Op weg naar Chalcedon

1985-04-12
  • Jaargang 29
  • nummer 15
Vergankelijk wordt onvergankelijk
Daar kijk je dan in een geschrift van ruim 16 eeuwen geleden. De betoogtrant is anders dan je gewend bent. Het kost je meer moeite om bepaalde argumenten op Je te laten inwerken. Bepaalde dingen - "het sterke besef van de schrijver dat hij pleit voor een zaak die al gewonnen is" (Berkhofs commentaar) is er één van =-zeggen wij niet meer zo gemakkelijk na. Maar we merken dat het voor Athanasius niet zomaar een polemische gezindheid was die hem tot verwoed bestrijder van Arianisme maakt.
Centraal voor hem staat het besef dat Christus God is – geen 'halfgod', zoals Arius zegt – maar ècht God. Want alleen God kan de mens die van Hem vervreemd is, met Zichzelf verzoenen. Ook is het goed te zeggen dat voor Athanasius "de Vleeswording" niet alleen een gebeuren is dat we met Kerst herdenken. Het gaat om Christus' totale omwandeling op aarde, als de Lijdende Knecht. Het gaat dus ook om de tragedie van Goede Vrijdag en Glorie van Pasen.
Berkhof opnieuw: "Centraal is daarom niet zozeer het kruislijden als wel de menswording en de opstanding, want daarin heeft zijnsverandering der menselijke natuur plaatsgegrepen, krachtens haar verbinding met de goddelijke natuur. Het kruislijden bewijst vooral de onderworpenheid 'Onzer natuur aan de vergankelijkheid.
Maar deze vergankelijkheid wordt nu krachteloos gemaakt en uitgedreven door de als een geneesmiddel werkende goddelijke . natuur. Zo 'heeft Christus door zijn dood de dood gedood, De Oosterse Christen ziet Christus' dood ais voorspel zijner opstanding .. Er is niet. zozeer sprake van verzoening der schuld, als wel van strijd tegen de dood en opheffing van de gevolgen der schuld: de vergankelijkheid." 8)

Een ándere Dood
Bij Athanasius komt iets aan de orde dat ik niet dagelijks in ons denken 'Over dit alles meen te bespeuren. Sterk ligt het accent op Christus macht. Hij hoefde niet te sterven, maar Hij deed het toch! "Indien Hij ergens alleen op een bed volgens de gewoonte van de mensen zijn lichaam had afgelegd, zou men gedacht hebben dàt Hij de dood onderging wegens de zwakheid van zijn natuur en dat Hij niets méér had dan andere mensen . Maar omdat Hij het Leven en het Woord van God was en moest sterven voor allen, gaf Hij, als het Leven en de Macht, sterkte aan het lichaam ... Maar aan de andere kant, omdat de dood onvermijdelijk was, maakte Hij zich van deze gelegenheid meester, niet uit Zichzelf, maar door middel van anderen, om zijn offer te volbrengen." 9) Hij die alles draagt heeft zich laten wegvoeren en toch, "Wat aan de Rechter geschiedde is waarlijk passend bij God en in veel opzichten zijn Goddelijkheid waardig."
Nog wat citaten, niet geheel willekeurig gekozen. "Daarom is het Woord van God' Zelf gekomen, want alleen Hij, het Beeld van de Vader, kon de mensen weer de mogelijkheid teruggeven te zijn volgens het Beeld van de Vader."
"Want Hij was niet opgesloten in het lichaam. Hij was niet in het lichaam zonder tegelijkertijd elders te zijn. Hij gaf geen kracht te bewegen aan zijn lichaam, terwijl Hij aan het heelal zijn kracht en voorzienigheid ontnam. Maar het meest verwonderlijke van alles is: als Woord werd Hij niet omvat door enig wezen, maar Hij omvatte alles." (Wie bij het lezen hiervan de wenkbrauwen fronst, zou eens moeten lezen in Zondag 18 der Heidelbergse Catechismus.) "Immers, bevelen geven aan de demonen en hen verjagen is geen; mensenwerk, maar Gods eigen werk. En hoe kan men, wanneer men aanschouwt dat Hij de ziekten waaraan de mensheid lijdt, geneest, Hem nog voor een mens houden en niet zien dat Hij God is ... En wanneer men ziet dat de natuur van het water veranderd wordt en getransformeerd in wijn, hoe zou men dan niet inzien dat Hij die dit bewerkstelligt de Heer en Schepper is van de natuur en van het water?
Daarom ging Hij als de Heer van het water over het meer en wandelde erop als op het land." 10)

Hij dood. wij onsterfelijk
Christus is Heer. Hij is vrijmachtig. Zijn werk doet Hij vrijwillig, om redenen die in Hèm liggen en niet allereerst in ons. Het mondt uit in die bekende (zij het voor ons zo gemakkelijk mis te verstane) uitspraak: "Want Hij is mens geworden, opdat wij tol God gemaakt zouden worden." (VI, 54, 3) Bedoeld wordt, meen ik, dat Hij onze sterfelijkheid nam, en onze vergankelijkheid en die ruilde tegen zijn onsterfelijkheid en zijn onvergankelijkheid.
De angel van de dood is weg. Er is ene nieuwe situatie ontstaan, ook voor 'Ons, die zonder kruis niet te betreden was. Terug naar de viering van Pasen. Of het nu in het Oosten gebeurt (een week na ons Pasen dit jaar) in een schitterende liturgie, een geheel gezongen dienst van zo'n drie uur, waarin men wordt geacht te staan of op een andere, ons meer vertrouwde wijze, één ding blijft staan. De dood is aan de ontmoeting met Christus ondergegaan. Na die gigantische confrontatie is het graf leeg van Hem, maar de wereld is er vol van! Dat blijft, zo tot het eind der tijden, En als Hij terugkomt, naar zijn Woord, op de wolken des hemels, dan wordt alles alleen nog maar voller van Hem!
Meer heerlijkheid (althans, zeker meer zichtbaar voor ons). meer onvergankelijkheid. Als God zal zijn alles in allen, zal ten volle blijken welk een scharnier in de tijd het gebeuren in die wereldschokkende week is geweest.

Noten
8) ed. J. Haantjes / A. v. d. Hoeven. a.w., p. 31.
9) Zusters Benedictinessen, a.w., pp. 154, 155.
10) Zusters Benedictinessen, a.w., pp. 143; 144-145; 148; 149; 150; 157.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief