Ver en dichtbij
1984-05-25
De "Hemelvaartsdag" is niet in ere, en dat is niet van de laatste tijd. Ds F. v. Andel, een bekende Gereformeerde dominee rondom de eeuwwisseling, schreef er al over, dat de meeste mensen op die dag de "tempel van ongekorven hout" verkiezen boven het kerkgebouw. Ik voor mij, ik kan dat in die tijd nog wel plaatsen ook, want hoe lang waren niet de werkdagen op het veld en in de fabriek, hoe lang werkten de "meiden" in het diensthuis, hoe lang had niet de winter geduurd, en nu kon er dan eindelijk een vrije dag zijn in een nieuwe natuur.- Jaargang 28
- nummer 21
Trouwens, je kon ook binnen blijven: dan ging je naar de bondsdag.
Maar de koster doet de deuren van de kerk open, er is dienst.
De verwachtingen zijn niet hoog gespannen: van de hemelvaart is niet veel te maken, denkt menigeen die naar de kerk gaat.
De prediker vindt de "stof" ook niet eenvoudig en een half-lege kerk werkt niet inspirerend.
Als hij huiverig is voor kreten en hol geschreeuw, dan gaat hij schoorvoetend met zijn preek op weg.
Want het is immers alsof Jezus Christus ál zijn sporen uitgewist heeft; ik denk zelfs,dat dit niet alleen is "alsof".
Wij weten niet waar Hij geboren is, we weten ook niet waar "zij Hem gelegd hebben". Hij zendt zijn leerlingen naar Galilea, naar de berg, maar we weten niet welke. Het ware wellicht beter geweest, dat dit wat duidelijker gezegd was aan allen, die eeuwen later naar Israël reisden, namelijk, dat je daar van onze Heiland niets terugvindt ...
"en uw voetspoor uitgewist: geen die nog uw treden gist." (Ps. 77 : 6 ber.) Op hemelvaartsdag komt het opnieuw, en misschien meer dan ooit, op je geloof aan. De ontwikkeling van de laatste twintig jaar maakt de preek moeilijker dan in de dagen van v. Andel.
Ik bedoel de ruimtevaart.
Iedereen weet nu van temperaturen en gewichtsloosheid enz. en hoe moet je dan een voorstelling maken over de hemelvaart van een mens als Jezus is.
"God is nabij én zeer verheven" zingt de kerk met psalm 148.
Ik geloof dat we hierop kunnen doordenken en doorspreken.
We zijn het volk van Zijn nabijheid; het staat er eigenlijk nog dieper gedacht dan wanneer er stond dat God ons nabij is. Wij zijn van Zijn nabijheid, wij behoren tot de intimi rondom Hem. Toch is Hij zeer verheven, "ver boven aard' en hemel gaat de luister van zijn hoge staat".
Daarom hebben wij elke dag zulke grote verwachtingen van Hem en vooral de dag of de nacht van Zijn terugkeer, dat zal wat wezen! Ik meen, dat het Floris Bakels is, die in zijn boek over de Nacht-und-Nebelgevangenis schrijft, dat het urenlang durende appèl, soms naakt, in de kou, bijna feestelijk kon zijn als er een gat was in het wolkendek en de gevangene niet keek naar de sadist vóór hem, maar naar de Heiland daar boven, in de hemel, zeer verheven en toch zeer nabij.