Van Paddan-Aram tot Egypte
1985-03-22
Wanneer u de geschiedenis van Jakob en zijn familie -leest zult u zich in gedachten wel eens een voorstelling hebben gemaakt van de personen, die in de biibelverhalen op de voorgrond treden. Dit niet alleen aan de hand van hetgeen we vinden aan 'gegevens wat betreft leeftijd en lengte in jaren van bepaalde perioden, maar ook van commentaren, die bij de studie werden geraadpleegd. Is die voorstelling dan juist? Zullen we met elkaar eens de reis van Jakob naar Paddan-Aram, Zijn verblijf aldaar, zijn reis naar Hebron en nog later naar. Egypte volgen? Dan kunt u - aan het einde daarvan gekomen zijnde - vaststellen of de voorstelling, die u zich had gevormd, wel of niet een andere is geworden.- Jaargang 29
- nummer 12
Jakobs zonen
Na door Isaäk te zijn weggezonden ging Jakob naar Paddan-Aram, naar Laban, de broer van zijn moeder Rebekka (Gen. 27 : 5). Èen goede veertiger was hij toen. Esau namelijk nam zich op veertigjarige leeftijd twee Hethietische meisjes tot vrouw. Deze meisjes waren een kwelling des geestes voor Isaäk en Rebekka (Gen. 26 : 34-35). Rebekka gebruikte dit als een argument tegenover Isaäk om Jakob het huis uit te krijgen. Stel je voor 'dat hij Esati's voorbeeld zou volgen. In werkelijkheid vreesde ze voor het leven van Jakob, dat door zijn broer werd bedreigd. Jakob kwam alzo op ± 42-jarige leeftijd bij Laban en verbleef 20 jaar bij hem.
Na 7 jaar gaf Laban zijn dochters Lea en Rachel aan Jakob tot vrouw. Voor. Rachel moest hij evenwel nog eens 7 jaar voor Laban werken. Vanaf het 8e t/m 20e jaar van het verblijf in Paddan-Aram baarden Lea en haar slavin Zilpa aan Jakob 8 zonen en 1 dochter; Rachel en haar slaving Bilha 3 zonen. Dit zijn de namen van de zonen in de volgorde zoals we die op school leerden:
Ruben
Simeon
Levi
Juda
Dan
Naftali
Gad
Aser
Issaschar
Zebulon
Jozef
Ruben, de eerstgeborene (Gen. 49:3) en Jozef, de jongste - al-thans volgens de hiernaast staande volgorde. We lazen ergens dat Jozef's broers véél ouder waren en dan zou zijn 11e plaats zeker terecht zijn.
Bovendien lezen we in Gen. 37 : 3: "En Israël had Jozef lief boven al zijn zonen, omdat hij hem een zoon des ouderdoms was”. Een nakomer zouden we zeggen. Maar is het werkelijk waar dat Jozes zoveel jaren met zijn broers verschilde? De oorspronkelijke Hebreeuwse tekst reikt niet verder dan “Zâqun” = oud. De vertalers hebben er blijkbaar voor de duidelijkheid “ouderdom” van gemaakt. Jakob zal bij de geboorte van Jozef 56 jaar zijn geweest. Kunnen we dan al spreken van een “zoon des ouderdoms”? zijn bijzondere liefde voor Jozef zal mede het gevolg zijn geweest van het feit, dat door zijn geboorte het al oude verlangen om uit zijn beminde Rachel een zoon te mogen ontvangen, realiteit is geworden. Had hij daarop niet 14 jaar moeten wachten? Jozef, een zoon van het oude verlangen!
Nadat Rachel Jozef heeft gebaard stapt Jakob naar Laban. De tweede termijn van 7 jaar dienst zit er op en hij heeft daarmede aan zijn verplichtingen voldaan. Welke zonen zijn hem op dat moment geboren? Let wel: in de 2e periode van 7 jaar.
Lea – Ruben, Simeon, Levi en Juda.
Zilpa – Gad en Aser.
Bilha – Dan en Naftali.
Rachel – Jozef.
Jozef, de negende zoon van Jakob, géén nakomer en evenmin veel jonger dan zijn broers. Ruben, de oudste, 6 jaar en Jozef, pas geboren. In de resterende jaren van het verblijf in Paddan-Aram baart Lea toch nog 2 zonen en 1 dochter: Issaschar, Zebulon en Dina. Na een verblijf van 20 jaar verlaat Jakob met zijn vrouwen, bijvrouwen en 12 kinderen in de leeftijd van 12-2 jaar Laban en trekt in de richting van zijn geboorteplaats.
Jozef - de jongste?
Voordat we Jakob verder volgen op zijn reis eerst enkele opmerkingen n.a.v. het voorgaande.
Misschien kunnen deze tevens dienen als antwoord op vragen, welke zijn gerezen. Zeker wanneer u een vergelijking heeft kunnen maken met de verklaringen in de KV. Genesis deel II (blz. 185) t.a.v. Jakob's leeftijd en de geboorten van zijn kinderen (blz. 208-209). Op de eerste aangegeven plaats lezen we: "Vergelijking van Gen; 41: 46, 47; Gen. 45 : 6 en 47 : 9 leert ons dat Jakob's zoon Jozef geboren werd. toen hij 91 jaar was, en daar uit 30 : 25, in verband met 29 : 20, 27, kan worden afgeleid dat deze geboorte plaats had in het 14e jaar van Jakob’s verblijf bij Laban, moet Jakob toen hij naar Laban vluchtte 77 jaar oud zijn geweest”. Vergelijking van de genoemde Schriftplaatsen laten we hier nu achterwege omdat, voor de berekening van Jakob’s leeftijd, belangrijke Schriftgegevens over het hoofd zijn gezien en we hierop laten zullen uitkomen. Voorshands lijkt het ons ondenkbaar dat Rebekka’s voorgewende angst, dat Jakob na 35 jaar het voorbeeld van Esau zou volgen en eveneens met een Hethietische vrouw zou thuiskomen, Isaäk bijzonder zal hebben aangesproken. In de beginjaren van Esau’s huwelijk wel; maar nú? Na zo’n lange periode is dat argument toch wel krachteloos geworden. Wat betreft de geboorten van Jakob’s kinderen is op de voorts aangegeven plaats (K.V. blz. 208-209) de beschouwing van K.F. Keil overgenomen (Das erste Buch Mose). Hierbij wordt als vaststaand aangenomen dat Jozef de jongste zoon was, en dan volgt daaruit vanzelfsprekend dat alle zonen zijn geboren in de 2e periode van 7 jaar. Daarbij dochter Dina nog buiten beeld latend. Hetgeen dan wil zeggen a) de eerste vier zonen van Lea zijn geboren in 3,5 jaar tijd, b) de periode van stilstand in het kinderen krijgen niet zo buitengewoon lang is te stellen en c) daarna nog twee zonen zijn geboren. Zes zonen (+1 dochter?) in een tijdsbestek van 6 jaar en 9 à 10 maanden! En dan te bedenken dat zij ná Juda ophield met baren, voorlopig. Maar dat niet alleen. Wanneer de jonge Ruben de liefdesappelen, die hij op het veld had gevonden, naar zijn moeder brengt en Rachel er graag een paar van zou willen 'hebben, blijkt dat Jakob Lea al een poos heeft verwaarloosd. Zij zegt tegen Rachel: "Is het niet genoeg, dat gij mijn man genomen hebt (Gen. 30: 15)?" Het blijkt dus, dat zij niet alleen een onvruchtbare periode heeft doorgemaakt, doch tevens .een periode waarin, Jakob in het geheel niet bij haar kwam.
Voor de eerste periode gebruikte ze dezelfde methode als Rachel. Zij gaf haar slavin aan Jakob en in haar plaats baarde Zilpa hem 2 zonen: Voor het beëindigen van de tweede periode maakte Lea een handeltje met Rachel.
Toen Jakob thuis kwam ging zij naar hem toe en zei: "Kom bij mij, want ik heb u eerlijk gehuurd voor de liefdesappelen van Ruben (Gen. 30 : 16)." De Bijbel geeft er geen enkele aanleiding roe om de geboorten van Jakob's kinderen in een periode van 7 jaar te plaatsen. Er blijven nog 6' jaar van het verblijf bij Laban over. En in die tijd hoorde God naar Lea en zij werd weer zwanger (Gen. 30 : 17). .Issasohar werd geboren; en daarna nog Zebulon en Dina. Alle drie ná Jozef.
Jakob te Hebron?
We gaan nu verder met de reis van Jakob naar zijn vader Isaäk in Kanaän. Met zijn vrouwen en jonge kinderen. Hij zette ze op de kamelen (Gen. 31 : 17). Richting gebergte van Gilead, daarna Mahanaïrn, waar engelen Gods hem ontmoetten (Gen. 32 : 1) vervolgens trok hij de beek Jabbok over en - na zijn verzoening met Esau - brak hij op naar Sukkoth ven bouwde zich daar een huis, en hutten voor zijn kudde (Gen. 33 : 17). Een langdurig verblijf. Minstens 10 jaar heeft Jakob daar zijn woonplaats gehad. Zijn kudde schapen werd geweid op wisselende plaatsen op een afstand van ± 25-30 km.o.a. bij Sichem en Dothan: zeker aan het einde van die periode. Dan lezen we dat de kudde wordt gehoed door Jozef en zijn broers Dan, Naftali, Gad en Aser. Nu jongemannen van omstreeks 20 jaar en Jozef 17 jaar (Gen. 37 : 1-2). Deze – toch al niet zo geliefd bij zijn broers -vertelt hen van zijn dromen, · waardoor hun haat nog meer wordt aangewakkerd, een haat die uiteindelijk resulteerde in de verkoop van Jozef. En dat gebeurde toen Jakob hem had gestuurd naar zijn broers, die werden verondersteld bij Sichem de schapen te weiden. Maar wat lezen we dienaangaande in Gen. 37: 14? "En Jakob liet Jozef gaan uit het dal van Hebron en hij kwam te Sichem". Een afstand van ± 80 km; hoe is dat mogelijk? In de K.V. wordt bij deze tekst aangetekend, dat juist de grote afstand verklaart waarop Jakob hem op kondschap uitzendt en wordt als vaststaand aangenomen dat Jakob reeds in Hebron woonde of misschien op doorreis was i.v.m. een tussendoor bezoek aan vader Isaäk. Van dit laatste vinden we geen .vermelding in de Bijbel; wel aan het einde van de langdurige reist. "En Jakob kwam bij zijn vader Isaäk. (Gen. 35 : 27)".
Maar bovendien lijkt het ons onvoorstelbaar dat Jakob zijn geliefde 17-jarige zoon in pronkgewaad een reis over zo'n - voor die dagen - grote afstand liet ondernemen.
Met alle gevaren daaraan verbonden. Tegen Hebron als vaste woonplaats is aan te voeren: 1. Toen Jakob bij Sichem verbleef sprak God tot hem: "Maak u reisvaardig, trek naar Bethel (Gen. 35: 1)". En Jakob en al het volk dat bij hem was, kwam te Bethel (vers 6). Daarna ·braken zij op uit Bethel (vers 16) en trokken verder richting Hebron. Jakob heeft op dat moment zijn kudde beslist niet achtergelaten; zelfs niet onder de hoede van enkele zonen. God Zelf immers had hem op weg gestuurd en daarbij geen uitzondering voor de kudde gemaakt. Bovendien, Jakob kende het gebied waarheen hij trok het land zijner maagdschap. En Hebron had weidegronden (Joz. 21 : 13).
2. Wanneer Jozef zijn tweede droom ook aan zijn vader heeft verteld dan zegt Jakob: "Zullen soms ik, uw moeder en UW broeders komen om ons voor u ter aarde neer te buigen {Gen. 37 : 10)?" Rachel leeft nog en is later bij Efrath gestorven, nog vóór Hebron was bereikt.
3. Nadat Jakob het verhaal van zijn zonen over het lot van Jozef heeft gehoord, is hij niet te stuiten in zijn verdriet om het verlies van de enige zoon, die Rachel hem heeft geschonken. Zij had deze zoon wel Jozef genoemd d.w.z. "Moge de Here mij er nog een andere zoon bijvoegen (Gen. 30: 24)", maar Jozef was nog
steeds de enige. Neen, rouwdragend zal Jakob tot zijn zoon in het dodenrijk neerdalen (Gen. 37 : 35).
We kunnen nu toch wel zeggen dat de bijbelse gegevens er op wijzen, dat Jakob in de tijd dat hij Jozef naar zijn broers stuurde nog te.Sukkoth vertoefde.
Hoe is daarmede dan te rijmen: "En hij liet hem gaan uit het dal van Hebron?". Het natrekken van de teksten waarin de naam Hebron voorkomt leverde niets op. Evenmin aanvankelijk die met de naam Sukkoth, totdat we kwamen bij Ps. 60: 8 en Ps. 108: 8 waar David zingt: "Ik wil juichen, ik wil Sichem verdelen, het dal van Sukkoth uitmeten". Sichem - het dal van Sukkoth - het dal van Hebron. Zou met het dal van Hebron het dal van Sukkovh zijn bedoeld? In Gen. 35 lezen we dat Jakob het .einddoel van zijn reis heeft bereikt: Mamre bij Hebron. In hoofdstuk 37: hoe Jozef naar Egypte werd verkocht. Het ligt daarom voor de hand, dat we er niets bijzonders in zagen, dat Jakob zijn zoon uit het dal van Hebron liet vertrekken.
Maar het zou best het geval geweest kunnen zijn, dat in de oorspronkelijke tekst "het dal van Sukkoth" stond; doch dat de vertaler of de overschrijver zich door genoemde volgorde gedrongen voelde zich nader te bezinnen. Immers Jakob bevond zich reeds bij Hebron en derhalve zou een overname van "het dal van Sukkoth" in dit verband een onbegrijpelijke zaak zijn. Vanuit dit punt gezien is de keuze voor "het dal van Hebron" verklaarbaar. Misschien heeft zelfs een beschadiging van de oorspronkelijke tekst deze keuze in de hand gewerkt. Een geforceerde verklaring om toch te komen op “het dal van Sukkoth" als juist zijnde? We denken van niet. Indien we lezen: "En hij liet hem gaan uit het dal van Sukkoth" zien we in de geschiedenis van Takob (Gen. 37 :.2) een goede chronologische volgorde, Hetgeen we ook verder zullen zien.
Benjamin
Jozef was 6 jaar toen Jakob met zijn gezin uit Paddan-Aram vertrok en 17 à 18 jaar toen hij werd verkocht aan de Midianietische kooplieden. Gedurende een periode van ± 12 jaar heeft Jakob in Sukkoth gewoond; Na het verlies van Jozef had hij genoeg van die plaats, trok de Jordaan over en kocht van de zonen van Hemor; de vorst van het land, een
stuk grond ten oosten van Sichem. Hij had nu meteen meer overzicht over de gang van zaken bij de kudde. Dina was in die tijd opgegroeid tot een meisje van ± 14 jaar.
Na verloop van een paar jaar - zij zal 17 à 18 jaar zijn geweest - ging zij op stap om de meisjes van het land te bezoeken. De droevige gevolgen van dat uitstapje lezen we in Gen. 34.
Jakob's gevoelens over hetgeen er met zijn dochter is gebeurd komen in dit Schriftgedeelte niet aan het licht. Wel zijn angst over de gevolgen van· de daad van Simeon en Levi. "Gij hebt mij in het ongeluk gestort door mij in een kwade reuk te brengen bij de inwoners van dit land... ; als zij tegen mij samenspannen, zullen zij mij verslaan, en ik zal verdelgd worden (Gen. 34 : 30)". Jakob hoeft niet zelf de beslissing te nemen om maar te vertrekken. God zei tot Jakob: "Maak u reisvaardig, trek naar Bethel (Gen. 35 : 1)".
Na een verblijf van ± 4 jaar bij Sichembraken zij op. Geen angst voor aanvallen van de inwoners van het land, want de schrik voor God viel op de steden rondoom hen, zodat zij Simeon en Levi niet achtervolgden (Gen. 35 : 5). Zo trekt Jakob zuidwaarts, komt te Bethel en richt daar een altaar op. God verscheen hem weer, zegende hem en herthaalde Zijn beloften aan Abraham en Isaäk, die ook voor Jakob en zijn nageslacht golden. De reis naar de woonplaats van Isaäk wordt voortgezet. Maar Rachel was .zwanger en toen de karavaan nog maar een eindweegs van Efrath d.i. Bethlehem was, baarde zij een zoon, die zij - stervende - Ben-oni kind van mijn smart, noemde. Jakob gaf hemde naam Benjamin = zoon van mijn rechterhand.
Circa 5 jaar nadat hij Jozef heeft verloren toch nog een zoon van Rachel. Een echt nakomertje aan wie hij .al de liefde, die hij voor Jozef had, kon overdragen. De bijzondere plaats, die Jozef had, mocht Benjamin nu innemen. Immers wanneer veel later dreigt, dat Jakob ook deze zoon zal moeten afstaan, gebruikt hij bijna dezelfde woorden als bij het: verlies van Jozef: " ...dan zult gij mijn grijze haar in het dodenrijk doen nederdalen (Gen. 42 : 38)". Jakob is dan ± 78 jaar: bij aankomst in Paddan-Aram 42 jaar + verblijf bij Laban 20 jaar + verblijf te Sukkoth 11 jaar + verblijf te Sichem en reis naar Bethlehem 5 jaar. Na de begrafenis van Rachel brak Jakob op en spande zijn
tent aan de andere zijde van Migdal-eder. En hij kwam bij zijn vader Isaäk te Mamré bij Hebren (Gen. 35: 27). Rekening houdend met het feit dat hij zijn tent spande in de buurt van Migdal-eder en daar enige tijd zal hebben doorgebracht, kunnen we de leeftijd van Jakob, toen hij zijn vader weerzag, stellen op ± 79 jaar.De zonen varieerden in leeftijd van 29-20 jaar uitgezonderd Benjamin, die pas was geboren. We kunnen uiteraard niet zeggen, dat de tot dusverre genoemde leeftijden en verblijfsperioden exact zijn. Of ze bij benadering juist zijn zal hierna blijken.
Een eerbiedwaardige regeerder
Jakob 79 jaar. In Gen. 35 : 29 lezen we verder: "En Isaäk ·080 jaar) gaf de geest en stierf …en zijn zonen Esau en Jakob (120 jaar - vgl. Gen. 25 : 26) begroeven hem". Daarna, 10 jaar later- op 130-jarige leeftijd (Gen. 47: 9)maakt Jakob kennis met Farao.
Wat een afstand in jaren russen het moment van aankomst te Mamre en zijn verschijnen voor Farao! Maar liefst 130 - 79 = 51 jaar. Zijn zonen hebben dan de leeftijd van 80-71 jaar en Benjamin 52 jaar. Hebben we niet altijd de indruk gehad, dat de broers van Jozef goede. veertigers waren toen ze van aangezicht tot aangezicht met de onderkoning van Egypte stonden? Immers schriftverklaarders hadden berekend dat Jozef 39 jaar was toen hij zijn vader 130 jaar) aan Farao voorstelde. Benjamin werd beschreven als een jongeling, het lievelingetje van zijn vader in Gen. 41 : 46 lezen we wel dat hij 30 jaar was toen hij voor Farao stond en hem zijn dromen verklaarde - de komst van 7 vette en 7 magere jaren. Maar dat wil nog niet zeggen dat de periode van overvloed op hetzelfde moment is ingegaan.
Jozef trok door het gehele land Egypte, liet overal voorraadschuren bouwen en toen het land van zijn overvloed gaf hoopte Jozef koren daarin op als zand der zee, geweldig veel, zodat men ophield te tellen (Gen. 41 : 46-49). Hoe lang heeft Jozef niet moeten wachten op de vervulling wan zijn eigen dromen? Volgens de schriftverklaarders toch ook al 13 jaar. Het zal blijken dat het nog veel langer is geweest. Daarom keren we nu terug naar Het begin van het verblijf van Jakob en zijn gezin te Mamre bij Hebron. In die tijd trok Juda weg en nam zijn intrek bij een man van Aidullam, in westelijke richting gelegen. Hij trouwde er met een Kanaänietische vrouw, die hem 3 zonen schonk: Er, Onan en Sela. De geschiedenis van die mannen lezen we in Gen. 38. Nadat Er en Onan met Tamar getrouwd waren geweest had Juda, na verloop van tijd 'gemeenschap met Tamar en zij schonk hem een tweeling: Perez en Zera: En wat .zien we vervolgens in Gen. 46: 8 e.v.? Bij de namen van de zonen van Israël, die in Egypte kwamen, lezen we niet alleen de naam van Sela (zoon van Juda en de Kanaänietische vrouw), Perez en Zera (zonen van Juda en Tamar), maar ook nog de namen van Iuda's kleinzonen Hezron en Hámul (zonen van Perez). De eerdergenoemde periode van 51 jaar blijkt een schriftuurlijke werkelijkheid te zijn. Ook van Benjamin lezen we, dat
hij met .10 zonen tot het gezelschap van 70 personen behoorde (Gen. 46 : 21). Volgens Num. 26: 40 blijken zelfs 2 zonen kleinzonen te zijn; namelijk Ard en Naäman, zonen van Bela (Benjamin's oudste zoon). Een en ander heeft nu ook gevolgen voor onze kijk op Jozef ten tijde van de hongersnood. Niet de jonge .onderkoning van 39 jaar doch een eerbiedwaardige regeerder van ± 74 jaar ontvangt zijn vader en broers. Zijn jongste broer Benjamin. (± 52 jaar) had hij onlangs - bij het 2e bezoek van de broers' aan Egypte - voor het eerst gezien. We zijn hiermede gekomen aan het einde van de reis van Jakob van Paddan-Aram naar Egypte. Voor ons een reis met verrassingen.