Terloops...
1986-12-05
Over muziek en zang- Jaargang 30
- nummer 47
Van oudsher heeft de mens geprobeerd zich op een bepaalde manier te uiten. Allerlei muziekinstrumenten kunnen hierbij dienst doen. De bijbel spreekt over cithers en taboerijnen, over trompetten en bazuinen.
We lezen ook, dat Mozes zong toen God het volk Israël door de Rode Zee leidde. De bijbel vertelt ook, dat Mirjam in reidansen zong met andere vrouwen.
Ook in de muziek komt de tegenstelling tussen geloof en ongeloof naar voren. Van Lamech, uit het geslacht van Kaïn, weten we, dat hij zijn ongeloofslied zong.
In de geschiedenis van de kerk hebben zang en muziek een belangrijke plaats ontvangen, ook in de eredienst. En ook vandaag zingen we psalmen en liederen in de kerkdiensten. Misschien wordt er in de diensten wel eens te weinig gezongen. Misschien ook beseffen we te weinig, dat samen zingen gemeenschapsoefening is.
Zingen in de kerk mag iedereen. Gelukkig. Het zingen is niet weggelegd voor een koor alléén, wat niet wil zeggen, dat het meewerken van een koor aan de dienst, niet belangrijk kan zijn. In ons lied spreken we tot en over de Heer. Samen, met een mooie stem of met een gebrekkige stem. Als het hart er maar bij is.
-o-
Er is een legende over oude monniken in een klooster. Elke avond zingen ze, maar het gaat niet zo goed meer. De één kan geen wijs meer houden en de ander bibbert wat als hij zingt.
Toch geven ze de moed niet op: ze blijven zingen. Dan komt er opeens een jongeman voor een paar dagen op bezoek. Hij zingt mee als de monniken aan het . zingen gaan. Hij heeft een mooie stem en dat heeft tot gevolg, dat de oude monniken hun mond al gauw dicht houden. Ze durven niet meer. Na een paar dagen is in het klooster opeens een engel. Hij staat in de zaal waar de monniken zullen gaan zingen en hij kijkt allesbehalve blij. De monniken schrikken en de prior vraagt, wat de engel komt doen.
De engel antwoordt dan, dat hij met een vraag van God komt.
Waarom wordt er 's avonds niet meer gezongen? Elke avond was het gezang van de monniken bij God te horen, maar de laatste avonden hoorde God niets meer. De monniken antwoorden, dat de jongeman zo mooi zong, dat zij hun mond maar hielden. De engel laat hen echter weten, dat hun stemmen, hoe onvolmaakt ook, door God werden gehoord, maar dat de stem van de jonge zariger niet door God was doorgedrongen.
-o-
De bedoeling,van dit verhaal is duidelijk. God hoort het zingen mooie en minder mooie en zelfs valse stemmen.
De monniken uit de legende gingen elke avond weer zingen.
Ze hadden nieuwe moed ontvangen.
De liefde klonk in hun zingen door en God hoorde het.
God kijkt het hart aan.
Hij beoordeelt onze stemmen op Zijn wijze.
De lofzang mag klinken, de lofzang van allen.
En als er wat valse tonen bij zijn, God doet het Zijne er mee.
Wat gedaan wordt uit liefde tot Hem, heeft en houdt waarde.