Openbaar besturen in 1985
1985-03-15
1. Nederland ontkerstent geleidelijk aan verder, Steeds minder mensen geloven nog in Jezus Christus. De overheid en de rechter gaan Zich zelfs aanpassen aan het steeds meer loslaten van Gods Wet. We leven inderdaad in een postchristelijke periode. Daarover zijn we het wel eens.- Jaargang 29
- nummer 11
Is het echter wel verhelderend om' te schrijven over een postchristelijke overheid, zoals drs H. de Jong dit in Opbouw van 15 en 22 februari 1985 doet? Een postchristelijke tijd is wat anders dan een postchristelijke overheid. Deze onderscheiding is niet zonder belang.
2. Een getuigende kerk is nuttig voor elke overheid. Dat ben ik ook met drs De Jong eens: De kerk moet geen politiek bedrijven maar Gods Woord brengen. Als de kerk goede Bijbeluitleg geeft dan legt de kerk een degelijk fundament voor het politieke werk van de leden van de gemeente. Maar als de kerk zou spreken, dat
a. het randschrift van de gulden: "God zij met ons", vermenging is van kerk en wereld; (Berkhof?)
b. het ambtsgebed in staten en raden achterwege zou moeten worden gelaten, omdat we daardoor een minderheid zouden dwingen: (Berkhof)
c. we in de politiek moeten zoeken naar het gemeenschappelijke van christenen, joden en moslims; (De Jong?)
d. in de politiek humaniteit gebaseerd op godsvrees centraal staat. maar dat de kerk aanvullend getuigt, dat we alleen via Jezus Christus God kunnen dienen; (De Jong?)
e. een moslimgemeente door politici zou moeten worden aangespoord om "haar' religie te gebruiken om de grondwaarden van het menselijk samenleven, de leefbaarheid en de eerbaarheid onder de mensen gewetensvol te behartigen"; (De Jong?) dan is zo'n kerk mijns inziens geen getuigende kerk; integendeel, Over de twee eerste stellingen zijn we het vermoedelijk wel eens, maar over de' laatste drie niet. Ook in de drie laatste stellingen gaat het om het hart (de kern) van de christelijke' politiek.
3. Wat is christelijke politiek?
Naar mijn opvatting: besturen van het land, van de provincie, van de gemeente. Het gaat in de politiek om het openbaar bestuur. Dat besturen dient te gebeuren met behulp van Bijbelse normen. Christelijke politiek is dus: openbaar besturen met behulp van Schriftuurlijke uitgangspunten. Het is geen schotsje lopen; evenmin het zoeken naar het gemeenschappelijke.
4. Kunnen we in een postchristelijke tijd nog christelijke politiek bedrijven? Jazeker; evengoed als in een christelijke tijd. Maar, nu in 1985, vinden we niet gemakkelijk een meerderheid voor een christelijk beleid. We vinden minder gehoor. Als minderheid moeten we echter blijven aanwijzen in welke richting Nederland zou moeten worden bestuurd, Dat opbouwend koers aangeven noemen onze vijandensmalend: preken of getuigen. Ten onrechte, tenzij Bijbelteksten worden gebruikt, zonder een daaruit volgend concreet beleid Uit te stippelen.
5. Mogen We dan geen compromissen sluiten? Mijns inziens wel. Maar niet op basis van wat christenen, joden en moslims voor gemeenschappelijks hebben; geen compromis op basis van humaniteit of leefbaarheid. Hoe dan wel? Mag ik ook eens hardop denken? Getuigen en compromis. -De meerderheid in Nederland zal moeten weten, dat de Here God abortus en euthanasie een groot kwaad vindt. Tegelijkertijd zal een christenpoliticus echter, met hartzeer meewerken aan een slecht voorstel ter voorkoming van en nog slechter besluit. Maar ieder' dient dan ook voortdurend te horen dat en hoe we streven, naar een goed besluit. Van het ideaal dienen we te blijven getuigen, terwijl we toch meewerken aan de minst slechte beslissing. Tot zover mijn hardop denken.
6. Met drs De Jong .ben ik van mening, dat de leefbaarheid en de bestuurbaarheid van Nederland een belangrijke zaak is. Vermoedelijk zijn we het er ook wel over eens, dat et in het openbaar bestuur compromissen moeten worden gesloten om het regeren in Nederland mogelijk te maken. Het verschil tussen drs De Jong en mij zit in de omschrijving van .wat christelijke politiek is en in het aanduiden van hel compromis.
7. Tenslotte de toepassing: de Bijlmer moslimgemeente. Mijn toepassing verschilt van die van drs De Jong. Naar' mijn mening behoren alle bestuurders uit te gaan van de Nederlandse wet. Christenbestuurders zijn beëdigd. Soms kan een overheidspersoon zich niet onttrekken aan representatieve verplichtingen zoals bij het bezoek van de paus of bij het openen van een moskee. Een christenpoliticus zal dan behoren aan te duiden, dat niet de religie samenbindt; integendeel. Alleen de Nederlandse wet werkt hier samenbindend: het gaat toch om het openbaar bestuur?
Ondanks fundamenteel verschil in religie zou een staatssecretaris bij de opening van een moskee tactvol kunnen aansporen tot het meewerken aan de uitvoering van relevante NederIandse wetten, zoals illegaal verblijf, behandeling van vrouwen en onderwijs van meisjes.
ir. A. Kadijk, Dronten, 25 februari 1985
Naschrift
Het verschil tussen de heer Kadijk (die ik voor zijn reactie dank zeg) en mij zit mogelijk hierop vast dat wij het woord politiek niet geheel gelijk gebruiken. Volgens mij wordt politiek in de engere zin van het woord niet door de volksvertegenwoordiging maar door de regering bedreven.
De volksvertegenwoordiging is meer partijpolitiek van aard. Daarom kan een christen als parlementariër meer zeggen dan als bestuurder, meer, christelijk herkenbaar zijn ook.
Mijn zorg was nu hoe een christen Ook als regeerder of bestuurder de volstrekte religieuze neutraliteit kan vermijden. Daarover vooral gingen mijn artikelen. Overigens fijn dat we het vrij vergaand eens zijn!
H. de Jong