wilde ook wel eens iets groots doen: hij schonk de hele Silurische familie gratie en legde haar een gijzeling van zeven jaar op. 4) De familie heeft zeven jaar in haar eigen huis, het "Britse Paleis", gewoond, dat later een kerk werd. Het stamhoofd ontving zijn Silurische inkomen ongehinderd en men kon na zeven jaar teruggaan. Brän en Carädoc hebben dat gedaan, ongeveer 58 nC. Lear was voor dien overleden. Van de kinderen bleven Linus en Claudia in Rome wonen. De andere kinderen gingen mee naar Silurië: Cyllinus en Cynon, de zoons; en Eurgain, de dochter.
Cyllinus volgde later zijn vader op als koning, Eurgain stichtte een hogeschool en wijdde zich daar aan.

Bij de naam Brän hebben we de toenaam "de Gezegende" al gezien. Wat hield dat in? Dat Brän een christen was, toen hij naar Rome werd gevoerd.
Hij en zijn zoon Caràdoc waren gedoopt en hadden hun hele rijk tot christelijk domein verklaard. De geschiedschrijvers hebben vastgelegd, dat Jozef van AlJimadtea met zijn elf gezellen, in 38 nC te Avalon aangekomen, in de kortste keren het Evangelie aan het Silurische hof had gepredikt; met het gevolg dat Silurië het eerste christelijke koninkrijk ter wereld was.
De wraakgierige Sadduceeën, met als voornaamste uitvoerder de felle Saulus, hadden de christenen uit Jerusalem verjaagd 5) en zo het zaad uitgestrooid over de hele bewoonde wereld!
De mens wikt - God beschikt.

1) Tacitus II, 24 - 2) Suetonius in Vita Vespas., Dio Cass. lib. IX - 3) Tacitus Ann. XII en Hist, III - 4) gijzeling "in libera custodia" - 5) Hand. 8 : 1. - Tacitus schrijft in Ann. 5, 28: "In Britain werden de Romeinen, na de gevangenneming van Caractacus, onophoudelijk verslagen, alleen al door de Siluriërs."
- Het christendom was in Britain begonnen met Brän en Carädoc, voor het jaar 50 nC, zegt het Harleian manuscript (4181).


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief