De kruisiging
1984-04-20
Het is maandag, de 14e van de maand Nisan. Pèsoch, het Joodse Paasfeest, staat voor de deur. Pèsach betekent: voorbijgang, vergevende en sparende voorbijgang. Vlak voor de uittocht uit Egypte werd een lam geslacht en het bloed werd gestreken aan de deurposten; daar gaat de engel des doods voorbij!- Jaargang 28
- nummer 16
Dit jaar, ook weer een jaar van grote woelingen in en rond het Joodse land, valt de 14e Nisan op maandag, op onze kalender de 16e april van het jaar onzes Heren 1984; morgen begint het feest der ongezuurde broden, vandaag wordt het Pèsach-lam geslacht, vanavond zal het seder-avond zijn, de dag der voorbereiding. De bittere kruiden worden klaargemaakt, want bitter was het leven in het diensthuis Egypte. De broden worden ongezuurd gebakken, want het is "brood der ellende", in grote haast klaargemaakt en gegeten. Alle zuurdeeg wordt uit het huis verwijderd; het volk dient zich te onthouden van de oude zuurdesem van boosheid, kwaadheid en huichelachtigheid. Het volk reinigt zich, maakt zich kasjèr.
Op deze dag wordt Jezus veroordeeld, weggevoerd buiten de stad en gekruisigd.
In dat jaar viel de 14e Nisan op vrijdag, de dag voor de ingang van de sjabbat. Daar hangt Hij, nog geen twee honderd meter van het tempelplein verwijderd. Omdat het op die dag de 14e Nisan is en bovendien vrijdag, de voorbereiding voor de sjabbat en de voorbereiding voor het Paasfeest, begint de avondliturgie in de tempel al vroeg, al om half twee 's middags. Vóór zes uur 's avonds moet er nog een uitgebreid ritueel programma worden afgewikkeld.
Eerst wordt in de tempel het lam voor het dagelijks offer geslacht. Dan verzamelen zich de 420 oudsten uit de priester-orden, die alleen op de drie hoge feesten allen tegelijk in de tempel in de Heilige stad zijn en begint het zeer heilige verzoeningsrirueel van de voorbereiding van Pasen.
Talloze Paaslammeren worden geslacht en de priesters sprenkelen het verzoenende paasbloed rond het altaar. Ondertussen kondigen de tempelbazuinen, de sjofarim, met hun langgerekte, klagelijke geluid de uren van het gebed aan en roepen de stad op tot het avondgebed.
Het Paasslachten gaat verder, de Levieten spelen op de harp en zingen het loflied, het hallèl: "Ik zal niet sterven, maar leven en ik zal de daden des HEEREN vertellen" (Psalm 118 : 17) en "De steen, die de bouwlieden verworpen hebben is tot een hoeksteen geworden" (Psalm 118 : 22). Bazuinstoten en hoornsignalen verkondigen tot in de wijde omgeving hoorbaar de grote gebeurtenis, dat God aan het met bloed besprenkelde altaar verzoening geeft en vrede sluit met zijn volk.
Bij het kruis wordt het na één uur stiller.
Alleen de noodzakelijkste getuigen staan nog tussen de kruisen, verder wat nieuwsgierigen, een paar vrouwen en wat vrienden. De soldaten van de wacht dobbelen.
Tegen drie uur begint Jezus met het bidden van de sjabbat- en de nachtgebeden en de gebeden der stervenden.
Psalm 22: "Elohim, Elohim, lama azaftani, Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten" (vs. 1). Jezus bidt verder. Gedeelten worden opgetekend in de evangeliën; de toeschouwers misbruiken zelfs spottend deze aangrijpende psalm: "Redt Uzelf, indien Gij Gods Zoon zijt, en kom af van het kruis" (vergl, vs. 9 e.v.).
"Mijn tong kleeft aan Mijn verhemelte", (vs. 16), "zij verdelen mijn klederen onder elkander en werpen het lot over mijn gewaad" (vs. 19). Maar ook: "Alle einden der aarde zullen gedenken en zich tot de HEERE bekeren; alle geslachten der volken zullen zich neerbuigen voor Uw aangezicht" (vs. 28).
Dan volgt de sjabbat-kiddoesj. Jezus ziet terug op Zijn levenswerk, en Hij roept uit: "NISJALEM", HET IS VOLBRACHT. De vrede, de sjaloom is hersteld. Niet op de Zionsberg geschiedt in deze Paasstonden het beslissende verzoeningswerk, maar op Golgotha.
Om drie uur klinkt opnieuw de toon van de tempelbazuinen door de stad.
Het uur van het avondgebed. De Gekruisigde op Golgotha hoort het en spreekt het gebed, dat heel Israël bidt op dit uur:
"In Uw hand zijn de zielen van de levenden en de doden. In Uw handen geef ik mijn geest. Gij hebt mij verlost, o Heer, Gij God, die trouwe houdt ...
In de naam van de HEERE, de God Israëls: Aan mijn rechterhand Michaël (wie is gelijk aan God?), aan mijn linkerhand Gabriël (mijn vriend is God), voor mij Uriël (mijn licht is God), achter mijn Raphaël (God geneest), en boven mijn hoofd de tegenwoordigheid Gods".
"Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest". En Hij boog het hoofd en gaf de geest.
Toen de sjabbat begon tegen zes uur 's avonds lag Jezus al in het graf. En Hij rustte op de zevende dag".
De grote Pèsachmaaltijd kan beginnen.
De reden van het grote Sanhedrin, die de "pseudo profeet" aan de kant gezet hadden, wordt het tot een feestmaal "ad majoram Dei gloriam".
Petrus zal later zeggen: "En nu, broeders, ik weet, dat gij uit onkunde hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten: - maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, dat Zijn Christus moest lijden" (Handelingen 3 : 17 en 18).
1a
Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij
en blijft zo ver, terwijl ik tot U schrei,
en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
Hoe blijft Gij zwijgen?
3b
Zij raden mij, terwijl zij mij verraden:
"Zoekt het bij God, geef Hem uw leed te dragen,
Hij zal U redden naar zijn welbehagen",
zo klinkt hun spot.
6b
Hebt Gij, 0 God, mij uit het stof der aarde
eenmaal verhoogd, dat ik in 't stof zou sterven?
Mijn tong en keel zijn als gebroken scherven,
mijn kracht verdroogt.
7b
Zij kennen voor een stervende geen schaamte,
lachen hem uit die zich niet kan verweren,
en delen reeds, al dobbelend, zijn kleren,
hun tot een buit.
13b
Ook het geslacht, dat nog niet is geboren,
zal eenmaal van de Heer getuigen horen,
dat Hij 't volbracht!