Gezegend afscheid

1984-05-25
  • Jaargang 28
  • nummer 21
"...en Hij hief de handen omhoog en zegende hen. En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde."
Lucas 24 : 50-53

Scheiden doet lijden?
Scheiden is een weinig sterven, zeggen de fransen. Scheiden doet lijden, zeggen wij. Maar als Jezus van zijn discipelen scheidt, is er geen sprake van lijden maar van verblijden. Want, "zij keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap" (52). Zo eindigt het evangelie op dezelfde toonhoogte als waarop het begon.
Want ook in het begin is sprake van grote blijdschap: "U is heden de Heiland geboren!".
Echt evangelie: van a tot z boodschap van de grote blijdschap.
Toen verkondigd door engelen, nu beleefd door mensen. Alleen: dáár omdat de Heiland deze wereld binnengaat, hier omdat Hij haar verlaat.
Grote blijdschap? Schrijnend haast voor mensen van vandaag.
Twintig eeuwen is Jezus niet meer "live" onder ons. Wás Hij dat maar. Zouden wij juist dán niet "voortdurend in de tempel zijn, lovende God" (53)? Hemelvaart: een féést?

Profeet, Priester, Koning
Hemelvaart: een feest? Volgens Lucas wel. Geen tragiek, geen noodlot is in het spel. Jezus zelf is aan het werk. Aan Zijn werk.
Voor zijn discipelen. Hij opent de Schriften en hun verstand (45). Hij leidt hen Jeruzalem uit.
Hij heft de handen op. Hij zegent.
Hij scheidt van hen. Tot vijf keer toe: Hij.
En alles wat Hij doet, doet Hij voor de zijnen: sterven, opstaan èn ten hemel gaan. Ons ten goede.
Dat blijkt al uit de plááts van Jezus' hemelvaart: buiten Jeruzalem, bij Bethanië (50), op de Olijfberg (Hand. 1 : 12), dus de oostelijke helling van de Olijfberg, daar waar de weg naar Bethanië afbuigt. Niet zomaar een plaats! De plaats van de Hof van Gethsémane. De plaats van Jezus' lijden. Daar waar de vernedering begon, begint de verhoging!
Die twee hebben met elkaar te maken. Het eerste is er om het tweede en het tweede is er door het eerste. En beide zijn er om ons.
Luc. 19: 37 (de intocht in Jeruzalem) werpt nog meer licht op deze plaats. Dezelfde elementen vindt u daar: de Olijfberg, blijdschap en het loven van God: "Toen Hij reeds dichterbij kwam, aan de glooiïng van de Olijfberg, begon de gehele menigte der discipelen vol blijdschap God te prijzen ... : Gezegend Hij, die komt, de Koning, in de naam des Heren.". Daar aan de glooiïng van de Olijfberg willen mènsen Jezus koning maken, een aardse koning, Hem op de troon verheffen, een aardse troon. Uitgerekend daar waar mensen Jezus willen verhogen tot een aardse troon, wórdt Jezus verhoogd, tot de hemelse troon. Als Koning over allen.
Niet ons werk, maar Zijn werk.
En daar waar Jezus zichzelf begint te offeren in Gethsémane, vaart Hij heen als Hogepriester, namelijk zegenend. Vanaf de Olijfberg, als de Profeet die de Schriften opent, als de Koning die zegeviert, als de Hogepriester die geofferd heeft en zegenen kan. Hemelvaart: tragiek? Feest!
Want Jezus volvoert zijn verlossingswerk.

Zegepraal en zegen
Zegenen, dat deed de Hogepriester.
Na het offer; op grond van het offer; op grond van de verzoening door het offer. Dat zegt meteen wat zegenen is.
"Zegenen" ligt vlak naast "zeggen".
Zegenen is toe-zeggen, de tot stand gebrachte verzoening toezeggen. En daadwerkelijk schenken. Zoals een vader z'n kind voor diens verjaardag een mooi kado niet alleen belooft, toezegt, maar het ook daadwerkelijk koopt, betaalt en gééft.
Jezus heeft, belooft èn geeft. Na het offer, het offer van zijn leven; op grond van dat offer; op grond van de verzoening door zijn offer. Hij heeft Leven, gekocht en betaald, en Hij wil het geven - een geschenk dat je (door genade) kunt aannemen maar ook afslaan. Want zegen werkt niet magisch of mechanisch.
Wordt niet over je uitgegoten als water uit een bloemengieter.
Zegen kan ketsen op een hard en ongelovig hart, Luc.10: 6. Maar hij wil ontvangen worden; ja hij kan zelfs harten openen. Want God zegent als de zon. Als de zon, die de zonnebloem tot zich trekt en haar haar bloem laat opendoen. Want God, de Heer, zo goed, zo mild, is t' allen tijd een zon en schild, Ps. 84. Zo zegent God. Bij mensen blijft het vaak bij wensen.
Maar Zijn woorden worden daden.
Als Hij spreekt, dan is het er.
Zo zegent Jezus. Zo gaat Hij heen: terwijl Hij de zijnen zegent.
Hij trekt zijn handen niet meer terug. Hij zegent altijd door. Onder zijn zegenende handen leven wij. Zijn voorbede is een gebed zonder eind; zijn zegen is eindeloos. En daarom doet dit scheiden niet lijden maar verblijden. Want Jezus leeft en geeft. En belooft: de Trooster.
De band met Jezus wordt niet verbroken. Uit het oog is nu niet: uit het hart. De band met Hem blijft gelóófsband. Maar straks ook Geestesband. Van de Geest die Jezus zenden zal als onderpand van zijn niet te stoppen zegen. En dat is grote blijdschap.

Gezegend om te zegenen
De discipelen keren terug, in een gezegende terugtocht: rechtstreeks naar de tempel, lovende God. In het grieks staat er: zegenende God. Ja, want zegen lokt zegen uit. Jezus' zegen brengt grote blijdschap, en waar kan een mens die beter uit(zing)en dan in de tempel, in de gemeente, in de lofprijzing in de eredienst? Blijdschap zonder prijzen is niet àf. Wie blij is kan zijn mond niet houden. Die gaat zingen van de verlossing, van de hemelvaart van Jezus en van die van hemzelf, eens als de bazuinen klinken, uit de hoogte links en rechts, als duizend stemmen ons omringen - dan rest er niets meer dan te zingen.
Kun je nog zingen, zing dan mee. Zégen dan mee! God zegent óns en dus wij Hém. Want Gods zegen wacht op antwoord - zoals een moeder die haar baby knuffelt en vol liefde toespreekt wacht op het antwoord van een lach en een trappel van plezier (deze prachtvergelijking is van ds J. C. Schaeffer). Zo zegent Jezus de zijnen en als gezegende mensen zegenen zij zijn Vader.
Loven Hem, voortdurend. Maken Hem groot: daar groeit Hij van. Zoals wij groeien onder zijn zegen. Zegenen is tweerichtingsverkeer, teken van een goede verhouding tussen Vader en kinderen. Een verhouding, tot stand gebracht door Jezus Christus. En bekroond met zijn hemelvaart.
Hij komt eens terug. Laat Hij ons, onze kinderen, vinden als zijn discipelen: in grote blijdschap, in dagelijkse eredienst, zegenende God:
Gezegend zij de grote Koning die tot ons komt in 's HEREN naam.
Wij zeegnen u uit 's HEREN woning, wij zegenen u al tezaam." (Ps. 118: 8)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief