Een open deur

1985-03-15
  • Jaargang 29
  • nummer 11
Onze medewerker drs Karel van der Toorn te Amsterdam heeft in januari en februari van dit jaar een aantal gastcolleges gegeven aan de protestantse theologische faculteit van Bangui, de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Wij zijn blij dat hij enkele indrukken van zijn verblijf daar ten behoeve van onze lezers aan het papier heeft willen toevertrouwen. – De Redactie

De Centraal-Afrikaanse Republiek heeft de kolommen van de westerse pers vooral weten te halen toen het nog een keizerrijk was. Onder het bewind van de megalomane Bokassa zijn er wreedheden begaan die je bij herinnering met afgrijzen vervullen.
Daarvan getuigen nu de gedenktekens en 'de namen. Zo ligt recht tegenover de theologische faculteit van Bangui het “Lycée des Martyrs", waar Bokassa zich als een moderne Herodes schuldig maakte aan een kindermoord. Op verschillende plaatsen rondom de hoofdstad staan praalbogen over de weg, zonder enig verband met de omgeving, Zij geven nog de route aan waarlangs de' pas gekroonde keizer zijn triomftocht maakte.
Met een mengeling van trots en hilariteit toont de plaatselijke bevolking andere overblijfselen van het schrikbewind: een vervallen stadion, de resten van een troon en het keizerlijk paleis dat nu dienst doet als universiteitsgebouw. Tegenwoordig wordt het land bestuurd door een totalitaire regering, gesteund door Frankrijk. De huidige leider, kolonel Kolingba, voelt zich zelfs zo zeker van zijn positie, dat hij onlangs een aantal politieke dissidenten de vrijheid heeft hergeven. Maar hoewel de terreur tot de verleden tijd behoort, valt er van vooruitgang weinig te bespeuren. De omstandigheden ,waaronder de bevolking leeft zijn niet verbeterd. Sociale voorzieningen' zijn minimaal, gebrekkige medische faciliteiten zijn verantwoordelijk voor talloze sterfgevallen en de werkloosheid treft ruwweg zeventig procent van de bevolking.


Volle kerken en slechte zeden
Bij al die ellende hebben de christelijke kerken in het land een opvallende groei meegemaakt, Naar schatting zestig procent van de bevolking is christen, en daarvan zijn de meesten kerkelijk meelevend. Een rondrit door Bangui levert de aanblik op van een keur van godsdienstige verzamelruimten en plaatsen van bijbels onderricht. Maar vooral de zondag blijkt de sterke invloed van het Christendom. Waar in Amsterdam de zondagse kerkgangers de indruk krijgen dat negenennegentig procent van hun medeburgers nog te bed ligt, lijkt in Bangui de hele bevolking zich en masse te verplaatsen, Vanaf zeven uur 's ochtends tot het middaguur schallen de geestelijke liederen in het rond en vuren voorgangers hun gemeenteleden aan. Veel gebouwen zijn nu al te klein. Tijdens de diensten moeten er banken worden aangedragen, en bij de ingang verdringt men zich om toch iets van de boodschap op te vangen.
Wat een vreugde is het als westerling ook eens zulke diensten te mogen bijwonen. Wie door de geloofsafval thuis aan de kracht van 'het evangelie is gaan twijfelen, wordt hier wel tot andere gedachten gebracht. Toch kan men gemakkelijk het gevoel krijgen dat deze godsdienstigheid onecht is, wanneer men met het gedrag in 'het dagelijks leven wordt geconfronteerd.
Zoals in veel Afrikaanse landen kenmerkt de ambtenarij zich door corruptie. Wie een officieel papier nodig heeft, moet rekening houden met vele uren wachten is de ambtenaar in kwestie niet afwezig, dan verwijst hij je naar
een ander die je vervolgens weer terugstuurt. Betaal je niet snel wat smeergeld, dan loop je de.
kans nooit geholpen te worden. Het drankmisbruik onder het overheidspersoneel is spreekwoordelijk en Vindt vrij openlijk plaats. Wie een baantje zoekt of medische hulp behoeft mag hopen dat hij familie heeft die hem daarbij kan helpen. Het nepotisme 1) is een sociaal kwaad dat alomtegenwoordig is. Maar niet alleen de officiële instanties maken zich aan wanpraktijken schuldig; de gewone burgers gedragen zich niet veel anders. Vanwege de vele dieven kun je beter geen geld op zak hebben als je alleen bent. Veel werkgevers worden stelselmatig beroofd door hun werknemers. En denk nu niet dat deze misstanden allemaal op rekening gebracht 'kunnen worden van de veertig procent die nog geen christen is. Christenen doen voor hun volksgenoten niet onder. Het is niet ongewoon als een vrouw door haar christen echtgenoot geslagen wordt. Zij heeft zich maar in haar lot te schikken als de man geen vinger verroert en alle verantwoordelijkheid voor het huishouden op haar schouders rust. Polygamie en seksuele promiscuïteit zijn geen zeldzaamheden. De gedachte dat je als christen een verantwoordelijkheid draagt voor je medemens en je nageslacht is velen vreemd.
Ook predikanten vormen hierop geen uitzondering. Er zijn mij heel wat gevallen verteld van dronkenschap, echtbreuk en geldverduistering, waarin geestelijke leiders betrokken waren.


Een tijd om op te bouwen
Hoe valt dit alles te rijmen met de religieuze bloei? Is dat laatste maar schijn? Nee, daarvoor zijn de geloofsgetuigenissen die ik heb gehoord te oprecht en te indringend. Er is meer voor te zeggen het tegenstrijdige van de situatie toe te schrijven aan het beginstadium waarin de evangeIieverkondiging zich nog bevindt, Het zuurdesem heeft het deeg van de samenleving bij lange ha niet doordesemd, Zo kunnen christelijke geloofsovertuigingen samengaan met gebruiken en gewoonten die afkomstig zijn van de erfenis van de animistische religies. In geval van ziekte kan men naast het gebed tevens de toevlucht nemen tot allerlei magische middelen. Dikwijls worden christelijke leerstukken zelf nog begrepen vanuit een heidense achtergrond. Zo wordt de avondmaalswijn soms als een toverdrank beschouwd, Studenten vertelden mij dat de zondeval
vaak wordt uitgelegd naar analogie van het vergrijp tegen de fetisj, een uit de eigen traditie bekende overtreding. Daarbij komt dat de meeste protestantse zendelingen in Afrika afkomstig waren van kerken met een piëtistische inslag. Dat heeft tot gevolg gehad dat in hun verkondiging het persoonlijk zielenheil alle nadruk ontving, terwijl de consequenties van het evangelie voor het sociaal gedrag minder sterk naar voren kwamen. In dat opzicht zou je kun hen spreken van een historische schuld van de reformatorische kerken. Die hebben wel steeds ethiek en heil bij elkaar gehouden, maar misten de missionaire visie van de kleinere evangelische gemeenschappen. Terwijl in Europa het "social gospel" de persoonlijke toe-eigening van het heil in Christus dreigt te overwoekeren, is de situatie in Afrika omgekeerd. Al met al is er geen reden het Afrikaanse christendom te idealiseren, alsof zij alles zouden hebben wat wij hier missen. Er is eerder sprake van geweldige kansen voor het evangelie dan van een cultuur 'die doordrenkt is van het christelijk geloof. De belangstelling is groot en het verlangen naar kennis oprecht. Vandaar dat het belang van een evangelische theologische faculteitniet licht overschat kan worden. De Faculté de Théologie Evangélique de Bangui (afgekort tot FATEB) is nog geen tien jaar geleden opgericht om het kader van de kerken van Franstalig Afrika te vormen op academisch niveau.
Vanuit vele landen worden studenten gestuurd om hier hun opleiding te ontvangen. Terug in eigen land nemen zij een leidinggevende functie in eigen kerk in en dragen hun kennis weer over op vele anderen. Op uitnodiging van de directeur van de FATBB en dankzij een genereuze gift uit de kring van onze 'kerken heb ik er zestig uur college Oude Testament mogen verzorgen. Zodoende heb ik met eigen ogen en oren kunnen vaststellen hoe gretig men reageert op onderwijs. Andere gastdocenten hadden dezelfde ervaring .. Ook buiten de college-uren bleven de studenten je bestoken met vragen. En naast de vragen om informatie was er de licht verwijtende vraag waarom Europa, dat toch zoveel goede theologen had, zo weinig docenten stuurde? Ik heb gebedssamenkomsten meegemaakt waarin zo vurig om docenten werd gebeden dat het bijna psychologische chantage was.

De beste ontwikkelingshulp
In de weken voor mijn vertrek stelden verschillende (onkerkelijke) kennissen mij de vraag of ik niet dacht dat men ginds meer had aan materiële hulp dan aan theologisch onderwijs. Dat was meestal aanleiding tot verhitte discussies. Na terugkomst ben ik er sterker dan ooit tevoren van overtuigd dat wij niets beters en doeltreffenders kunnen geven dan evenwichtig en grondig bijbels onderricht. Het is niet omdat Europeanen van nature minder lui en slecht zijn, dat wij hier onder goede omstandigheden en met een redelijke mate van rechtvaardigheid leven. Het is te danken aan het evangelie, dat hier eeuwenlang is verkondigd en tenslotte een mentaliteit heeft gekweekt die de ontwikkeling van de Europese cultuur mogelijk heeft gemaakt. Met het verwerpen van de bijbel verliest het daarbij behorende stelsel van waarden en de mentaliteit terrein. Wat er bij ons langzaamaan niet meer dreigt te zijn, is er in Afrika nog niet. Zolang het arbeidsethos, het gemeenschapsgevoel et! de persoonlijke. verantwoordelijkheid nog niet gekerstend zijn, is de specifieke ontwikkelingshulp voor 'n goed deel dweilen met de kraan open. Het blijft iets dat van buiten. komt, en vreemd is aan de mentaliteit van de bevolking. Natuurlijk moet men de praktische hulp niet verwaarlozen; toch levert de zendeling naar mijn mening een meer fundamentele bijdrage. tot de ontwikkeling van het land dan de veldwerker, Nederland heeft historisch weinig affiniteit met Franstalig Afrika. De Centraal-Afrikaanse Republiek is voor velen een vaag begrip en de stad Bangui zullen weinigen op de wereldkaart weten aan te wijzen. Bij Nederlandse christenen is de theologische faculteit van Bangui al helemaal onbekend. Jammer, gelet op de mogelijkheden en de noden die daar zijn. Hoeveel rijkdom is er niet in einze kerken die we zouden kunnen delen met de gemeenten daarginds en die zodoende vrucht zou dragen, dertig-, zestig- en honderdvoud. Onze rijkdom is zowel financieel als theologisch van aard. Die twee gaan niet altijd samen in dezelfde personen, maar zijn wel beide nodig. Dit artikel is dan ook geschreven in de hoop dat enerzijds of anderzijds begaafden het verlangen zullen krijgen persoonlijk bij te dragen aan de volwassenwording van de Afrikaanse kerken door de FATEB te helpen bij het vervullen van haar taak.

Noot:
1) Dat is het begunstigen van familieleden, vriendjespolitek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief