Woord zonder weerklank (4)
1985-03-22
We hebben gezien dat de reacties van de discipelen op de lijdensaankondigingen een steeds onbestemder karakter krijgen. Na. de derde en laatste aankondiging van het lijden valt er tenslotte een volkomen stilte. Een stilte die door geen van de discipelen doorbroken wordt. De hierboven afgedrukte woorden vormen dan ook niet de reactie van de twaalven op deze lijdensaankondiging: ze beschrijven wat er daaraan voorafgaand in hen omging. De rollen zijn omgekeerd. Niet de discipelen reageren op wat hun Heer zegt, maar Jezus zelf reageert met deze definitieve voorzegging van zijn naderende dood op wat er bij zijn leerlingen leeft.- Jaargang 29
- nummer 12
"Zij waren onderweg, opgaande naar Jeruzalem". Hier wordt voorde' eerste, maal de bestemming van Jezus' laatste reis met naam én toenaam genoemd. Daarmee is aangegeven: een weg terug is er niet meer. En de discipelen weten dat. Ook al hebben zij van de eigenlijke draagwijdte van zijn woorden niets verstaan, de grote beslistheid waarmee de Here bij herhaling heeft gesproken over wat Hem te wachten staat, heeft op z'n minst angstige voorgevoelens bij hen gewekt.
Bij zijn opgang naar Jeruzalem is Jezus aan het hoofd van zijn volgelingen gaan Iopen. Dat heeft de aandacht getrokken. Een herder die voor zijn schapen uit gaat lopen voorziet gevaar of verwacht een nauwe passage. Ogenschijnlijk was er voor de Here op dat moment geen reden om voorop te gaan lopen. Met de zijnen liep Hij mee in de grote stoet van pelgrims die op weg was naar de viering van het paasfeest in Jeruzalem, Dat Hij onder die omstandigheden zich toch aan het hoofd stelt van hen die met Hem zijn, duidt er op, dat er gevaar in aantocht is. Hen die in zijn omgeving verkeerden heeft dat verbaasd, het heeft hen onzeker gemaakt. Bij de discipelen slaat zelfs de angst toe. Want, getuige het voorafgaande, heeft Markus hen op het oog, wanneer hij spreekt van degenen die volgden. Even tevoren had Petrus zich de tolk van allen gemaakt, toen hij naar voren bracht, dat zij els discipelen toch maar alles hadden opgegeven om hun Heer te volgen. Maar als zich dan gaat aftekenen dat dit volgen hen in gevaar brengt,
slaat de schrik hen om het hart. Want zij weten dat de Here niet meer tot andere gedachten is te brengen. Petrus heeft Hem niet van de weg van het lijden af kunnen brengen. Niemand zal Hem nog kunnen tegenhouden.
Bij alle onbegrip die er onder de discipelen heerst, heeft Jezus die zekerheid bij hen versterkt. Ais Hij hun angst ziet; neemt Hij hen ter zijde en onderwijst Hij hen voor de derde en laatste maal over zijn naderende dood.
Ook al verstaan zij de strekking niet, het woord van het kruis staat op het punt om vervuld te worden. Voor het eerst noemt de Here nu ook de plaats waar het lijden aan Hem voltrokken zal worden: Jeruzalem. Toch heeft deze derde lijdensaankondiging de discipelen niet wezenlijk verder gebracht. "Zij begrepen niets van deze dingen en dit woord bleef hun duister en zij wisten niet waarvan gesproken werd", zo tekent Lukas er bij aan. In het evangelie van Markus valt na deze definitieve aankondiging van het lijden een stilte. Een stilte waarmee hij precies hetzelfde tot uitdrukking brengt. Het woord van het kruis vindt geen -weerklank in hun hart, het zet bij hen niets in gang.
Wat een contrast met het vervolg! Want met een andere aangelegenheid zijn de, discipelen wèl verder gekomen. Met de vraag, wie van hen de meeste is.
Na de vorige Iijdensaankondiging hadden zij zich al in dat vraagstuk verdiept. Nu blijkt dat ze er over hebben doorgedacht. En bij Jakobus en Johannes resulteert die bezinning in de vraag die zonder blikken of blozen aan de Here wordt voorgelegd: Geef ons, dat wij de één aan: uw rechterzijde en de ander aan uw linkerzijde mogen zitten in I uw heerlijkheid.
Terwijl de Here zich concentreert op zijn lijden, zijn de discipelen met Ihun gedachten elders. Met hun vraag naar, de plaatsen die zij zullen bezetten in de heerlijkheid, negeren ze finaal het onderwijs van de Here over zijn dood. Eens te meer miskennen de discipelen wat hun Meester ten diepste beweegt. Maar dan blijkt ook hoe Jezus de zijnen heeft liefgehad tot het einde. Hij betaalt Zijn leerlingen niet met gelijke munt, door op zijn beurt voorbij te gaan aan wat hen bezighoudt. Nee, Hij gaat op hun vraag in, maar plaatst die wel in een ander perspectief, het perspectief van het kruis. Je kunt in het koninkrijk alleen dan de meeste worden, wanneer je de minste wilt zijn. Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om te (Henen en zijn leven te geven als een losprijs voor velen. Jezus Christus, Hij is in zijn liefde voor de zijnen gegaan' tot het uiterste. Op het moment dat zijn discipelen bezig zijn hun eigen positie veilig te, stellen, 'keert Hij zich niet van hen af, maar biedt Hij zichzelf aan als losprijs voor hun behoud. En Hij heeft dat niet alleen gedaan voor hen, maar voor allen die hun leven zoeken, buiten zichzelf, in Hem.