De zonde van Mozes

1983-06-24
  • Jaargang 27
  • nummer 25
"Aangezien -gij op Mij niet vertrouwd hebt ... zult gij deze gemeente niet brengen in het land, dat ik hun geef". (Num. 20:12)

Gods verbond De Here zou redenen in overvloed gehad hebben om op het getwist van zijn volk te reageren met n1ieuwe oordelen, want het jongere geslacht van de Israëlieten blijkt al geen haar beter of vromer te zijn dan hun voorvaderen, die in de woestijn waren gestorven. Maar in dit gevat van protest tegen zijn leiding, heeft de Here niet gereageerd met klachten of verwijten of met dodelijke straffen. Hij heeft in zijn verbond van liefde en trouw aan Zijn volk eenvoudigweg en zonder verwijt gegeven wat ze nodig hadden. Het is aan de Here zelf te danken dat op dit ogenblik van de reis naar het beloofde land niet een punt gezet behoefde te worden, Zo is het ook aan de Here zelf te danken dat er ook vandaag nog een gemeente is en blijft in deze wereld en dat die gemeente het Koninkrijk Gods mag beërven ligt verankerd in de Here zelf, in Zijn liefde, en trouw in Jezus Christus. Dat mag ons bemoed1igen, ook voor de toekomst, als we denken aan onze eigen zonden, ontevredenheid en onmacht. Het optreden van Mozes is niet met die Liefdeshouding .van de Here in overeenstemming. En daarin zit het erge van wart aangeduid wordt, als de zonde van Mozes: hij geeft blijk van geërgerdheid en boosheid, Hij spreekt tot het volk, in plaats van tot de rots; hij richt de aandacht op zichzelf (zullen wij. . . en niet op de Here. Een woord van Mozes tot de rots gesproken met in zijn opgeheven hand de staf, zou de aandacht van het volk gericht hebben op de macht en de liefde van de Here. Maar nu 'staat Mozes de Here in de weg.

Mozes en Christus
In vers 12 staat dan dar Mozes en Aäron niet op de Here hebben vertrouwd en Hem niet hebben geheiligd ten aanschouwen van de Israëlieten, "Ze hebben niet zo in de Here geloofd, dat ze Hem wilden doen uitkomen als de Heilige; de Afgezonderde, de Onvergelijkelijke", zo omschrijft een kommentaar dit vers, Mozes, de ,,middelaar van het oude verbond", faalt, de vertegenwoordiger van de Here bij zijn volk maakt de verbondsliefde van de Here niet doorzichtig. Zijn optreden roept dan ook om de komst van. de volmaakte Middelaar, Jezus Ohristus, die Gods naam volkomen aan de mensen geopenbaard heeft. Maar, zal iemand misschien zeggen: Jezus heeft toch ook boos gereageerd op bepaalde momenten. Dat is wel waar, maar Zijn toorn was altijd de toorn van Zijn Vader en was alttijd gericht tegen mensen, die de liefde van de Vader in de' schaduw stelden of Hem van de opdracht om aan die liefde gestalte te geven wilden weerhouden. Mozes faalde in het uitvoeren van hetgeen waartoe hij geroepen was. Christus niet: Hij volbracht heel het verzoeningswerk.
Uit Hem, de rots waaruit zijn volk verzadigd werd (1 Cor. 10: 4!) komt al het heil ons toe, alles wat wij op onze reis naar het heil van de eeuwige rust van node hebben.

De Heilige
Dat de Here zich de Heilige betoont in deze geschiedenis is te zien in twee zaken. Ten eerste: in het oordeel over Mozes en Aäron: de straf op hun "niet-vertrouwen" is de ontzegging van de toegang tot het beloofde landen ten tweede in Zijn liefde en trouw jegens Zijn' volk, als Hij uit de rots, ondanks Mozes' optreden, toch water doet tevoorschijn komen in een zo overvloedige hoeveelheid dat mens en dier ruimschoots te drinken hebben.
De zonde van Zijn vertegenwoordiger weerhoudt de Here kennelijk met, om zijn volk in gunst aan te zien, Hij laat desondanks ' Zijn liefde zien. En dat doet Hij nog steeds. Hij is in Zijn methode van handelen met zijn volk niet veranderd. Van die liefde van God in Jezus Christus heeft de gemeente des Heren vandaag te getuigen; het beeld vertonen van haar Heer en Zijn Vader is ook vandaag nog opdracht voor de gemeente van Christus: jegens hen met wie ze in aanraking komt heeft zij God de Vader en Jezus Christus te vertegenwoordigen, Aan ons als leden van Christus gemeente moet af te lezen zijn wie God is en wie Christus is. Dat geldt in allerlei verhoudingen: voor de gemeente in de wereld, voor de individuele christen in zijn omgeving, voor ouders tegenover hun kinderen: uitdrukking geven aan' de heiligheid van God, aan de onvergelijkelijkheid van Zijn liefde en ontferming. Maar we zuilen daarbij ook altijd moeten bedenken: ons heil hangt met af van ons eigen werk, maar van het werk van Hem, in wie wij verzoening hebben van al onze tekorten in het vertonen van het beeld van God en van Christus. Achter Hem aan gaat zijn volk de rust in, een andere weg is er niet. Hij is de enige veilige weg.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief