Een kerkvader in het vizier

1984-05-04
  • Jaargang 28
  • nummer 18
Het fabriceren van een proefschrift is veelal een moeizame zaak. Het lezen van dissertaties is dat eveneens.
Lang niet altijd is zo'n werk een spranketende zaak die je voor je lol leest.
Een erg aangenaam proefschrift - althans om te lezen - is het werk van dr G. H. Kramer. Onlangs werd het bij Buijten en Schipperheijn op de markt gebracht, met als titel Ambrosius van Milaan en de Geschiedenis.
Om nu te zeggen dat ik het boek in één adem heb uitgelezen is net iets teveel, maar het heeft me in elk geval niet vele trage uren gekost. Het is een heel interessant boek.

Hoofdstuk 1 spreekt over "Ambrosius en zijn tijd". Veertien pagina's lang wordt gesproken over de ontwikkelingen in het Romeinse bestuur etc. ten tijde van Ambrosius' leven (339-397 A.D.). Dat is feitelijk wat aan de summiere kant, meen ik. Deze periode is dermate complex (een groot aantal keizers en usur-pators die elkaar opvolgden, bestreden, verbonden aangingen, elkaar afvielen, etc.) dat iets méér informatie voor de algemene lezer misschien goed zou zijn. (Ik was blij dat ik zelf onlangs het klassieke werk van Gibbon over het Romeinse Rijk nog eens had doorgenomen.) Niettemin is de geboden informatie helder en to the point. Het ook aanwezige overzicht van Ambrosius' werken (van exegetische, moraliserende of dogmatische aard), zijn redevoeringen, brieven en hymnen, was voor mij althans heel nuttig. Ik kende, eerlijk gezegd, slechts een klein deel zelfs maar bij name.

Leuker werd het boek in hoofdstuk 2, "Ambrosius' visie op het Oude Testament".
Uitvoerig gaat de auteur in op het exemplarische, het allegorische, het typologische in Ambrosius' benadering. Er worden door A. aan Bijbelverhalen soms conclusies verbonden, die nu alom bevreemding zouden wekken, als we ze op onze kansels vernamen! Steeds wordt in het boek duidelijk aangegeven over welke Bijbelse persoon of situatie wordt gepraat. Ik vond het hoogst interessant, soms ook amusant, om te lezen hoe Ambrosius daarin te werk ging. Feitelijk vond ik dit hoofdstuk zelfs het leukst van het boek, maar dat kan erg subjectief zijn.

Hoofdstuk 3, "Ambrosisus' visie op de Joden", is kenmerkend voor de wijze waarop meerdere Kerkvaders zich over het oude verbondsvolk hebben uitgelaten. Er zou voor Professor Oberman in zijn boek De Wortels van het Antisemitisme ruimschoots mogelijkheid zijn geweest ook Ambrosius te citeren. Hoe negatief de kerkvader overigens ook over de Joden was, hij meende wel dat er een einde zou komen aan de joodse afwijzing van de Messias en dus een herstel van Israël.

In hoofdstuk 4 lezen we over Ambrosius' visie op de eigen Romeinse geschiedenis. Hij voelde bewondering voor de Romeinse geschiedenis, m.n. die der Republiek (101 v.). In het vijfde en voorlaatste hoofdstuk spreekt Ambrosius zich uit over zijn eigen tijd. In dat verband wordt uitvoerig ingegaan op een viertal affaires waarin hij een rol gespeeld heeft.
(Drie ervan waren voor mij althans nieuw.) We krijgen een goed beeld van zijn houding tegenover het keizerschap in het algemeen, de concrete keizers met wie hij te maken kreeg, zijn visie op de relatie kerk-staat, enz.
Alhoewel, naar Kramer zegt, Ambrosius feitelijk geen samenhangende visie op het geheel der geschiedenis had, zijn er wel allerlei interessante beschouwingen in het laatste hoofdstuk aan te treffen. Welke rol speelde de eindtijd in het denken van de kerkvaders? Was hij een chiliast? Welke tijdvakken onderscheidde hij? Hoe zag hij het Romeinse Rijk in het licht van de Schrift?

Bekijk ik het geheel, dan vindt ik dit werk erg de moeite waard, zij het voor een bepaald publiek van (misschien) predikanten, leraren geschiedenis en mensen met speciale liefde en interesse voor de kerkgeschiedenis.
Voor de spreekwoordelijke "aIgemene lezer" zou het boek wel eens zware kost kunnen zijn. In de tekst zelf wordt tamelijk geregeld in het Frans, Duits en Engels geciteerd. Verder is het - soms in de tekst, maar zeker in het lijvige notenapparaat - heel wat in Latijn en soms ook Grieks geciteerd.Dit alles wordt onvertaald gelaten. Ik heb in grote getrouwheid nagenoeg àlles gelezen, maar bij een paar van de langere citaten in het Latijn liet ik het er maar bij zitten. De schrijver zal mij dat, hoop ik, niet al te kwalijk nemen. (Na twintig jaar mijn Latijn stelselmatig te hebben verwaarloosd vond ik het iets teveel moeite dat allemaal na te trekken.)

Als echter met dit laatste de indruk zou worden gewekt dat het hier om een heel technisch boek gaat, dan wil ik dat corrigeren. Zeker 80 % van het geheel valt zonder al teveel moeite in het Nederlands te lezen. Het lezen zal ook een genoegen zijn, mits men in zo'n thema geïnteresseerd is.

Waardering verdient de schrijver voor zo'n werk. Mij heeft de schrijver in elk geval aan zich verplicht. En hij heeft zijn promotie verdiend! Wat een werk zit erin, en dan zo mooi uitgestald, uiterst geschikt voor iemand zoals ik die gaarne met andermans kalveren (en vermoedelijk jarenlange inspanning) ploegt. Als u er net zo een bent als ik, dan moet u het boek maar gauw kopen. Aanbevolen dus, voor een heel specifieke doelgroep.

G. H. Kramer,
Ambrosius van Milaan en de Geschiedenis.
Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1983. 249 pp.
Prijs f 35, - .


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief