Pastorale notities

1983-06-24
  • Jaargang 27
  • nummer 25
Enige tijd geleden heb ik over bovenstaand onderwerp geschreven.
Daarop kwamen enkele vriendelijke reacties. Met de staat van een christen wordt bedoeld dat hij al dan niet rechtstaat voor God in die zin dat hij een kind van de HERE is. Met de stand wordt gedoeld op het feit dat het leven van een christen vaak niet klopt met zijn staat. Ik vind het een onderscheiding die wel duidelijk is, maar waarmee je in:de praktijk van het geloofsleven niet veel kunt beginnen. Ik ben bang voor het wroeten in je zelf dat tot niets leidt. En: kon een David, na zijn zonde met Bathseba en het vermoorden van Uria, zich troosten met het feit dat zijn toestand ' dan wel niet goed was, maar zijn staat wel? De vraag stellen is het antwoord weten. Natuurlijk kon hij dat niet. Dat zou de zonde gekroond zijn. David heeft dat na zijn bekering dan ook wel gezien.
Hij vraagt dan of de HERE Zijn Heilige Geest niet wil wegnemen, zoals Hij dat gedaan had bij Saul.
Psalm 51.
Op die manier kun je met de onderscheiding staat en stand in ieder geval niet werken. Het zou brutaal zijn. En: als we nu eens diep bekommerd zijn, als we ons afvragen of er nog wel heil voor ons is, moeten we dan naar die onderscheiding grijpen? Immers neen. Hoe dieper men in zulke omstandigheden gaat zoeken bij zich zelf hoe veel te meer zal er niets gevonden worden. Het is dan ook niet voor niets dat bij het doen van openbare belijdenis gevraagd wordt je zaligheid buiten je zelf te zoeken. Vooral niet bij jezelf. Wij moeten Gods beloften aanvaarden. Want het Evangelie komt zo tot ons met het bevel van geloof en bekering. En als de HERE iets tegen ons zegt dan past het ons niet omtegen te werpen dat de mens van nature dood is door zonde en misdaden en dat we daarom de beloften niet aanvaarden kunnen. Als Petrus en Johannes naar de tempel gaan, in Handelingen 3, dan zien ze een verlamde die nooit had kunnen lopen. Toch krijgt hij dan het bevel om op te staan en te gaan lopen. Mocht hij toen zeggen: "ja maar, ik kan niet lopen; dat heb ik nooit gekund". Nee dat mocht hij niet. De verlamde deed het ook niet. Als God ons opzoekt in onze verdoemelijke staat dan past het ons niet die staat aan te voeren als argument tegen Zijn spreken.
Zeker: er zijn veel bestrijdingen in het leven. Wie God kent, kent dat ook. Maar er is dan maar één weg: de weg naar Jezus Christus.
Achter Hem aan. En vertrouwen op Gods beloften die in Jezus Christus ja en amen zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief