Actueel
1984-05-04
Onlangs gebeurde het, in een kerkdienst van ultra-gereformeerde signatuur, dat de preeklezende ouderling gewaagde van de oordelen die over ons land en volk gekomen waren, deze zomer, nu de pest zovele slachtoffers had geëist.- Jaargang 28
- nummer 18
Een enkel lid der gemeente dacht bij het horen van de desbetreffende passages aanvankelijk nog aan Langezwaag en aan de Noord-oostelijke polder, waar zich gevallen van varkenspest voorgedaan hebben, maar uit de volgende zinsneden van de preek bleek duidelijk, dat de pestilentie mensenlevens had gevraagd.
Dit was slecht nieuws, dat echter bij de kerkgangers niet als zodanig overkwam. Zij begrepen wel, dat hun ouderling een preek las van een "oude schrijver"; het was "overjarig koren", zoals men dan zegt.
Ik vertelde dit verhaal aan m'n ambtsbroeder uit Vlaardingen, en die wist van iets soortgelijks. Hij had uit de eerste hand
vernomen, van reizigers, die hun geëmigreerde familieleden in Australië of Nieuw-Zeeland bezochten en met hen naar de vrijgemaakte kerk waren geweest, hoe aldaar de ouderling in de leesdienst door middel van een preek uit een serie; de kerkgangers opriep om toch vooral op het GPV te stemmen.
De gasten moesten er een beetje om lachen, maar het verbaasde hen, dat de emigranten geen spier van hun gezicht vertrokken. Het bleek later, in een gesprek, dat ze het zeer te pas gevonden hadden, dat er in hun midden zo concreet en actueel gepreekt was; het was de mensen weer eens goed aangezegd.
Er zijn ook meer dan eens voornemens geweest om de Dordtse Leerregels in het Maleis te vertalen en trouwens, Bonifatius, op weg naar de heidense Friezen, had een instruktie van de paus op zak, waarmee hem opgedragen werd om het als een primaire taak te zien de Friezen verre te houden van de Manicheese dwalingen. Die had je ten tijde van Augustinus, in Italië en Azië, maar de Friezen waren er absoluut vrij van en er zelfs totaal onbekend mee.
Doch, hoe gemakkelijk lopen ook wij achter. Ik denk dat wel eens, als je kontakt hebt met jongeren. Hoeveel discussiepunten van vroeger, zoals bijvoorbeeld de leer van de veronderstelde wedergeboorte, zijn aan de jeugd niet alleen onbekend, maar ook vreemd aan hun gedachtenwereld.
Wie van het komend geslacht is nog in staat om iets van Schilder te lezen. Men kan dat betreuren, het feit ligt er. Je voelt, dat je hard je best moet doen, om bij te blijven; om de tijd te verstaan; om te weten, waar het om gaat en wat de jeugd beroert, beangst of lokt.