Pastorale Notities

1986-12-05
  • Jaargang 30
  • nummer 47
..Dominé, luister nou eens!"
Na de weeksluiting in het bejaardencentrum praatten we nog even na; De reactie van één van de "vaders in Christus" was heel merkwaardig: "Ben je nu niet blij dat je zo geleerd bent?".
Mijn antwoord was een beetje kort: "Punt één: het ging toch niet om mij? Punt twee: ik ben niet geleerd". Maar toen schoot mijn broeder uit: "Nee, dominé, luister nou eens! Zo bedoel ik het niet!". En toen volgde het verhaal van een levensverdriet.
Hij had zo zielsgraag willen leren. Maar dat zat er niet in.
Er waren veel broertjes en zusjes en de paar dubbeltjes per week die hij inbracht konden niet gemist worden. Hijwerd nageljongen bij Wilton. De laatste drie dagen op de lagere school, had hij aan één stuk door gehuild.
Natuurlijk had hij cursussen gevolgd, en hij had promotie gemaakt. Maar het was avondwerk gebleven. En zoals hijzelf. had hij er veel meegemaakt: plaatwerkers met professorale capaciteiten, lassers die in staat geweest zouden zijn topfuncties waar te nemen in kerk, staat en maatschappij.
"Dat bedoelde ik, bent u nou niet blij dat u hebt mogen leren?"
Dat was de preker bepreekt.
Maar, zoals dat gaat met een preek, waarmee je bezig blijft, pas toen ik in de auto zat begreep ik, wat onze broeder werkelijk had willen zeggen. Hij had zijn emotionele reactie gegeven na de verkondiging van grote heerlijkheden. En toen hij me zo bezig zag en hoorde, was de oude pijn weer opgevlamd: "A Is ik dat toch eens een heel leven had mogen doen: de goedertierenheden des Heren vermelden!". En toen was zijn reactie gekomen, die bedoelde te zeggen: "Ben je nou niet blij dat je voor dominé mocht leren?".
Toen was de preker bepreekt.
De Here had Zijn dienaar gezonden.
Hij heeft ook oude plaatwerkers nodig.
Terwille van ons, dienaren van het goddelijk woord, die soms zuchten onder de zwaarte van ons ambt.
Dan komt er één. die zegt: Dominé, luister nou eens…!"
Zoals een vriend van me, dieals hij vond dat ik nodig weer eens bepreekt moest worden, placht te zeggen: "Jij, je moest eens beter naar je eigen preken luisteren!" .
Ik denk aan het gedicht van Geert Boogaard getiteld: Kerkdienst.
Het begint zo:

Ik loop achter een ouderling, ik krijg een hand onder de kansel ik ben een dienaar, een [aangewezen, een uitverkoren man.

Het eindigt dan met deze strofe:

"Ik leg een zegen op allen, miin stem is een opgaande zon, mijn handen zijn vrolijk, als [duiven".

(Uit: Met dank aan de Joden)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief