Ds IJzerman
1985-03-29
In deze weken, nu de nieuwe jaarboekjes van de verschillende kerkverbanden verschijnen, maak ik eens een vergelijking. Neem bijvoorbeeld het "Jaarboekje voor de Gereformeerde Kerken in Nederland" van 1915, dus van zeventig jaar geleden.- Jaargang 29
- nummer 13
Het is uitgegeven door E. Bosch te Nijverdal en het kostte dertig cents. Het telde 256 bladzijden en de Geref. Kerken hadden toen 171.442 leden. De titel "Jaarboekje" is bescheiden. Het is nog geen "Handboek". Het boekje van 1915 begint met de verjaardagen van het Koninklijk Huis en de data waarop de Algemeen Erkende Christelijke Feestdagen vallen. "Goede Vrijdag" is daar dan nog niet bij.
Vervolgens vinden we in het boekje een alfabetische lijst der kerken en ook een alfabetische naamlijst van de predikanten, met hun standplaats en hun eventueel vorige standplaatsen. Je moet de predikanten dus niet zoeken bij de kerk die ze dienen. Ik denk dat dit. boekje zich sterk richt op het beroepingswerk.
Daarin was het een drukke bedoening toen. In 1914 werd 203 m9al een beroep uitgebracht. 117 predikanten kregen de kans om te verkassen. Eén kerk kreeg na zestien bedankjes een predikant, één na 15 bedankjes en één na 10. Vele predikanten stonden toen maar een jaar of twee in een gemeente. Dan hielden ze het wel weer voor gezien.
Verder valt ons op dat het boekje geen jaaroverzicht heeft, terwijl er in 1915 (wereldoorlog) toch wel wat te schrijven viel. Misschien waren er toen nog geen predikanten die een heel jaar konden overzien. Dan heeft het boekje negen bladzijden met verenigingsadressen. De predikantenconferentie, de centrale diaconale conferentie, Filippus en Jachin, de Geref. vereniging voor drankbestrijding, de verenigingen voor zwakzinnigenzorg en krankzinnigenverpleging, het kan dus op 9 bladzijden.
Leggen we daar eens naast het "Handboek .1984 ten dienste van de Geref. Kerken in Ned." (de vrijgemaakte) dan vinden we daar 62 bladzijden voor de verenigingen. In ons eigen "Informatieboekje" 1984 heb je 10 bladzijden met verenigingsadressen. Dat zit dus dichter bij het boekje van 1915. Wat de kerken betreft worden er nauwelijks adressen vermeld.
Een scriba woont op de Langendijk in Gorkum. Geen straatnummer, geen postcode, de besteller zoekt het wel uit of hij weet het zó ook wel. Geen telefoonnummers.
Dan komen we bij het "Mengelwerk" en daarin vinden we het verhaal van ds IJzerman, een· verzonnen naam en een verdichte historie. Ds IJzerman heeft al eens een" waarschuwing" gehad van z'n hart, maar hij wil zo graag "in het harnas sterven"; Dat gebeurt. Op de preekstoel. Een mooie dood, vinden sommigen, maar over de smaak wilt niet te twisten. IJzerman, een màn dus; en ijzer. Was dat typerend voor toen?
Een Calvinist moest stoer zijn. Een dominee moest een krachtfiguur wezen. Een strijder. Misschien was er geen vijand, maar dan kon je evengoed nog wel een, vechter zijn Ik weet nog dat vroeger sommige dominees tijdens de preek op de kanselbijbel sloegen. Je ziet dat niet meer. Ze bulderden wat af, maar tegenwoordig praten ze zo aarzelend, zo schuchter. Ik mag dat wel. Maar er is veel veranderd in die zeventig jaar.