Hoor, Here Jezus, mijn gebed

1984-05-18
  • Jaargang 28
  • nummer 20
Naar: “Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ"

1. Hoor, Here Jezus, mijn gebed,
wil mij genade schenken!
U smeek ik: laat in deze tijd
de moed mij niet ontzinken.
Versterk het waar geloof in mij:
dat ik aan U mij geve
en mijn leven
mijn naaste dienstbaar zij,
laat bij uw woord mij blijven.

2. Geef mij, mijn Here en mijn God,
om uit geloof te leven:
dat ik geen voorwerp wordt van spot,
door valse hoop gedreven.
Doe mij, als ik van hier moet gaan,
alleen op U vertrouwen
en niet bouwen
op wat ik heb gedaan:
die hoop zou mij berouwen.

3. Maak mij met heel mijn hart bereid
mijn naaste te vergeven:
Gij schold ook mij mijn schulden kwijt,
uw vrijspraak is mijn leven.
Uw woord, dat elke dag mij voedt,
geef dat het mij mag leren
mij te weren
als voor- of tegenspoed
mij van U af wil keren.

4. Heer, laat geen vreugde of verdriet
van U mij weg doen drijven;
wanneer Gij zelf mij bijstand biedt,
kan ik toch staande blijven.
Want niet door werken van de wet
kan ik het leven erven
of verwerven:
om niét ben ik gered
en leef ik na het sterven.

5. Help mij: het kwaad is mij nabij,
het goede wil ik werken!
Maar op uw trouw verlaat ik mij:
uw Geest, Hij zal mij sterken!
In uw kracht bied ik tegenstand
en zal ik vruchten dragen
al mijn dagen,
in goede grond geplant.
Heb dank, Heer Jezus! Amen.

Johann Agricola (± 1494-1566)
vertaling: Joop Klein, Rijswijk

Melodie: "Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ" (Liedboek 404)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief