Dit is het einde niet
1985-04-12
Er wordt veel gesproken over vrede, ook over het bewerken van vrede, Dat 'is op zichzelf natuurlijk niet verkeerd, :De bijbel spreekt echter niet alleen over vrede maar ook over oorlog. Ik ben bang dat b.v. in de discussies rondom bewapening en ontwapening dat wel eens vergeten wordt. Om maar één Bijbelhoofdstad te noemen, Mattheüs 24. Heel gericht wordt daar gesproken over oorlogen die zullen komen. De Here Jezus geeft in dit hoofdstuk antwoord op een vraag van zijn discipelen. Die vraag is een vervolg op wat staat in Matth. 23: “Want ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien totdat gij zegt: Gezegend Hij die komt in de naam des Heren!” De discipelen vragen dan om een teken, ze willen weten op welke wijze ze het kunnen weten dat die komst echt aanstaande is en dat de voleinding der wereld echt een feit wordt. Jezus geeft dan niet direct een antwoord. Dat is opvallend. - Jaargang 29
- nummer 15
Wel zegt Hij nadrukkelijk dat de discipelen zich niet van de wijs moeten laten brengen, niet door valse profeten maar ook niet door oorlogen en geruchten van oorlogen. Want met dat alles houdt de geschiedenis nl. niet op, dat is het einde niet (vers 6). We moeten voorzichtig zijn met het aanwijzen van oorlogen, hongersnoden en aardbevingen als tekenen van God dat de wederkomst van Jezus dichtbij is. De geschiedenis laat zien dat dat een grote vergissing kan zijn. Zeker, die oorlogen zijn er en komen er, niet als een gebod maar als een gegeven. De hongersnoden en rampen zullen elkaar opvolgen, Jezus voorzegt het, en wij mogen het onze doen omnoden te lenigen. Het einde komt pas als het evangelie van het Koninkrijk in de hele wereld zal zijn verkondigd.
Van deze zondige aarde kun je eigenlijk niet anders dan narigheid verwachten en je hoeft maar om je heen te kijken om die narigheid in allerlei vorm te ontdekken. De zonde werkt door in de eeuwen. Maar als je daar oog voor hebt is het goed je de vraag te stellen: wat doe je met de vredesboodschap van Jezus? Wat doe je op jouw plaats aan de verbreiding van het evangelie, wat is jouw werk in dienst van de vrede? Langs die vraag kan niemand heen. We kunnen over oorlog en vrede op bijv. twee manieren verkeerd spreken. We kunnen doen alsof wij de vrede maken door ónze onderhandelingen en onze betogen, door demonstraties en spandoeken.
We kunnen ook over vrede spreken en verwijzen naar Matth. 24 en intussen lijdelijk op onze stoel blijven zitten alsof er niets te doen is voor ons. Jezus is elke dag bij ons meteen
boodschap, een boodschap van vrede en heil. Hij is bezig voor
de vrede, niet als een heer maar als een knecht. Wie dit gelooft ontvangt een teken, tekenen (meervoud) zelfs.
Kinderen armen van geest
mensen gelouterd tot vrede
horen de naam in hun hart
dragen het woord in hun vlees.
Blinden herkennen de hand
dovenmansoren verstaan hem
zalig de man die gelooft
zalig de boom aan de bron.
Niet in het graf van voorbij
niet in een tempel van dromen
hier in ons midden is Hij
hier in de schaduw der hoop.
Hier in dit stervend bestaan
wordt Hij voor ons geloofwaardig
worden wij mensen van God,
liefde op leven en dood.
Lied 325