Woord zonder weerklank (3)

1985-03-15
  • Jaargang 29
  • nummer 11
Wie de lijdensaankondigingen in het evangelie van Markus probeert te overzien. ontdekt dat de reacties van de kant van de discipelen steeds onbestemder worden. Toen Jezus voor de eerste maal in alle openheid over zijn naderende dood sprak, had 'Petrus Hem ter zij/de genomen en Hem bestraffend toegesproken: Dat verhoede God, dat zal U onder geen beding overkomen! Een reactie die aan duidelijkheid niets te wensen overliet. Maar in het vervolg Zie je de terughoudendheid bij de discipelen toenemen. Namen worden er, na die van Petrus, niet meer genoemd. Geen van de andere discipelen heeft blijkbaar meer de moed gehad om zich bloot te geven. En zo lezen we na de tweede lijdensaankondiging: "Maar Zij begrepen dit woord niet en schrokken er voor terug Hem ernaar te vragen".

Van reactie kun je hier nauwelijks spreken. De twaalven laten hun Heer praten en gaan met geen woord in op wat Hij hun wil zeggen. En dat terwijl de situatie daar als het ware toe uitnodigde.
Want" Jezus is met zijn discipelen naar de eenzame streken van Galilea gegaan om hen ongestoord te kunnen onderrichten over het lijden dat Hem wacht. Bij de eerste lijdensaankondiging was het anders geweest. Toen kwam het woord van het kruis als een donderslag bij heldere hemel. Toen Petrus Hem beleden had als de Christus, kon Jezus niet langer zwijgen. Toen had Hij moeten verklaren dat er voor Hem geen andere weg was om tot zijn heerlijkheid in te gaan, dan. via zijn verwerping en dood. Een woord dat de discipelen onder die omstandigheden totaal had overrompeld.

Maar nu liggen de zaken anders. Jezus heeft zich met de discipelen teruggetrokken om hen in alle rust te kunnen onderwijzen met het oog op het lijden dat over Hem komen zal. En onderwijs vraagt om respons van ben. die dat onderwijs ontvangen. Zo was .het ook altijd gegaan. Als de Here de scharen onderwees door middel van gelijkenissen, kwamen de discipelen naderhand naar Hem toe. En dan vroegen zij hun Meester naar de betekenis van wat Hij geleerd had (vgl. Mk. 4: 10) en de Here ging daar op in. Wat lag er meer in de lijn van de verwachting dan dat precies hetzelfde zou gaan geb euren op het moment dat de Here hen onderrichtte over zijn lijden dat op handen was? Maar Hij krijgt geen respons, zelfs niet in de vorm van een vraag. Zij begrepen dit woord niet en schrokken er voor terug Hem ernaar te vragen. Rond het woord van het kruis valt een stilte.

Zij begrepen het niet. Dat wil , zeggen: het is voor hen onvoorstelbaar. Dat dit de weg van de Messias zal zijn. Dat hun Heer, die Zij belijden als de van God gegeven Christus, de gestalte van de lijdende knecht des HEREN aan gaat nemen. Niemand van de discipelen Wil daar aan. Maar waarom komen er dan geen vragen? Waarom komt er geen gedachtewisseling op gang, op een moment dat daar alle gelegenheid toe is? Omdat de leerlingen iets geproefd hebben van de vastberadenheid van hun Meester. Had Hij gezegd: Ik verwacht allerlei conflicten. dan hadden de twaalven dat wel kunnen plaatsen. Maar Hij leerde hen: De Zoon des mensen wordt overgeleverd, zij zullen Hem ter dood brengen! De Christus, Hij is tot Jijden bestemd. Uit vrees voor deze vastbeslotenheid hebben de discipelen hun vragen voor zich gehouden.

En weer staat Jezus met dit woord - het woord van het kruis - alleen. Een eenzaamheid dienog wordt versterkt door het feit dat de discipelen op een ander onderwerp overgaan. Zij houden het leren voor gezien en gaan met elkaar in gesprek over de vraag wie van hen de meeste is. Daarbij sluiten de leerlingen hun Leraar uit: Zijn onderricht – zij praten er overheen. Zijn wij voor een dergelijke houding immuun? Het valt te betwijfelen. Hoe vaak houden wij onze problemen niet buiten de lichtkring van het kruis, staan we los van het lijden van de Here wanneer we ons verliezen in allerlei op zichzelf niet onbelangrijke kwesties, discussiëren we in onze gesprekken aan Hem voorbij? De Here heeft zijn discipelen laten begaan. Maar Hij komt er bij aankomst in Kapernaüm wel op terug. Jullie hadden het er onderweg over, wie van jullie de meeste is? Indien iemand de eerste wil zijn, die zal de allerlaatste zijn en aller dienaar. Met dit antwoord plaatst Jezus de vraag, die de discipelen in besloten kring hadden willen behandelen, in het volle licht van het kruis. En zo zet Hij hen allen op de weg van de navolging. Hij, de Christus, die gekomen is, niet om gediend te worden, maar om te dienen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief