‘Middelmatige dingen en andere gebruiken’ in Spanje
2006-01-20
In Spanje vormen protestanten een zeer kleine minderheid. Van de ongeveer 43 miljoen Spanjaarden behoort minder dan één procent tot een protestantse gemeente. Een echte Spanjaard is rooms-katholiek. Cijfermatig rekent zich 81 procent van de Spanjaarden tot de rooms-katholieke kerk. Maar liefst 42 procent daarvan zegt nooit een mis bij te wonen.- Jaargang 50
- nummer 2
In dit land kregen we voor het eerst enig besef voor de situatie van een kleine, onderdrukte christelijke minderheid in een dictatatoriaal geregeerd land. Leven achter het ijzeren gordijn kwam pas later in beeld. Het was 1963, we waren pas getrouwd en je wilde wel eens wat. Het werd een reis naar het eiland Mallorca. Het was nog in de tijd, dat een dia-avond over een dergelijke reis naar dit zonnige eiland zonder meer een succes was.
Het was wat ons betreft ook onze eerste vliegreis, die we boekten bij een christelijke reisvereniging. Onze reisleider was een vrolijk-orthodoxe predikant uit Friesland. Een levensgenieter in de goede zin van het woord, al kwamen we er later achter, dat hij wel erg vaak van pastorie wisselde. Schiphol was toen nog geen wereldluchthaven, detectiepoortjes waren onbekend en een stewardess begeleidde ons lopend naar de DC-4, die ons naar Palma zou vliegen.
Schuilkerk
In die tijd regeerde generaal Franco nog met ijzeren hand het land, al was die macht wel tanende. Hij zou in 1975 overlijden en daarna werd in Spanje de democratie hersteld. Protestanten werden gewantrouwd en hoogstens geduld. Toeristen waren weliswaar van harte welkom, maar dienden zich wel te houden aan de wetten van een dictatuur, al merkte je daar niet al te veel van, wanneer je alleen maar van het strand en de zon en de zee genoot en dat is tegenwoordig in dergelijke landen vaak nog zo. In het hotel waar we verbleven, werd er door de reisleider bij de maaltijden wel uit de bijbel gelezen, maar zingen was uit den boze. Bij een vorige groep had dit zingen geleid tot een onverwacht bezoek van de politie, die enigszins nerveus werd door de aangeheven liederen. Je gedeisd houden was dus het parool. Onze reisleider echter wist van het bestaan van een kleine Spaans-Evangelische kerk in Palma en de man slaagde er in ook het adres van het kerkgebouw op te sporen. Dat kostte enige moeite, want in de toeristenfolders werd er uiteraard geen melding van gemaakt. En zo konden we op twee achtereenvolgende zondagen een bezoek brengen aan deze gemeente en er een dienst bijwonen. In een wat grauwe buitenwijk van Palma stond hun kerkgebouw, maar aan de buitenkant was dat niet zo duidelijk te zien. Geen enkele aanduiding. Ik moest onwillekeurig denken aan de schuilkerken, die we in ons land kenden in de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, toen onze voorvaderen ook niet altijd even genereus waren ten overstaan van andersdenkenden en alleen de gereformeerde religie officieel werd erkend. De gemeente in Palma telde ongeveer 200 leden, die over het hele eiland verspreid woonden. Overigens bij deze 200 leden hoorden ook een aantal buitenlanders, die hier woonden.
De diensten maakten een diepe indruk op ons, al verstonden we van de preek niet veel. Sommige liederen herkenden we en via de buitenlandse leden van de gemeente, hoorden we van de moeilijkheden en tegenwerking, die je als protestant in Spanje ten deel vielen.
Reactie
Terug in Nederland bleef het me bezig houden, te meer omdat de predikant van de kerk in Palma dringend had gevraagd om onze hulp. Een collecte onder de leden van de reisgroep was een aardig begin, maar er moest meer gebeuren, dachten we zo. In Opbouw schreef ik een verslag over onze ervaringen op Mallorca en stelde mijn gironummer open ten einde dominee Da Capo in Palma te helpen. Hoeveel het opbracht weet ik niet meer, wel kan ik me nog herinneren, dat mijn enthousiasme toch wel wat werd getemperd, en wel toen ik door enkele, overigens zeer achtenswaardige broeders, op de vingers werd getikt. Was dit wel verstandig, had ik er wel goed over nagedacht?
Het bleek, dat de gemeente van Palma ook hulp had aanvaard van de Wereldraad van Kerken en daarmee wilden we als vrijgemaakten nu juist niets te maken hebben. Zo lagen nu eenmaal de fronten in die tijd en dat ze dat in Palma allemaal niet zo door hadden, dat was nog daar aan toe, maar hier dienden we beter te weten.
Andere tijden
Inmiddels is er natuurlijk in Spanje heel wat veranderd, de dictatuur is verdwenen, de scheiding van kerk en staat is in de grondwet vastgelegd, al blijft de positie van de protestanten er nog altijd moeilijk en is er nog altijd sprake van ongelijke behandeling. De Spaanse overheid communiceert met de protestanten via de FEREDE, de federatie van evangelische denominaties in Spanje. En die denominaties, ze zijn vaak zeer klein en het zijn er ook hier vele. Iin aantal zijn de protestanten inmiddels ruim voorbij gestreefd door de moslims. In 1492 werd na een eeuwenlange strijd de strijd tegen de moslims, de Moren beslist. Granada was hun laatste bastion. In de bloedige finale van deze reconquista werden de laatste moslims uit Spanje verdreven , tenzij ze zich alsnog wilden bekeren tot het christelijk geloof. Datzelfde gold overigens ook voor de joden, waarvan de meesten toen uitweken naar Portugal.
Nu, ruim vijf eeuwen later, wonen er al meer dan een miljoen moslims in Spanje. Toch een beetje de ironie van de geschiedenis. Ze komen weer over de straat van Gibraltar, nee niet massaal, zodat Europa beeft zoals in 711.
Maar in kleine groepjes, in niet zeewaardige, wrakke bootjes. Velen halen de kust niet eens en verdrinken.
Velen van hen zijn moslims. Veel Marokkanen, maar ook uit andere Afrikaanse landen. Ze kloppen aan de poort van het rijke Europa en die poort heet voor hen: Spanje.
Vakantiekerken
Langs de Spaanse kusten en ook op Mallorca is massatoerisme ontstaan en veel Nederlanders hebben er zich een aardig optrekje verworven, anderen ‘overwinteren’ er. Ze beleggen er in diensten op diverse plaatsen. Er zijn ook predikanten, die daar overwinteren, preken en zo nodig ook pastorale zorg verlenen. Een jaar of wat geleden woonden we, tijdens een korte vakantie in een hotel in de Algarve, dus eigenlijk in Portugal, een dergelijke dienst bij. Allemaal echt Hollands en herkenbaar. Op de preek viel weinig af te dingen, dus wat wil je nog meer? Er was ook koffie na de dienst en toch zijn we er de volgende zondag niet weer geweest. Er heerste onder de overwinteraars een dermate sterk ‘wij en ons kent ons’ gevoel, dat we ons als toerist van ‘er even tussen uit’, er toch wat buiten voelden staan.
Soms kom je in kerkdiensten in het buitenland, in hele kleine kerkjes, je kent de taal niet, je zingt woorden, waarvan je de inhoud niet kent en toch, je voelt er je welkom, je wordt gezien en opgemerkt. Hebben we het dan over ‘middelmatige’ dingen?