Vreemdelingen binnen onze poorten

1986-12-19
  • Jaargang 30
  • nummer 49
Zou het zijn, dat er maar één bekering is: die tot God? Ik heb geleerd van de moslims dat God niet alleen de God van de (westerse) christenen is, maar Hij die hemel en aarde gemaakt heeft. Daar, in het belijden van deze God ligt de wortel van de verwantschap ...
Ik heb dat wat ons bindt intenser ervaren dan dat wat ons scheidt.
Samen moeten we ons oefenen in overgave aan God.

Verslag in "Begrip", maart-april 1984

Een andere kijk
De vorige keer werd een drietal scribenten - kort of uitvoeriger'aan het woord gelaten. Allen kwamen ze - ondanks wezenlijke verschillen die ik in hun opvattingen vermoed - uit de "theologisch behoudende" hoek. Hetzij bevindelijk-orthodox (Kole, een prominent lid van de Gereformeerde Gemeenten), hetzij "Bijbelgetrouw" (Kerkhof, lid van onze kerken en o.a. sterk verbonden met de Evangelische Hogeschool), hetzij "chiliastisch" (Baar, wiens boek bij dezelfde uitgeverij .verscheen als Hal Lindsey's werk) ze hebben gemeen dat ze de Islam primair als dreiging zien. Als een politiek gevaar, maar zeker ook als een geestelijk gevaar dat het (toch al wegzakkende) Westen bedreigt.
In dit artikel een totaal andere kijk op de Islam, die ik - net als vorige week - zonder commentaar weergeef.
Deze visie komt veel meer uit de kringen van de grote Protestantse Kerken. en de Kerk van Rome. Deze visie, vindt menzij het in diverse schakeringen - terug in publikaties van de Raad van Kerken, in zijn diverse commissierapporten.
Deze visie zal door menigeen als "oecumenisch" worden omschreven.

PIuraal
Uitgangspunt in die visie is dat Moslims gelovigen zijn, met wie wij christenen in een plurale samenleving een aantal dingen gemeenschappelijk hebben.
Anders geloven, Samen Leven, is de titel van een niet al te dikke, maar zeer .belangwekkende brochure drie de "sektie relatie Wereldgodsdiensten van de Raad van Kerken in Nederland" medio 1982 uitgaf. Het plurale gezichtspunt, dat we "op elkaar zijn aangewezen" komt in die titel al naar voren. De oorspronkelijk gesuggereerde titel, .,Samen geloven", sprak in dezen nog duidelijker taal.
De ondertitel van de brochure, "Handreiking voor ontmoeting tussen christenen en moslims in Nederland" geeft ook het doel aan: "ontmoeting" wordt nagestreefd en geenszins in de eerste plaats confrontatie, botsing.

Pelgrims
Nergens hebt ik, geloof ik. deze visie scherper geformuleerd gelezen dan in die brochure, in een gedeelte met de titel "Samen Pelgrims naar het Rijk Gods".
Ik citeer het gehele stuk: "De tijd lijkt voorbij dat christenen hun houding ten aanzien van de anders-gelovigen in Nederland en hier concreet ten aanzien van de moslims nog langer kunnen bepalen zonder deze mensen daar zelf in' te betrekken.
Veel christenen voelen zich immers door de aanwezigheid van moslims in eigen stad, dorp, straat en werkplaats uitgedaagd om opnieuw over hun eigen geloofsovertuiging te gaan nadenken'.
Op hun beurt voelen moslims zich door' hun contacten niet christenen genoodzaakt tot een bepaling van de eigen godsdienstige plaats inde Nederlandse samenleving te komen.

Wat moeten christenen met deze nieuwe situatie aan? In een poging een antwoord te geven op deze indringende vraag wordt de volgende opvatting meer en meer naar voren gebracht.

Het geloof van christenen, dat God alle mensen naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen, dat Hij de gehele geschiedenis door met alle mensen verbonden is gebleven, dat Hij in Jezus Christus aan alle mensen verlossing aanzegde, juist dit geloof daagt de christenen uit om in openheid en respect met onze moslimse landgenoten in gesprek te gaan over ieders antwoord op de vraag hoe het staat met de verhouding tussen God en mens.
Bevat de bijbel niet voldoende aanwijzingen om aan deze opvatting bestuursrecht te verlenen?
Het verhaal van de schepping, het verbond van de Heer met Noach en Abraham en het bezoek van de drie mannen aan Abraham bij de eik van Mamre geven aan hoe God steeds weer de mens tegemoet treedt en met hem in gesprek blijft. Daarbij bezocht Hij zijp.gesprekspartners niet alleen binnen Israël, maar evenzeer daarbuiten, in mensen zoals Ruth en Job.

In de geboorte van Jezus komt tot uitdrukking hoe God met ons mensen wil zijn, als een van de onzen. Jezus grijpt de mogelijkheden om met niet-joden in gesprek te komen van harte aan, . zoals met de Kananese vrouw (Mt .. 15 : 21-28; Mc. 7: 24-30) en de honderdman 'Van het romeinse bezettingsleger (Luc. 7 ; . 1-10; Mt. 8: 5-13; Joh. 4: 46-54).

Jezus wijst ons niet de wei in het isolement, maar de weg naar een open ontmoeting. Hij laat zich ter verantwoording roepen en legt getuigenis af van de hoop waaruit hij leeft. Hij prijst het geloof van de Kananese vrouw en van de Romeinse ófficier. Zo omgaan met de vreemdelingen in ons midden reikt verder dan elkaar aanvaarden en verdragen alleen.

Een dergelijke ontmoeting tussen christenen en moslims .op godsdienstig gebied vraagt van de christenen een andere houding ten aanzien van mensen die de islam aanhangen. Wat de uitkomst daarvan zal zijn, staat niet bij voorbaat vast. De christenen lieten zich tegenover hen te vaak kennen als dé erfgenamen van Gods openbaring, als de enigen die door Jezus Christus waren verlost, als herauten die opriepen zich te bekeren, tot hun eigen kerk, wel te verstaan.

Hebben deze pretenties hun goed bedoelde pogingen om te getuigen van de God van Jezus Christus 'misschien niet meer in de weg gestaan dan zij zelf beseffen?
De blijvende aanwezigheid van moslims in Nederland daagt de christenen uit, op deze pretenties terug te komen, ze ter discussie te stellen en opnieuw te doordenken. Maar is dat vanuit de christelijke geloofsovertuiging mogelijk en hoe dan?

Het is in het christendom steeds een vast gegeven gebleven, dat God van de schepping af aan het verbond met de mensen heeft vastgehouden. Hij was en is nog' actief betrokken op het heil van alle mensen en trekt daartoe met hen mee door de geschiedenis.
Voortdurend heeft Hij de mensen opgeroepen zich tot hem te bekeren" in en buiten Israël, in en buiten de kerk. Gods geloof in de mensen nodigt mensen altijd weer uit tot geloof in Hem. Geloven in God is niet het alleenrecht van christenen. En evenmin zijn alleen zij het, die zich vanuit hun geloof in God geroepen voelen daarvan getuigenis af te leggen.

Deze benadering plaatst het verstaan van zending en dialoog in een fundamenteel ander perspectief dan tot nu toe het geval was.
Vanuit deze visie dienen zich nieuwe mogelijkheden aan, onvermoede kansen op een andere verhouding tussen christenen en moslims. Op weg naar het Rijk Gods zijn zij medepelgrims van elkaar en onderweg praten zij met elkaar over wat ieder van hen gehoord en gezien heeft.

God is de christenen in het streven naar een ontmoeting met moslims voorgegaan. Christenen mogen hopen, dat zij hem in onze anders-gelovige landgenoten leren kennen zoals dat tot nu toe niet mogelijk was, tot verrijking van hun eigen geloof.
Christenen en moslims zijn geroepen elkaar wederzijds in hun geloof in God te bevestigen, ieder vanuit de eigen ervaringen : met God opgedaan, elkaar voortdurend uitnodigend om het eigen godsgeloof uit te zuiveren en zich steeds weer tot Hem te bekeren.
Samen moeten zij' openstaan voor Gods waarheid.
Godsdienstig kunnen zij elkaar verrijken. Allen' worden zij uitgenodigd minder op zichzelf en meer op elkaar gericht te zijn.
Geen van hen mag God voor de voeten lopen door Hem alleen voor zichzelf op te eisen. Zowel van christenen als van moslims wordt gevraagd de tussen elkaar getrokken grenzen te overschrijden, de tussen elkaar opgetrokken muren af te breken. Christenen en moslims mogen zich hierbij aangesproken voelen door, het voorbeeld van Abraham, die in goed geloof op weg ging naar het aan hem door God beloofde land, in het volste vertrouwen dat God met hem mee zou gaan."

Ook daar waait de Geest
In het - uitstekende - blad "Begrip", dat talloze helder geschreven en zeer informatieve artikelen bevat, vond ik een "ingezonden", van een doopsgezinde deelneemster aan een' "consultatie over Christendom en Islam" in Oostenrijk. De titel was: "Een uitnodiging om zich gezamenlijk tot God te bekeren".
Ik citeer ook hieruit een groot deel: "

. . . De discussie in de groep en verdere contacten met deelnemers waren voor een groot deel nieuw voor me. Het was verwarrend en nu ik er op terug kijk ook verrijkend. Hoe sta je als christen in de dialoog? Wat betekent de moslim-uitdaging voor je geloof? Ik heb wat ontdekt van de rijkdom en variatie bij de moslims. Gevoelens van superioriteit - voor zover ik die had - ben ik kwijtgeraakt. Het is me heel duidelijk geworden dat het specifieke van christen zijn ligt in het kruisdragen, in de dagelijkse ervaring van het discipel zijn. Zeker ook geloof en dankbaarheid dat die weg tot opstanding leidt, maar het perspectief verschuift: je wordt gedwongen langer bij Goede Vrijdag stil te staan. Met dit perspectief ga je kwetsbaar en open het gesprek met de moslim aan.
Ook Islam is een thematisering van het heil. Ook daar waait de - Geest, buiten de grenzen van de zichtbare gemeente. Het is God en niet wij, die de bestemming van zijn schepsels bepaalt. Zou het zo zijn, dat er maar één bekering is: die tot God? Ik heb geleerd van de moslims, dat God niet alleen de God van de (westerse) christenen is, maar Hij die de hemel en aarde gemaakt heeft. Daar, in het belijden van deze God, ligt de wortel van de verwantschap, die ondanks alle verschillen in de dagen van ons samenzijn voelbaar was: Ik heb dat wat ons bindt intenser ervaren dan dat wat ons scheidt.
Samen moeten we ons oefenen in overgave aan God. Ik geloof dat die ervaring van verwantschap heel vruchtbaar kan zijn.
De vragen van vrede en gerechtigheid komen zo opnieuw aan de orde. En dat nu gefundeerd met tevens de scherpte van onontkoombaarheid. Bewust geworden van gemeenschappelijke zorg en dienst."

Wat de lezer van dit alles ook moge denken, duidelijk zal zijn dat hier anders gesproken wordt dan in het artikel van vorige week!
Volgende keer' hoop ik - in dezelfde volgorde - een aantal kanttekeningen te plaatsen bij de beide standpunten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief