De weg naar Chalcedon

1985-03-29
  • Jaargang 29
  • nummer 13
Geen enkele van de honderd Egyptische bisschoppen veroordeelt mij, geen priester maakt me verwijten, geen leek verheft zijn stem tegen mij.

Athanasius, Apologia contra Arianos, 70. 1)

Het is ons te doen om de aartsbisschop Athanasius. Hij is de vijand van de keizer.

Commandant keizerlijke troepen. 2)

Bewogen
Weinig kerkvaders hebben een zó bewogen leven geleid als Athanasius. Kort wat personalia in telegramstijl. Geboren rond 295.,78 jaar oud geworden. Woonplaats: Alexandrië in Egypte. Christelijk milieu. Heeft in zijn jeugd met vervolging te maken gekregen (wie niet, in die tijd?). Opleiding in de retorica en daarna studie van de Heilige Schrift. .Beheerst het Grieks en kan van, Griekse afkomst zijn geweest. (Niet zeker overigens..hij kende ook Koptisch, de taal van Egypte). Heeft veel contact gehad met de kluizenaars en overige monniken die zich in de Egyptische woestijn hadden teruggetrokken.
Schrijft een belangrijk werk over de “stichter van het monnikendom" , de eerbiedwaardige Antonius.(Dat boek heeft later in Augustinus’ bekering een rol gespeeld.)
Heeft Athanasius grote interesse voor het monnikenwezen getoond, aan dat belangrijke aspect van zijn leven gaan we hier noodgedwongen grotendeels voorbij.
Want als we gaan kijken waar de grote strijd van zijn leven uit voortkomt, dan blijkt dat veelal het grote terrein van de Christologie, de strijd over de vraag: "Wat dunkt u van de Christus? Wiens Zoon is Hij?'" Anders, gezegd, hij was de voornaamste "uitvoerder" van de besluiten van Nicea. Zijn denken is, ervan vervuld, zoals bijvoorbeeld blijken mag uit zijn belangrijke werk, Over de vleeswording van het Woord (geregeld. vermeld onder de Latijnse titel: De In carnatione Verbi).
Zijn leven is er ook van vervuld. Hij heeft zich met alle macht moeten teweerstellen tegen mensen - keizers en kerkelijke leiders die tegen "Nicea" storm liepen. Ze hebben hem niet onder uit gekregen, want "misschien was hij meer een hardnekkig verdediger van het orthodoxe geloof dan een scherpzinnig theoloog." 3)

Vloeiende grenzen
In Nicea zijn beslissingen gevallen en uitspraken gedaan ten gunste van een rechtzinnig verstaan van Christus’ Zoonschap. De ketterij is ondertekend, de ketters bestreden en veroordeeld, de keizer geeft de uitspraken kracht van wet in zijn rijk. De keizer staat aan de kant der Orthodoxie. Stemt dat niet tot dankbaarheid? Wie echter meent dat daarmee het pleit beslecht is, vergist zich deerlijk. Voorlopig blijft het de vraag of – en zo ja, in hoeverre – iedereen de uitspraken van Nicea zal overnemen. Want wat is er aan de hand? Zeker drie zaken kunnen worden genoemd.
  1. De keizer blijkt wispelturig in zijn beleid aangaande de Artianen. Als Constantijn sterft, wordt hij opgevolgd door een zoon, die Ariaanse neigingen heeft. Als die wordt opgevolgd , is dat door iemand die het heidendom wil herstellen.
  2. Een aantal bisschoppen die te Nicea zich met de formulering akkoord hebben verklaard doet nog wel eens een stap terug. Misschien gaat het te ver sommigen van “koerswijzigingen” te betichten, zwenkingen lijken het toch wel.
  3. De theologie is nog zo jong! Er is feitelijk nog zo weinig dogmatisch vastgesteld. De terminologie ligt nog zo weinig vast, is soms nog weinig precies. In het licht van dat alles wordt duidelijk dat een heel strak aangehouden theologische lijn niet voorkomt.
Ik citeer wat uitspraken. “De theologische termen waren nog vloeiend bij Athanasius”. En: “Slechts als men er aan denkt hoe weinig theologische termen nog ter beschikking waren om het mysterie van Gods Menswording aan te duiden, kan men begrijpen hoe, om de vrede in de kerk te bevorderen, er soms voor onze tijd onbegrijpelijke toegevingen worden gedaan”. 4) Te midden van de concessies die Athanasius doet – die een groot deel van de partijen stééds weer moet doen - èn de vaak wankele steun van hoogwaardigheidsbekleders komt iets van het leven de tragiek, maar toch zeker .ook de overwinning - van zijn leven 'naar voren. Want zoals gezegd, de steun van keizers is een zwaard dat naar tweekanten kan snijden. "Wanneer de staat in geestelijke zaken ingrijpt, dan pakt dit altijd voor beide partijen verkeerd uit en zelfs tijdelijke voordelen moeten duur betaald worden. Athanasius.heeft zijn hele verdere leven - acht en veertig jaar - moeten boeten voor wat hem in Nicea zo verleidelijk werd aangeboden". Dat zegt de al eerder geciteerde Helmut Echternach ervan. 5)

Er bij!
Athanasius is er bij, als men te Nicea de Arianen veroordeelt. Hij is dan zo’n 30 jaar oud, secretaris van de patriarch van Alexandrië, een van de hoofdrolspelers in het conflict. Later wordt hij diaken, weer later volgt hij patriarch Alexander op. En dan komen de problemen. Niet door de vele reizen die Athanasius in zijn kerkprovincie maakt – dat brengt hem, onder andere, steeds in contact met monniken, die zijn vrienden en bondgenoten in de strijd worden. Niet door het contact met de oude stichter van het Egyptische monnikendom, Antorrius, die de lange jaren in de woestijn (hij wordt 105 jaar) slechts doorbreekt voor een bezoek aan Alexandrië om de rechtzinnige visie op Christus te verdedigen. Nee, het probleem lag vooral in zijn relatie tot de keizer. In 331, 6 jaar na de afloop van het concilie te Nicea, was een van de leiders der veroordeelde Arianen, Eusebius van Nikomedia, weer uit ballingschap teruggekeerd. Hij had bij de keizer weer entree. Hij schreef Athanasius – dan midden dertig – een verzoek: kan Arius niet in de kerk worden opgenomen? Athanasius’ antwoord is “Nee!” De keizer schrijft over hetzelfde en ook hij krijgt nul op het rekest. Dan bemoeien Meletianen, tegenstanders van Athanasius, zich met de zaak. De klachten lijken zwak en Athanasius, die naar het keizerlijk hof wordt ontboden, weet de keizer van zijn gelijk te overtuigen. Hij wordt in eer herstel en keert na zijn standplaats terug. Twee jaar later is er een nieuwe, ernstige beschuldiging: moord!
Athanasius zou een Meletiaanse bisschop hebben gedood, die inderdaad verdwenen is. Deze wordt echter, als er onderzoek wordt gedaan, opgespoord. Hij zit ondergedoken in een Meletiaans klooster en is in leven en goed gezond. En dan moet een beschuldiging van moord toch ongegrond worden verklaard… al is daarmee voorlopig Athanasius’ naam gezuiverd, het blijft moeilijk. Hier vallen slechts wat hoofdpunten te noemen. “Roverssynoden”, gemanipuleerde beslissingen, een slechte indruk die hij bij de keizer maakte, deze en andere factoren droegen ertoe bij dat de kerkvader werd verbannen. Naar Trier, want dat was zo ver als je binnen het Rijk maar verbannen kon worden. Het is de eerste van een vijftal verbanningen. En let u eens op de duur ervan. De eerste was van 335 tot 337; dan volgt van 339 tot 346 een langdurig verblijf in Rome. Vervolgens een zesjarige periode (356-362) in ballingschap als onderduiker, in de Egyptische woestijn. Twee korte perioden (362-363 en de tijd van oktober 365 tot februari 366) completeren het lijstje. Dramatiek te over. Contact met keizers en pausen, met bisschoppen uit de hele toenmaals bewoonde wereld, maar ook met monniken en kluizenaars in de onafzienbare zandvlakte van Egypte. Het meest dramatische verhaal komt uit Athanasius’ eigen werk, zijn “Verdediging van zijn eigen vlucht” (Apologia pro fuga sua, 24). “De nacht was reeds gevallen; enkele mensen waren in gebed…toen plotseling generaal Syrianos met zijn troepen. Er waren meer dan vijfduizend soldaten. Hij liet de kerk omsingelen en plaatste zelf de soldaten in gesloten rijen, omdat hij bang was dat iemand de kerk zou verlaten en ontsnappen. Ik achtte het onwaardig mijn mensen te verlaten op zo’n kritiek oment en niet voor hen in de bres te blijven staan. Ik nam plaats in mijn bisschopszetel en gelaste de diaken een psalm te lezen en vroeg het volk te responderen met de woorden: “Tot in eeuwigheid is zijn genade.” (Ps. 136) Daarna moest het volk uiteen gaan en naar huis terugkeren. Maar de generaal had zich met geweld toegang verschaft en zijn mannen omringden het priesterkoor om zich van ons meester te maken. De aanwezige geestelijken en het volk begonnen te schreeuwen, zij meenden dat voor ons het ogenblik was aangebroken om weg te gaan… Ik stond op, vroeg een gebed en eiste dat allen eerst zouden weggaan. Ik zei: “Het is beter zelf gevaar te lopen dan te zien dat sommigen van u mishandeld worden!” De meesten gingen dus weg en anderen volgden, toen de monniken die met ons waren en enkele geestelijken terugkwamen om ons mee te nemen. En zo gebeurde het, de Waarheid zij mijn getuige, dat, terwijl het ene deel van de soldaten het priesterkoor omringde en een ander deel rond de kerk patrouilleerde, wij toch ontsnapten. De Heer was onze Gids en beschermde ons.” 6)

Noten:
1) Zusters Benedictinessen. De Heilige Athanasius. Bonheiden. 1982. p. 77.
2) a.w, p. 83.
3) a.w. p, 89.
4) a.w. p. 89, 85.
5)H. Echternach. Kerkvaders, Ketters en Concillies. Ten Have, Amsterdam, 1965, p. 111.
6) Zusters Benedictinessen a.w., pp. 78,79.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief