Pastorale notities
1983-06-17
Eenheid - Jaargang 27
- nummer 24
Bij zijn afscheid als voorzitter van de Raad van kerken in ons land zei Prof. dr H. Berkhof dat het verlangen. naar eenheid nu minder is dan zeg maar vlak na de oorlog.
De oecumene staat op een laag pitje. Hij was nogal somber gestemd.
Nu is het verlangen naar de oecumene van Prof. Berkhof niet ons verlangen. In ieder geval niet mijn verlangen.
Maar wel verlang ik zeer naar de eenheid van allen die klassiek gereformeerd willen zijn. Van allen, die vast willen houden aan onze klassiek gereformeerde leer en formulieren.
Maar omdat we kinderen van onze tijd zijn vermoed ik dat de opmerking van Prof. Berkhof ook ons raakt. De verontrusting over de kerkelijke gedeeldheid is minder groot dan wel eens het geval was.
En erger dan kerkelijke gedeeldheid is de onverschilligheid erover of het feit dat we die gedeeldheid niet meer als zonde voor God kennen. Om maar dicht bij huis te blijven. De kerkelijke eenheid tussen onze kerken en de Christelijke Gereformeerden is er nog niet. Zeker, ik weet van ver gaande samenwerking op veel plaatsen.
Maar dat zou zich nu toch eens moeten uiten in echte kerkelijke eenheid. Maar dat gebeurt niet.
En het lijkt me of we niet willen of dat we terugschrikken als er werkelijk iets kerkelijks gedaan moet worden. De opmars van de groepen en het daarmee gepaard gaande sectarisme en methodisme moeten we met verontrusting zien.
Er is veel vromigheid, maar weinig verlangen te handelen naar wat staat in bijna alle officiële papieren van ons: dat we ons willen verenigingen met elke op Gods Woord gegronde vergadering. We leven in moeilijke tijden, maar juist dan is er reden om een akker in Anathoth te kopen. Jer. 32.
Nota bene
In het nummer van 3 juni jl. heb ik geschreven over een film over Korea vertoond door de E.O.
Ik heb daarin ten onrechte dingen gezegd, zij het in onwetendheid.
Er blijken meer predikanten met de naam Clio te zijn. Ik heb de kwade leer van de één toegeschreven aan een ander. Dat spijt me.
Ook heeft men. mij meegedeeld dat de E.O. wel gewaarschuwd had regen de door mij bedoelde dr Cho.
In een radioprogramma dat ik niet gehoord had. Dat spijt me ook. Het was wel goed geweest als in de film duidelijk was geworden dat de daarin voorkomende dr Clio niet de man is waarover' Koers' terecht geschreven heeft.
Mijn afkeer van de wijze waarop in Kora het evangelisatie werk gedaan werd, zoals de film tiet zien, handhaaf ik.